Engagement

De auteur vindt dat engagement geen betere literatuur oplevert. De gedrevenen zijn meestal niet de beste schrijvers en dichters.

Heeft een schrijver de morele plicht om zich met de geschiedenis van zijn tijd bezig te houden? Of is het geen enkel probleem wanneer schrijvers zich afzijdig houden en in hun zelfgekozen isolement de dingen schrijven die zij willen schrijven?

Het is in elk geval een misverstand om te menen dat engagement betere literatuur oplevert. Mensen die iets willen invoeren, afschaffen, beweren, aan de kaak willen stellen, die iemand willen beschuldigen of hem van zijn troon willen stoten, die het op een systeem hebben gemunt of een verderfelijke praktijk willen onthullen, dat zijn meestal niet de beste dichters, essayisten of romanschrijvers.

Daar zijn journalisten voor en als een van hen stilistisch zulk voortreffelijk werk aflevert dat hij of zij daarmee tot het gilde der schrijvers gerekend gaat worden, dan moet dat ons toch niet de ogen sluiten voor de grens tussen journalistiek en literatuur.

Een van de beste journalisten die de twintigste eeuw heeft gekend, George Orwell, heeft zeer interessante radiocommentaren voor de BBC verzorgd, maar er is niemand die het in zijn hoofd haalt om die op één lijn te stellen met Animal Farm en 1984.

Verder doet het merkwaardige geval zich voor dat niet-geëngageerde literatuur er soms beter in slaagt om maatschappelijke veranderingen teweeg te brengen dan pamfletten. Er zijn bijvoorbeeld talloze auteurs geweest – en niet de minste; in Engeland onder anderen John Milton – die zich al in de zeventiende eeuw in pamfletten voor ruimere mogelijkheden tot echtscheiding hebben ingezet.

Maar pas het beeld van het huwelijk dat in de laat negentiende-eeuwse romanliteratuur wordt geschetst heeft politici de ogen geopend voor de onwerkelijkheid van de geldende regels.

En dan is er de onverwachte constatering dat de meest teruggetrokken, meest solitaire schrijver die je je kunt voorstellen, Franz Kafka, in zijn verzamelde romans en verhalen meer engagement dan wie ook met de geschiedenis en de psychologie van zijn tijd heeft laten zien.

De bureaucratie, het totalitaire, de onderdrukking, het geweld van de macht, de hulpeloosheid van het moderne individu, het is alles op een ontzagwekkende manier in het werk van Kafka voelbaar gemaakt.

Maar een geëngageerd schrijver zou je hem hoogstens op postume basis mogen noemen, want tijdens zijn leven was de kring van zijn betrokkenheid onwaarschijnlijk nauw om zijn eigen leven getrokken.

Zo noteert de dan 31-jarige schrijver op 2 augustus 1914 in zijn dagboek: „Duitsland heeft Rusland de oorlog verklaard. – ’s Middags naar het zwembad.”

Kan men on-wereldser op het wereldnieuws reageren? Het hangt er maar van af waar je het mee vergelijkt. Op 2 september 1939 – een zo mogelijk historisch nog zwaarder beladen datum – komt Harold L. Ickes, Secretary of the Interior onder President Roosevelt in zijn dagboek niet veel verder dan: „In Europe things have been going from bad to worse.”

In vergelijking daarmee is de aantekening van Kafka wonderbaarlijk evocatief, juist omdat hij zo mooi illustreert hoe de wereld ingrijpt op het leven van alledag en hoe dat leven dan toch op een of andere manier doorgaat.