Arnhem slikt het

Arnhem heeft zijn eigen kredietcrisis. Alleen was het ditmaal geen bank die aan zijn schulden ten onder dreigde te gaan en hulp van buiten kreeg, maar een voetbalclub. De gemeenteraad besloot gisteravond Vitesse voor een faillissement te behoeden. Uitgedrukt in een uitslag: het college van B en W (PvdA, CDA en GroenLinks) won met 23-15.

De echte winnaar was natuurlijk Vitesse. Deze bv verkeert in de zelfgekozen positie van surseance van betaling, ze staat voor 27 miljoen euro in het rood. De gemeenteraad schold Vitesse zijn schuld kwijt en dat levert de gemeente een schadepost op van ruim 11 miljoen euro. Andere schuldeisers, 61 bedrijven, gingen de gemeente al voor. Troostend lieten B en W weten dat de gemeente het geld uit haar reserves kan putten, dat er geen projecten hoeven te worden uitgesteld en dat de onroerendezaakbelasting niet hoeft te worden verhoogd. Het kan ook anders worden geformuleerd: Arnhem kan de 11 miljoen euro niet besteden aan activiteiten die voor de stad wellicht nuttiger waren dan de redding van een voetbalclub die bij voortduring slordig met zijn geld omgaat.

Zelf kwalificeerden B en W hun voorstel aan de raad als een uit de categorie ‘slikken of stikken’. Terwijl de herinnering aan 2003 nog vers is. Toen voerde de gemeente met een miljoenenlening een reddingsplan uit voor Vitesse en het stadion waarin de club speelt, het Gelredome, waarvan de huurprijs werd gehalveerd. In september 2007 stopte Vitesse met het terugbetalen van deze schuld en bestreed vervolgens het recht dat de gemeente claimde om beslag te leggen op inkomsten als de tv-gelden. Met een dreigend faillissement voor de deur besloot de raad onder het motto ‘iets is beter dan niets’ er daarom gisteravond maar mee akkoord te gaan dat Vitesse van zijn schuld van 12 miljoen aan de gemeente slechts ruim 880.000 euro hoeft af te lossen. Waarmee voor het betaald voetbal in Gelderland en elders een element van competitievervalsing binnensloop. Clubs die wel hun huishoudboekje op orde houden, worden zo benadeeld

Vooraf had Vitesse er alles aan gedaan om de gemeenteraad te overtuigen dat zijn positie penibel is. Een uitspraak in De Gelderlander van algemeen directeur Van der Kraan die tot het misverstand kon leiden dat de club slechts op een sportief faillissement afstevende, werd gisteren voor de raadsvergadering via een verklaring van bestuur, commissarissen én directie haastig tegengesproken: Vitesse wordt op korte termijn ernstig bedreigd in zijn voortbestaan, heette het.

Het imago van Arnhem, de dreigende verdwijning van een betaald voetbalclub, de bindende functie van Vitesse en de toekomst van Gelredome waren voor politiek Arnhem, met de ogen van honderden Vitessesupporters op zich gericht, redenen om de schuld goeddeels kwijt te schelden. Dat moge begrijpelijk zijn, het klopt niet. Tot de grote uitgavenposten van Vitesse behoren de salarissen van spelers en trainers. Die waren, gevoegd bij andere financiële verplichtingen, eenvoudigweg hoger dan de club zich kon veroorloven. Een kwestie van simpel rekenen. Het is geen taak voor een gemeente om met belastinggeld zulk wanbeleid te honoreren.