Sterk bergop, angstig bergaf

Robert Gesink werd vierde in Parijs-Nice, na twee dagen leider te zijn geweest.

De zege ging uiteindelijk naar Davide Rebellin.

Klimmen kan de jonge Nederlander Robert Gesink al als de beste. Dat bewees de 21-jarige renner van de Raboploeg afgelopen donderdag op de Mont Ventoux. Op de besneeuwde flanken van de legendarische ‘Kale Berg’ in de Provence had hij de ene na de andere favoriet het nakijken gegeven. Vooraf had hij de etappe naar de Ventoux al aangestipt in zijn agenda. Grootspraak, meenden sommigen, maar Gesink maakte de belofte wel waar. Hij baalde na afloop dat zijn medevluchter Cadel Evans nog met de ritzege aan de haal ging, maar Gesink kreeg wel de gele leiderstrui om de schouders. Evans is ook niet de eerste de beste. De Australiër was vorig jaar de nummer twee in de Tour de France en behoort ook dit jaar opnieuw tot de favorieten.

Gesink begon het slotweekend met 32 seconden voorsprong op de Italiaan Davide Rebellin en met de droom om na Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Gerrie Knetemann en Michael Boogerd de vijfde Nederlander te worden op de erelijst van de rittenkoers naar de zon. Zaterdag kregen de renners opnieuw een zware bergetappe voor de kiezen, met zeven beklimmingen. En opnieuw klom Gesink met de besten mee, hoewel hij ondertussen al zijn ploeggenoten had verloren. Bram Tankink kwam door een zere knie niet meer aan de start, Juan Antonio Flecha kon zich nog nuttig maken door een wiel af te staan aan zijn Nederlandse kopman, die lek was gereden. Maar op de Col du Tanneron zat Gesink helemaal geïsoleerd.

Zo goed als Gesink meeging op de cols, zo langzaam en bibberig ging het soms nog naar beneden. En daarvan profiteerde de oude krijger Rebellin met een schitterende machtsgreep. Hij koos op de top van de slotklim voor de aanval, kreeg nog enkele medevluchters mee en fietste in de afdaling de vertwijfelde Gesink op een achterstand van anderhalve minuut.

„Ik verloor de aansluiting, er waren veel valpartijen. Als ze voor je, naast je en achter je onderuit gaan, doet dat wel wat met je”, vertelde Gesink achteraf. „Het is ook lastig als je de aansluiting met de renner voor je verliest en je de weg niet goed kent. Dan wordt het gat snel groter.”

Rebellin had genoeg aan de vijfde plaats in de kopgroep om de leiding in het klassement van Gesink over te nemen. De Fransman Sylvain Chavanel won in Cannes de rit.

De eindzege van Rebellin kwam gisteren niet meer in gevaar. De 120 kilometer lange etappe van Nice naar Nice leek op een massasprint te gaan eindigen, tot de Spanjaard Luis-Leon Sanchez een kilometer voor het einde demarreerde. De Belg Maxim Montfort kwam nog dichtbij, maar Sanchez hield het vol tot op de streep. Rebellin eindigde net als Gesink in de groep, zodat aan het klassement niets meer veranderde. Gesink eindigde als vierde, op 41 seconden van de winnaar.

Vorig jaar was Rebellin ook als leider aan de slotdag begonnen, maar toen ging de overwinning op de valreep nog naar Alberto Contador. De Spanjaard was dit jaar niet welkom in Parijs-Nice omdat hij voor de Astana-ploeg rijdt.

Rebellin, die in 2003 en 2004 ook op het podium eindigde, is met zijn 36 jaar de op één na oudste winnaar van Parijs-Nice ooit. De oudste was de Fransman Raymond Poulidor, ook 36, in 1973. Rebellin hield in het klassement amper drie seconden voorsprong op zijn landgenoot Rinaldo Nocentini. Dat is de kleinste marge ooit, het vorige kleinste verschil dateert ook van 1973, toen Poulidor vier seconden voorsprong had op Zoetemelk.

Volg het wielernieuws op www.cyclingnews.com

    • Dirk Vandenberghe