Elk kind wijkt af

De vraag naar jeugdvoorzieningen neemt toe, en daarmee de kosten.

Oorzaak: betere diagnoses, ruimere definities en een ingewikkelde samenleving.

Bij Gert-Jan van 2,5 is autisme vastgesteld. Uit videobeelden van een test blijkt dat hij blokken op een regelmatige rij legt, en er uit verschillende hoeken naar kijkt. Een niet-autistisch kind zou de blokken stapelen of ermee spelen. Vooral een toename van kinderen met een psychiatrische aandoening, zoals autisme, verklaart de toename van het beroep op jeugdvoorzieningen. Volgens TNO-onderzoek is de diagnostiek verbeterd, worden kinderen veel meer getest en zijn de definities voor bijvoorbeeld autisme verruimd. Foto’s UMCU UMCU

Elke klas in het basisonderwijs heeft tegenwoordig wel een kind met een stoornis en recht op hulp. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) maakt zich zorgen over dat fenomeen. Tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer zei hij: „Wat is er in ons land aan de hand dat de vraag naar jeugdvoorzieningen zo toeneemt op alle terreinen?” Hij laat het grondig uitzoeken. Het is een heikel onderwerp, omdat de slotsom wel eens kan zijn dat de kosten zo toenemen dat verworven rechten op de helling moeten.

Zijn kinderen nu zo veel zwakker dan vroeger, dat jeugdvoorzieningen uit hun voegen barsten? Een jaar geleden kwamen de harde feiten naar boven. Onderzoeksinstituut TNO publiceerde toen een rapport over jongeren met een gezondheidsbeperking. Een van de opstellers, Jan Besseling: „Ik lees het nog wel eens terug en dan verschiet ik er weer van. Zo confronterend is het.”

Een greep: één op de 22 kinderen is voor de rest van zijn leven min of meer afgeschreven omdat het een Wajong-uitkering ontvangt, speciaal voor jonggehandicapten. Deelname aan het speciaal onderwijs is sinds 2000 met 36 procent toegenomen. Het aantal kinderen dat een beroep doet op geestelijke gezondheidszorg is in vijf jaar met 64 procent gestegen.

Kroonlid Hans Kamps van de Sociaal-Economische Raad (SER) zei zaterdag in het tv-programma Nova dat het aantal jonggehandicapten binnen vijftien jaar tot een half miljoen dreigt te stijgen. Het Kamerdebat van vorige week ging over de exceptionele populariteit van het persoonsgebonden budget, waarmee mensen zelf hulp kunnen inkopen. Zij zijn steeds vaker onder de achttien jaar.

Voor alle voorzieningen geldt dat vooral een toename van kinderen met psychiatrische aandoeningen het groeiende beroep erop verklaart. Autisme- en ADHD-verwante stoornissen springen het meest in het oog. Zijn de Nederlandse kinderen massaal brekebenen geworden?

De TNO-onderzoekers hebben daarvoor geen bewijs. Er moet naar andere verklaringen worden gezocht. „Allereerst is de diagnostiek van stoornissen bij kinderen verbeterd”, zegt Cees Wevers van TNO. Kinderen worden nu veel meer getest dan twintig jaar geleden. Als je meer test, spoor je meer op. Daar komt bij dat voor sommige stoornissen, zoals autisme, de definities zijn verruimd.

Daarnaast is de samenleving ‘ingewikkelder’ geworden, zeggen de deskundigen. „Het is een misverstand dat een stoornis een vast gegeven is”, aldus Wevers. „Iets is pas een stoornis als je er last van hebt.” Mensen met afwijkend gedrag die vroeger wel mee konden komen, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, vinden nu geen plek meer. Vroeger waren er meer beroepen waarvoor je niet per se heel goed hoefde te kunnen leren.

Ook het onderwijs is veranderd. „Het nieuwe leren is voor kinderen die veel structuur nodig hebben niet geschikt”, meent onderzoeker Besseling. Er wordt steeds minder klassikaal lesgegeven. Kinderen die in dat systeem niet kunnen meekomen, belanden al gauw in het speciaal onderwijs of hebben op school extra hulp nodig. Daarvoor kunnen ze een ‘rugzakje’ of een persoonsgebonden budget aanvragen.

In het TNO-rapport staat dat de toegenomen bekendheid met de voorzieningen het gebruik ervan heeft aangewakkerd. De onderzochte regelingen bevatten volgens de onderzoekers aanzuigende mechanismen. „Hulpverleners verwijzen ouders naar verschillende voorzieningen”, zegt Wevers. Bovendien lokt de ene regeling de andere uit. Zo blijken veel jongeren met een Wajong-uitkering afkomstig uit het speciaal onderwijs.

Zorgverleners en functionarissen die de zorgbehoefte van de jongeren moeten vaststellen, hebben ook een belang bij het toewijzen van hulp. Wevers: „Afwijzen kost vaak meer papierwerk. Als je ‘nee’ zegt, moet je dat beargumenteren en er is altijd kans op protest.” Misbruik van de voorzieningen hebben de onderzoekers evenwel niet aangetoond.

De jongeren die hulp nodig hebben, willen meestal het liefst ‘gewoon meedoen’ met anderen. Maar de voorzieningen helpen daar nauwelijks bij. „Je denkt dat de regelingen samenhangen, dat de overheid ze heeft ingesteld om kinderen mee te laten doen, maar dat blijkt niet zo te werken”, zegt een derde auteur van het rapport, Branco Hagen. Instanties en ministeries werken langs elkaar heen. Het speciaal onderwijs is ook niet verplicht kinderen voor te bereiden op werk.

Het kabinet zint nu op maatregelen. Het is een uitgelezen kans voor coördinerend jeugdminister Rouvoet om integraal jeugdbeleid te voeren, op het gebied van zorg, onderwijs en reïntegratie. Maar de per deelgebied verantwoordelijke bewindslieden broeden ieder op eigen initiatieven.

Zo denkt staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) na of ze de aanspraken op het persoonsgebonden budget moet inperken. Staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) hervormt het onderwijs aan zorgleerlingen. En minister Donner (Sociale Zaken, CDA) komt met voorstellen om het aantal jonggehandicapten met een uitkering te verminderen.

De TNO-onderzoekers zoeken de oplossing in het bieden van werk aan jongeren met een beperking. Probleem is dat bijscholing en jobcoaching vaak nog meer geld kosten dan jongeren thuis laten zitten.

    • Claudia Kammer
    • Antoinette Reerink