Als spectakelmusical is ‘Lord of the Rings’ een kostbare flop

De musicalversie van Tolkiens fantasie-epos The Lord of the Rings, in het Theatre Royal in Londen, is geflopt. De show gaat op 19 juli dicht, dertien maanden na de première. Door de tegenvallende bezoekcijfers moet de investering van bijna 20 miljoen euro grotendeels worden afgeschreven.

The Lord of the Rings begon in 2006 in Toronto, waar het doek al na een half jaar viel. „Bored of the Rings”, luidde de reactie van The Toronto Star, en de andere kritieken waren niet veel beter. Voor de Londense versie werd het script ingrijpend aangepast en met drie kwartier ingekort, maar de voorstelling duurt nog altijd drie uur. Ook de meeste Engelse critici waren negatief. The Independent repte van „een show met iets van een identiteitscrisis”: veel visueel spektakel, maar weinig drama. De dagelijkse kosten waren torenhoog, omdat er elke avond meer dan vijftig acteurs en acrobaten op het toneel stonden. Alleen al het draaitoneel met hydraulische machinerieën kostte een miljoen pond.

De producenten hopen hun investering toch nog terug te verdienen met een Duitstalige versie, wellicht volgend jaar in Keulen, en een tournee door Australië, Nieuw Zeeland en het verre oosten.

In het Theatre Royal in Londen moet The Lord of the Rings deze zomer wijken voor een nieuwe productie van de succesmusical Oliver! waarvoor twee hoofdrolspelers (een jonge vrouw voor de rol van Nancy en een jongetje dat Oliver kan spelen) door het publiek worden gekozen via een talentenjacht op de BBC – volgens het procédé dat eerder in Engeland een Maria in The Sound of Music opleverde, en in Nederland een nieuw talent in de titelrol van Evita.