Idyllisch landschap

Donderdag houdt dr. Fokke Gerritsen, docent archeologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Instituut in Turkije een lunchlezing in de KNAW-serie 'Magie van wetenschap'.

In het achterland van de Zuid- Turkse stad Antakya (Antiochië), een van de grootste steden uit de Oudheid, reconstrueerden archeologen het landschap. In de brede, vruchtbare vallei van de Orontes-rivier, die uitmondt in de noordoosthoek van de Middellandse Zee, vind je tegenwoordig intensieve katoenteelt, maar tot vijftig jaar geleden werd er graan verbouwd, terwijl de heuvels met olijfboomgaarden waren bedekt. „We dachten dat dit landschap duizenden jaren lang zo bestaan heeft, maar niets bleek minder waar”, vertelt archeoloog Fokke Gerritsen. „Het grote meer en het moerasgebied midden in de vallei zijn pas in de Laat-Romeinse tijd [circa 400 na Chr., red.] ontstaan, tonen sedimentonderzoek en satellietbeelden.”

Hoe zag het oerlandschap eruit?

„Oorspronkelijk waren hier dichte wouden, maar het gebied wordt al duizenden jaren bewoond. Toen de vallei steeds moerassiger werd, trokken de bewoners de heuvels in. Interessant is dat ze ook met het water leerden leven. Ze gingen waterbuffels houden, ze sneden riet en leefden van de visvangst en het gevogelte.”

Hoe herkent u die vroeg-islamitische bewoners?

„Van hun rieten behuizingen is niets bewaard. Wél beschikken we over vroegmiddeleeuwse bronnen die een levendig beeld schetsen van de regionale economie. Het gebied ging meermalen van islamitische handen over in Byzantijnse en terug. Ook de adviezen die een stadsbewoner van Antiochië voor een Romeinse keizer schreef, zijn bewaard gebleven. En er was een zestiende-eeuwse Osmaanse sultan die een kunstenaar tijdens elke veldkamp het landschap liet schilderen. Dan zie je een groen, idyllisch, nauwelijks bewoond rivierenlandschap met markante heuvels. Waarschijnlijk oude ruïneheuvels, met vele woonlagen van lemen huizen over elkaar.”

Turkije heeft zo veel oudheid, is dat niet ontmoedigend?

„Moedeloos word je als je ziet hoe snel archeologische vindplaatsen verdwijnen. Maar er blijft veel te doen. Je bent nooit klaar. Trouwens, geen enkele archeoloog heeft als doel om ooit helemaal klaar te zijn en alles te hebben opgegraven.”

Donderdag 12.30 uur, Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29, Amsterdam.

    • Marion de Boo