Huisbezoek in de frontlijn

Controle aan huis is onderdeel van de handhaving van allerlei (sociale) wetten. Maar alleen als het echt nodig is.

Twee jaar geleden bestempelde de Ombudsman van Amsterdam de huisbezoeken van de gemeentelijke Dienst Werk en Inkomen (DWI) bij alle nieuwe bijstandsaanvragers tot niet behoorlijk. Dat gold voor zowel de informatieverstrekking over deze aanpak als de werkwijze tijdens de bezoeken als om de besluitvorming op basis daarvan. Alles bij elkaar werden in anderhalf jaar tijd circa 16.000 huisbezoeken afgelegd hetgeen resulteerde in het beëindigen van circa 2.000 uitkeringen. De verantwoordelijke wethouder Aboutaleb liet vóór het ombudsrapport al weten dat hij bij de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken zou aandringen op een wettelijk verbod op huisbezoeken te weigeren.

Vorig jaar verbood de rechter in Den Haag de Sociale Verzekeringsbank om huisbezoeken, wel of niet aangekondigd, af te leggen indien het gaat om personen ten aanzien van wie geen aanwijzing bestaat dat zij misbruik maken van de AOW. Dit was voor de inmiddels zelf tot staatssecretaris benoemde Aboutaleb aanleiding te zeggen dat hij dacht over ‘nadere regelgeving’.

Eind vorig jaar kwam de Ombudsman van Rotterdam met scherpe kritiek op de breed samengestelde ‘interventieteams’ (soms wel twaalf controleurs in een woning) die per jaar 25.000 huisbezoeken afwerken. Het gemeentebestuur liet weten er niet over te piekeren de aanpak serieus aan te passen. Staatssecretaris Aboutaleb werkt inmiddels aan een wetswijziging om huisbezoek te vergemakkelijken, zei hij begin deze maand in de Tweede kamer.

Dit reactiepatroon past bij de allergie van politici voor onwelgevallige uitspraken door onafhankelijke instanties. In plaats van signalen van arbiters ter harte te nemen, wordt er meteen geroepen dat de doelpalen moeten worden verzet.

Is het echt nodig de wet op het huisbezoek te verruimen? Het gaat per slot van rekening om een inbreuk op de rechten van de mens: „My home is my castle; the rain may enter it, the King of England may not enter it”.

Het kan nodig zijn dat de sociale zekerheid mag wat de koning van Engeland niet werd toegestaan. De Nederlandse rechtspraak erkent al jaren huisbezoeken als een „noodzakelijk en adequaat controle-instrument”. Maar dan wél met minimale waarborgen voor de persoonlijke levenssfeer en een eerlijke behandeling, zoals vereist door het Europees verdrag voor de mensenrechten.

De hoogste bestuursrechter zei een jaar geleden dat het enkele feit dat een bijstandscliënt valt onder een risicoprofiel, geen redelijke grond vormt voor een huisbezoek zonder toestemming. Het betrof een bijstandsmoeder die met haar kinderen inwoonde bij haar ouders (risicogroep ‘inwonende bijstandscliënten’). Zij had desgevraagd op het stadhuis een aantal bescheiden overgelegd maar weigerde huisbezoek. Dat is het (huis)recht van iedere bijstandscliënt en kan alleen gevolgen hebben als de overheid gerichte aanwijzingen voor twijfel heeft. Het opstellen van risicoprofielen is tegenwoordig populair in de fraudebestrijding. Met name creditcardmaatschappijen hebben er ervaring mee. Maar ze blijven toch voornamelijk een kwestie van statistische verbanden. Daarom kan een profiel niet automatisch op een individuele persoon worden toegepast.

In Rotterdam is blijkens het ombudsrapport wel wat meer mis. Huisbezoek gebeurt op basis van ondoorzichtige gegevensuitwisseling tussen allerlei instanties. Deze beperken zich niet tot gerichte controle maar maken van de gelegenheid gebruik rond te snuffelen. Burgers voelen zich overrompeld en geïntimideerd. De Ombudsman vindt dat Rotterdam misbruik maakt van de juridische ‘achterlijkheid’ van zijn inwoners, die hun rechtspositie niet kennen. Ingediende klachten verzanden te vaak.

Het NJCM Bulletin (tijdschrift voor mensenrechten) hekelt in een commentaar de ‘frontlijnfilosofie’ achter de interventieteams. Volgens het Bulletin neemt het parlement te makkelijk genoegen met de verzekering dat ruime wettelijke controlebevoegdheden in de praktijk wel met inachtneming van maatstaven van noodzakelijkheid en proportionaliteit worden toegepast. Het Europese mensenrechtenverdrag geldt echter niet alleen voor de uitvoerders maar ook voor degenen die de regels opstellen.

Vorig jaar mei floot de bestuursrechter een interventieteam uit Zeist terug, dat de harde kern van overlastgevende jongeren in Zeist had aangepakt. De rechter oordeelde dat het protocol voor dit team niet voldeed aan de grondrechten. Dat is een duidelijke waarschuwing aan het adres van staatssecretaris Aboutaleb als hij de wet wil verruimen in plaats van de controlediensten tot de orde roepen.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad

Reageren kan op nrc.nl/Kuitenbrouwer (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie)

    • Frank Kuitenbrouwer