Zoenen

Koningin Beatrix die tijdens de Koninginnedag van 1988 midden in de Jordaan op elke wang een spontane zoen kreeg van een onbekende Amsterdammer – wie kent de beelden niet? Ik zag ze terug op de tentoonstelling Amsterdam @ de Oranjes, die in het Amsterdams Historisch Museum wordt gehouden.

Er worden een foto uit De Telegraaf en enkele filmbeelden van deze memorabele gebeurtenis vertoond. We zien een jonge man in een geblokt jasje die zich naar de hartelijk lachende Beatrix overbuigt en haar begint te kussen, terwijl zij met haar linkerhand zijn schouder omvat. Prins Claus kijkt enkele meters verderop glimlachend opzij naar iets dat voor ons onzichtbaar is.

Daarna verdwijnt de zoener haastig in de menigte, op weg naar zijn eigen onvervreemdbare plekje in de geschiedenis. Over hem is voorzover ik weet niets bekend, afgezien van de bewering dat hij die dag ‘verkoper van oranje brillen’ was. Maar met zulke beweringen moet je erg oppassen.

Zo heb ik vaak gehoord dat de bewuste zoenscène zich afspeelde in de buurt van het bekende café ’t Smalle, vlakbij de hoek Egelantiersgracht-Prinsengracht. Ook in het boek dat ter gelegenheid van deze tentoonstelling is uitgebracht, wordt de ‘zonnige Prinsengracht’ genoemd als ‘plaats delict’.

Voor eens en altijd: het klopt niet.

Ik ben met de foto in de aanslag de halve Jordaan doorgelopen en kwam ten slotte enkele honderden meters van café ’t Smalle en de Prinsengracht terecht. De fameuze zoenen vonden plaats in de Tweede Leliedwarsstraat ter hoogte van pizzeria Mamma Mia, thans overigens wegens verbouwing gesloten. Een opmerkelijk feit, vooral voor mij, want ik passeer deze plek al tien jaar bijna dagelijks zonder te weten van het majesteitelijke wonder dat zich hier voltrok. Als bezoekers mij ernaar vroegen, antwoordde ik altijd naar eer en geweten: „Dat was bij café ’t Smalle.”

Waarom waren die zoenen eigenlijk zo interessant?

We moeten niet vergeten dat het 1988 was, nog maar acht jaar nadat Beatrix als koningin in de Nieuwe Kerk was ingehuldigd. Een kroningsdag die uiterst rumoerig verliep doordat krakers („Geen woning geen kroning”) grote rellen veroorzaakten. Juliana kon nauwelijks boven het rumoer uitkomen toen zij de menigte toesprak: „Zojuist…zojuist…heb ik afstand gedaan van de regering…” Naast haar op het balkon keek prins Bernhard, laaiend van onderdrukte ergernis, somber toe. Het was vier jaar na de Lockheed-affaire en hij had het zo langzamerhand wel gehad met Nederland.

Het koningshuis zat de daaropvolgende jaren in het defensief en probeerde in 1988 met een zogeheten spontaan bezoek, dat tot in de puntjes was voorbereid, goodwill te heroveren. Waar kon dat beter gebeuren dan op de vrijmarkt in de Jordaan, van oudsher een zeer Oranjegezinde buurt?

Je kunt je afvragen of die zoenen van de man met het geblokte jasje misschien ook minder spontaan waren dan ze leken. Daar is mij nooit iets van gebleken. Feit is dat de koningin nog jaren op dit hartveroverende moment heeft kunnen teren.

En die man? Ik stel mij voor hoe hij over de tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum loopt en met weemoed naar zichzelf op die beelden kijkt. Jonger dan toen heeft hij zich daarna nooit meer gevoeld.

    • Frits Abrahams