Feith: Servië voedt radicalisering Kosovo

Na het geweld van gisteren heeft de internationale gemeenschap het laatste restje gezag in Noord-Kosovo verloren. „Niemand heeft nog vat op de woede onder de Serviërs.”

Mitrovica, in het noorden van Kosovo, na de veldslag van gisteren. De VN-politie heeft zich teruggetrokken, KFOR is gebleven. Foto Reuters French NATO peacekeeping troops keep their positions in front the U.N. court compound after clashes in the ethnically divided city of Mitrovica March 17, 2008. Serbs fired guns and threw grenades at U.N. police and NATO troops in Kosovo on Monday in the worst violence since Albanian leaders declared Kosovo's independence from Serbia a month ago. REUTERS/Nebojsa Markovic (KOSOVO) REUTERS

Een dag na de veldslag op straat heeft Aleksandar Vasic vanuit zijn raam uitzicht op zwartgeblakerde jeeps. Aan de telefoon klinkt zijn stem gebroken. „Gisterochtend zat ik met mijn zoontje van negen maanden op schoot. Ik hoorde wel veel sirenes, maar wist nog van niets. Tot ik plots mannen uit mijn buurt met wapens over straat zag gaan. Of ik bang was? Ik deed het in mijn broek!”

Vasic, werkloos ingenieur uit het noordelijke, door Serviërs bewoonde deel van de Kosovaarse stad Mitrovica, woont op honderd meter van het gerechtsgebouw waar het gisterochtend tot een veldslag kwam tussen Kosovo-Serviërs en VN-politie en soldaten van vredesmacht KFOR. In alle vroegte maakten de VN-politie en de soldaten van KFOR een einde aan de bezetting van het gebouw door een vijftigtal Serviërs die tot 1999 voor de rechtbank werkten. Toen in dat jaar Kosovo onder VN-gezag kwam werd ook hun rechtbank onder VN-bestuur gesteld en verloren ze hun baan. Hun bezetting, die vrijdag begon, was het zoveelste Servische protest tegen de onafhankelijkheid van Kosovo.

„De VN-politie en KFOR kwamen vanuit het zuidelijke, Albanese stadsdeel, met honderden agenten en soldaten, zwaar bewapend, met patrouillewagens en tanks”, zegt Vasic. „Het was een absurd en provocatief machtsvertoon.”

In een mum van tijd verzamelden honderden Serviërs zich op straat en in de uren die volgden werden VN- en KFOR-voertuigen bestookt met stenen en molotovcocktails. Later in de ochtend werden geweerschoten gehoord. Vasic: „Ik herkende meteen het geratel van kalasjnikovs. Wie de oorlog kent vergeet dat geluid nooit.” De geweldsuitbarsting heeft Vasic geschokt, maar niet verbaasd. „Iedereen hier heeft een wapen in huis, voor het geval dat.”

De balans, een dag later: één dode – een Oekraïense VN-politieman die vandaag bezweek aan zijn verwondingen, veroorzaakt door de ontploffing van een door Serviërs geworpen handgranaat –, 62 gewonde VN-agenten en KFOR-soldaten en 70 gewonde Serviërs. De Servische gewonden vielen vooral door traangas.

Terwijl de Kosovaarse premier Hashim Thaçi Belgrado beschuldigde de Serviërs tot het gebruik van geweld te hebben aangezet, beschuldigde Belgrado de VN-politie en KFOR. „We praten met Rusland over een noodzakelijke gezamenlijke reactie om het geweld tegen Serviërs tot staan te brengen,” aldus de Servische premier Vojislav Koštunica.

De woede onder de Serviërs is extra groot omdat de dag van de ontruiming gisteren samenviel met de herdenking van de „pogrom” van 17 maart 2004, precies vier jaar geleden, toen het overal in Kosovo tot anti-Servisch geweld kwam. Er vielen toen negentien doden; honderden huizen van Serviërs en een aantal kerken en kloosters werd in brand gestoken.

