Uitstel proces tegen Stanišic

Het proces bij het Joegoslavië-tribunaal tegen twee oud-kopstukken van de Joegoslavische geheime dienst is vandaag direct na het begin uitgesteld omdat een van de beklaagden, Jovica Stanišic, niet was komen opdagen.

Met Stanišic staat Franko Simatovic terecht. Zij leidden de geheime dienst DB ten tijde van president Slobodan Miloševic. Ze worden beschuldigd van betrokkenheid bij de etnische zuiveringen in de oorlogen in Kroatië en Bosnië (1991-1995). Stanišic en Simatovic maakten volgens de aanklagers van het VN-hof onderdeel uit van een ‘gemeenschappelijke criminele onderneming’ waarvan ook Miloševic deel uitmaakte.

Tijdens de jacht op de moordenaars van premier Zoran Djindjic werden Stanišic en Simatovic in maart 2003 in Servië gearresteerd. Ze waren op dat moment nog niet door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagd. Dat gebeurde pas twee maanden later. Bij hun eerste voorgeleiding zeiden ze onschuldig te zijn.

Jovica Stanišic wordt gezien als de vroegere rechterhand van Miloševic. Hij was van 1991 tot 1998 de baas van de staatsveiligheidsdienst DB. In dat jaar nam hij ontslag na een conflict met Miloševic over onder andere diens Kosovo-beleid, over zijn stappen tegen onafhankelijke media. Stanišic’ plaatsvervanger Franko Simatovic, alias Frenki, was de oprichter en eerste commandant van een elite-eenheid van de geheime dienst, de Eenheid voor Speciale Operaties, JSO. De JSO ontwikkelde zich tot een maffiabende die in 2003 Djindjic vermoordde.

De staatsveiligheidsdienst werd gebruikt voor het uitvoeren van paramilitaire acties in Kroatië en Bosnië. Die acties werden uitgevoerd door extreem gewelddadige milities die zouden zijn georganiseerd, aangestuurd en gefinancierd door Stanišic en Simatovic. Ze zijn door het VN-hof aangeklaagd voor misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden als moord, vervolging om politieke of religieuze redenen, deportatie en onmenselijke handelingen.