Zangerscarrousel in de ‘Met’

De tenor Gary Lehman mag morgen in de Metropolitan Opera in New York nog een keer de rol van Tristan zingen, nadat hij vrijdag in Wagners Tristan und Isolde met veel succes was ingevallen voor de zieke Ben Heppner. Diens eerste understudy, John MacMaster, voldeed niet niet tijdens de generale repetitie van de vijf uur durende opera.

Het was voor Lehman, een voormalige bariton, de eerste keer dat hij de zware tenorrol op een podium zong. Wel had hij in 2005 eens Placido Domingo vervangen in Parsifal. En nu Lehman zong vanaf het eerste moment alsof het zijn zoveelste Tristan was.

Nog opmerkelijker was de wisseling van de sopranen tijdens de première. Deborah Voigt vertrok halverwege de tweede acte wegens maagproblemen, juist toen ze met Lehman moest beginnen aan het grote liefdesduet. Dirigent James Levine dirigeerde nog wat verder terwijl het doek naar beneden kwam en stopte toen.

Na een kwartier ging het doek weer op en stond er een vernieuwd liefdespaar: Gary Lehman en Janice Baird, de understudy van Voigt, die hier eveneens haar Met-debuut maakte.

Hoe bijzonder ook een Tristan und Isolde met één tenor en twee sopranen is, vroeger was het een keer nóg uitzonderlijker in de Met. Op 28 december 1959 zong de Zweedse sopraan Birgit Nilsson in de Met als Isolde een voorstelling met drie tenoren tegenover zich: Ramon Vinay, Karl Liebl en Albert da Costa. Elke tenor was te ziek om meer dan één acte te zingen.

Ben Heppner hoopt volgende week alsnog de laatste twee voorstellingen te zingen. Wie aanstaande zaterdag de rol van Tristan zingt moet nog worden besloten. Het is wel een voorstelling van belang, want die is via het satellietsysteem van de Met te zien in tal van bioscopen, overal ter wereld. (AP)