„Het was niet mijn beslissing, maar die van de VN en KFOR”, zegt in Prishtina de Nederlandse diplomaat Pieter Feith, hoofd van EU-missie Eulex die in juni in Kosovo de taken overneemt van het VN-bestuur. „Er is een manhaftige actie uitgevoerd om het gezag in het noorden van Mitrovica te herstellen. Ik ondersteun dat, omdat het voor de toekomst van groot belang is.” Feith weerspreekt de Servische aanklacht dat de ontruiming een provocatie is, doelbewust uitgevoerd op de dag van de ‘pogrom’-herdenking. „Er was informatie waaruit blijkt dat verder uitstel van de ontruiming tot nog meer Servische acties zou leiden. De radicalisering in Mitrovica wordt gevoed door Belgrado. Er is tijdens de gevechten op straat gefilmd. Men weet wie de raddraaiers zijn.”

Eulex krijgt voorlopig geen voet aan de grond in Mitrovica waar het gezag van de EU-missie niet wordt erkend zolang VN-resolutie 1244, waarmee Kosovo in 1999 onder VN-bestuur werd gebracht, nog van kracht is. De voorlopige Eulex-post in Mitrovica werd weken geleden al bestookt met handgranaten waarna Eulex zich terugtrok. „Wanneer we daar wél met de missie kunnen beginnen? Goeie vraag”, zegt Feith. „We zullen moeten ijveren voor een evenwichtig beleid in noordelijk Kosovo. Dat betekent: goed luisteren naar de bevolking daar.”

De Serviërs zullen Eulex blijven boycotten, zegt Oliver Ivanovic, een gematigde Servische leider in Noord-Mitrovica. „En we hebben er een probleem bij. Tot gisteren werd hier het VN-gezag nog erkend, maar dat is nu ook voorbij.” Al jaren pleit hij voor betere samenwerking met de regering in Kosovo’s hoofdstad Prishtina. „Voor de hardliners hier ben ik een verrader. Maar ik zie op korte termijn geen andere oplossing. Op de langere termijn zullen we onze zaak onder de aandacht moeten blijven houden bij de internationale gemeenschap.”

Het vergt geduld, zegt Ivanovic. „En leiderschap. Maar de regering in Belgrado weigert een strategie te ontwikkelen waar de Kosovo-Serviërs houvast aan hebben.” Van de lokale leiders in Mitrovica verwacht Ivanovic eveneens weinig. „Er is op dit moment niemand die nog vat heeft op de woede. Er heerst grote verwarring. Het wemelt van de uniformen op straat. Met welk mandaat die hier zijn, en hoe lang nog – de gewone man hier wil het niet meer weten.”

De vrees voor herhaling van gewelddadige protesten is groot, zegt Ivanovic. Vandaag is een nieuwe demonstratie gepland.

„De Kosovo-Albanezen schonden VN-resolutie 1244 met hun onafhankelijkheidsverklaring, met steun van de internationale gemeenschap”, zegt Aleksandar Vasic. „Angstvallig vermeden Amerikaanse en Europese diplomaten de laatste tijd het woord ‘VN-resolutie’. Maar nu roepen ze in koor dat wij, de Kosovo-Serviërs, gisteren ‘1244’ hebben geschonden. Wie is hier nou echt in de war?” Aan de telefoon verheft hij zijn stem, om boven het geluid van helikopters uit te komen. „Vanuit de lucht houdt KFOR ons nauwlettend in de gaten.”

De afgelopen jaren overwoog Vasic regelmatig om zijn geluk elders te zoeken. „Maar ik kan alleen in Servië terecht. Daar beland ik in een opvangkamp met één maaltijd per dag, verzorgd door een hulporganisatie. Ik blijf dus hier. Er moet nog een zoon worden opgevoed.”

    • Tijn Sadée