‘Het is tijd voor lik-op-stukbeleid’

Minister Vogelaar (PvdA) maakt slechte analyses van integratieproblematiek, zegt Kamerlid Henk Kamp (VVD). „Ik zie geen gevoel voor urgentie bij haar.”

Henk Kamp Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Henk KAMP,minister van Defensie in het Ministerie van Defensie aan het Plein te Den Haag.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Den Haag, 8 februari 2006 Mentzel, Vincent

Na een jaar regeren begrijpt minister Vogelaar (Integratie, PvdA) nog steeds niet wat er aan de hand is, zegt Henk Kamp. Als Kamerlid voor de VVD is hij verantwoordelijk voor de onderwerpen immigratie en integratie. Vanavond praat de Kamer met Vogelaar over „Antilliaans-Nederlandse risicogroepen”. Wéér valt Kamp de minister aan met een lijst statistieken. Net als in eerdere debatten wil hij laten zien dat integratie echt een groot probleem is.

Wat bereikt u met al die cijfers. De minister weet dat toch ook wel?

„Dat vraag ik mij af. Ze geeft nauwelijks informatie. En wat er wel is, geeft een vals geruststellend beeld. Een voorbeeld: de minister zegt dat 19 procent van de Antillianen voortijdig het mbo verlaat. Maar in Rotterdam heeft 60 procent van de 22-jarige Antillianen geen startkwalificatie. Dat gevoel voor urgentie zie ik helemaal niet bij haar. Als je niet laat zien hoe groot een probleem is, dan krijg je geen draagvlak voor de nodige harde maatregelen. Als je een valse start maakt, kan daar niet veel goeds uit volgen.”

Bij het debat over de Justitiebegroting viel Kamp op door de presentatie van een immigratie- en integratienota van 36 pagina’s met een uitgebreide, cijferrijke samenvatting van de problemen, 49 oplossingen en een wetsvoorstel.

Dat was bijna een ambtelijke notitie.

„Zo heb ik dat als minister ook gedaan. Ik weet, als je een probleem wilt aanpakken, hoe je dat moet doen. Je schetst even helder wat het probleem is, je analyseert en je schrijft op wat je wil bereiken en hoe je dat doet. Ik vind Vogelaars analyse in het algemeen heel mager, en dat geldt dus ook voor haar notitie over Antilliaanse probleemjongeren.”

U hebt weinig vertrouwen in Vogelaar.

„Nee, dat is er niet. Zij doet niet de dingen die nodig zijn. Van haar beleid gaat een zeer slechte werking uit.”

De PVV heeft al een motie van wantrouwen tegen de minister ingediend. Kunt zich voorstellen dat de VVD ook daartoe zal overgaan?

„Ja, natuurlijk. Ze heeft een jaar gehad, en dat gaat echt niet goed. Maar ik ben nu nog in het stadium waarin ik probeer om haar op het rechte pad te krijgen.”

Het moet toch frustrerend zijn dat uw oude regeringspartner CDA dit beleid mogelijk maakt?

„Ja. Ze waren de back bone van het vorige kabinet, en ook weer van deze coalitie. Nu voeren ze beleid dat haaks staat op wat ze met ons deden. Dat soort gedrag gaat hun problemen opleveren. Kiezers die de politiek ingewikkeld vinden, willen graag maximale duidelijkheid.”

U hebt als VVD ook last van de maximale duidelijkheid van de PVV.

„Wij hebben natuurlijk een moeilijke positie. Geert Wilders begon bij de VVD. Wat hij zegt, staat niet haaks op wat wij vinden. Het cruciale verschil is dat hij moslims tot zondebok van de samenleving maakt. Dat mag je als politicus niet doen. Je moet problemen niet verergeren of creëren. De PVV beschadigt de stabiliteit van de samenleving. Ons verhaal is ook hard en helder. Maar wij zijn genuanceerd. Nederland bestaat niet uit goeden en slechten. Die uitstraling maakt het verschil.”

Aan de muren van zijn werkkamer hangen twee foto’s. Militairen die wegduiken voor het stof van een opstijgende legerhelikopter. Henk Kamp als defensieminister tussen zijn manschappen bij zijn laatste bezoek aan Uruzgan.

U leek als ex-minister een beetje te moeten wennen in de Kamer.

„Zeker. Ik was minister van Defensie en moest mijzelf natuurlijk weer inwerken. Ik ben vanaf 1978 politiek actief en zit nu voor het eerst in de oppositie. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Het bevalt mij niet. Je kunt meer voor elkaar krijgen als je aan de knoppen zit.”

Wat kunt u nu wél doen?

„Het belangrijkste is duidelijk maken dat het tijd is voor lik-op-stukbeleid. De mensen die in de wijken van grote steden aan de lopende band dingen kapot maken, inbraken plegen of andere rottigheden uithalen, moeten met dat beleid op het goede pad worden gebracht. Daar kun je niet meer op de ouderwetse manier op reageren.”

    • Derk Stokmans