Bernanke toont zich nu toch vernieuwer

Ben Bernanke was fel gekant tegen „ad-hocregels” van zijn centrale bank. Gedwongen door de crisis innoveert hij er nu op los. Hij kan niet anders: terug naar de Depressie.

In de tijd dat Ben Bernanke hoogleraar is aan Princeton en wordt gezien als ’s lands grootste academische deskundige op het gebied van de Amerikaanse centrale bank, schrijft hij een verhandeling over de mogelijkheden die de Federal Reserve resten als alle gangbare trucs hebben gefaald. Monetary Policy Alternatives at the Zero Bound, heet de voordracht van vier jaar geleden waarin Bernanke „niet-standaard alternatieven” uiteenzet.

In het 113 pagina’s tellende rapport concludeert de man die nu aan het hoofd staat van de Fed dat „voorzichtigheid geboden blijft”, en nog geen jaar geleden voegt hij daaraan toe dat „centrale banken de verleiding zouden moeten weerstaan om ad-hocregels te bedenken voor elk nieuw financieel instrument of financiële instelling”.

Geheel in lijn met die degelijke attitude wordt verwacht dat Bernanke vandaag (of morgen) voor de zesde keer sinds september een verlaging van het belangrijkste rentetarief bekend zal maken: van 3 procent naar 2,25, of misschien wel naar 2 procent. Klassieker kan niet: als lenen goedkoper wordt, investeren bedrijven meer, nemen uitgaven van consumenten toe, wordt de economie aangejaagd.

Tegelijkertijd toont Bernanke zich de laatste weken steeds meer een vernieuwer, die na een reeks van onconventionele ingrepen afgelopen weekend namens de overheid zelfs een zakenbank (Bear Stearns) redde van de ondergang. Dat was sinds de Depressiejaren niet meer voorgekomen. Wat is er gebeurd met Ben Bernanke, de machtigste man van de wereldeconomie? Of, een betere vraag misschien, wat heeft de wereldeconomie met Bernanke gedaan?

Simpel gezegd heeft hij weinig keuze. De Amerikaanse economie balanceert op de rand van een recessie of zit daar zelfs al middenin, en schokken op de financiële markten zijn het laatste waar Fed én regering op zitten te wachten. De Fed moet de inflatie beteugelen én de stabiliteit van het financiële stelsel bewaken, maar die twee gaan in tijden van grote onrust niet goed samen. Bernanke zit dus klem: niets doen en de crisis verergeren, of ingrijpen en zijn eigen strenge boekje te buiten gaan door banken en investeerders een reddende hand toe te steken.

In augustus vorig jaar werd Bernanke, toen anderhalf jaar centralebankier, geconfronteerd met wereldwijde koersschommelingen. Beleggers waren zenuwachtig door problemen op de Amerikaanse huizenmarkt en miljardenverliezen bij grote banken. De dollar daalde, de werkloosheid steeg, en olie en goud werden duurder.

Bernanke leek zich er niet aan te storen. Zijn zorg betrof het beperken van de inflatie. En dus volgde geen renteverlaging. Het had een provocerend effect: beleggers trokken investeringen in, aandelenkoersen kelderden.

Tien dagen later bond Bernanke in. Na een spoedvergadering van de voornaamste Fed-bankiers werd een belangrijk rentetarief tussentijds verlaagd. Dat was nog niet eerder gebeurd. Dit was wel creatief interveniëren.

In september en oktober volgen verdere maatregelen die enig effect lijken te sorteren, zij het kortstondig. In december verlaagt Bernanke de rente met 0,25 procentpunt. Beleggers beschouwen het als een affront – een kleinere verlaging was nauwelijks mogelijk geweest. De koersen kelderen weer. Bernanke kondigt de ochtend erop een nieuw leenprogramma voor banken aan. Ze kunnen 20 miljard dollar lenen, met een ongebruikelijk lange looptijd van een maand. Ook vernieuwend: als onderpand mogen banken hun risicovolle hypotheekobligaties aandragen – investeringen waarvoor geen markt meer bestaat en waarvan niemand dus weet wat ze waard zijn. En daarbij: dit is een gecoördineerde actie met centrale banken in Europa en Canada.

Deze reddingslijnen voor de financiële sector worden bij gebrek aan langdurig effect uitgebreid: eerst tot 60 miljard dollar, deze maand tot 100 miljard. Maar er is meer. Begin deze maand pompt de Fed nog eens 100 miljard dollar in de geldmarkt, en vorige week is 200 miljard dollar aan goedkope leningen voor banken gevolgd. Opnieuw innovatief, omdat de regelingen stuk voor stuk speciaal voor deze crisis ontworpen zijn.

Maar de crisis verdiept zich, en afgelopen vrijdag moet Bernanke een nieuwe stap zetten. Hij doet een beroep op een mogelijkheid die al sinds de Depressie eind jaren twintig in de Federal Reserve Act (de centralebankwet) staat, maar sindsdien nooit is gebruikt. Het gaat om de mogelijkheid geld te lenen aan een zogeheten non-bank. Bear Stearns is zo’n financiële instelling: verdiensten komen uit zelfgekozen investeringen en de handel in waardepapieren, niet uit spaargeld. Voorwaarde voor deze maatregel is dat vijf van de zeven Fed-gouverneurs instemmen. Dat gebeurt.

Geldschieters trokken hun investeringen uit Bear Stearns terug en de bank stond op het punt van omvallen. Een dilemma: helpen had het morele gevaar van een hulpsignaal voor alles en iedereen, afwachten had het risico van een domino-effect van omvallende banken. Het laatste risico werd groter geacht en de Fed stelde 30 miljard dollar beschikbaar om via een omweg de portfolio van Bear Stearns over te nemen.

Ver voordat bankier Bernanke moest onderkennen dat het traditionele gereedschap van de Fed niet voldeed om de crisis te bestrijden – en ook ruim voordat hoogleraar Bernanke schreef over de „niet-standaard alternatieven” – schreef Bernanke het standaardwerk over de rol van de Fed in de Depressiejaren. In dit Essays on the Great Depression staat ook de constatering dat zodra bankenpaniek de gebruikelijke kredietvoorziening belemmert, de echte economie geraakt wordt. Bernanke beschreef daarmee exact zijn eigen probleem van vandaag.

Lees Bernankes verhandeling via nrc.nl/kredietcrisis

    • Egbert Kalse
    • Freek Staps