Schmieren voor het socialistische schellinkje

Wouter Bos pakt eindelijk de topinkomens aan. Zijn maatregelen stellen echter zo weinig voor dat er sprake is van kiezersbedrog, vindt Ewald Engelen.

Eindelijk heeft Bos zijn maatregelen tegen topinkomens bekendgemaakt. Een 30 procentheffing over exorbitante oprotpremies, extra aanslagen op pensioenpremies, een verbod op deelname aan overnames in het geval van substantiële financiële belangen en een verschuiving van private-equityrendementen van 10 procent vermogensbelasting naar 25 procent inkomstenbelasting.

Vriend en vijand is het er over eens dat het weinig om het lijf heeft. Makkelijk te omzeilen en geringe opbrengsten. 60 miljoen verwacht het ministerie hiermee op te halen; strooigoed voor bewindslieden als staatssecretaris Dijksma om bijvoorbeeld de controle op de oppasoma te financieren. Oftewel, de maatregelen dienen niet om een ‘evenwichtige inkomensontwikkeling’ te realiseren, maar om de sociaal-democratische credentials van Wouter Bos te demonstreren. Een fraai staaltje schmieren voor het socialistische schellinkje van de SP. En succesvol ook. De spin doctors zijn er in geslaagd met grote koppen in de kranten te suggereren dat Bos nu eindelijk de rijken gaat pakken.

Toch hebben de maatregelen meer om het lijf dan uitsluitend gelikte sociaal-democratische pr. Gevreesd moet worden voor ten minste twee perverse effecten. Verscholen in het maatregelenpakket bevindt zich een scherpe en pijnlijke verhoging van de belasting op inkomsten die private-equitymanagers hebben uit bedrijfsovernames. In het licht van het Holland Financial Center-initiatief dat de financiële dienstverlening in Nederland juist wil stimuleren, is het te betreuren dat nu de laatste private equity-fondsen Nederland worden uitgejaagd. 15 procent verschil is te groot om te negeren en Londen is dichtbij.

De vraag is hoe het mogelijk is dat Bos zowel de schutspatroon van de Nederlandse financiële dienstverlening wil zijn maar er tegelijk de grootste vijand van is? Lang is gedacht dat de overheid te weinig responsief was, en dat meer directe democratie nodig zou zijn om de kloof tussen burger en politiek te dichten. De schizofrenie waar deze maatregel blijk van geeft, suggereert echter dat de overheid anno 2008 niet te weinig maar juist te veel responsief is. Ieder ongelukje is in het koortsige politieke klimaat van vandaag aanleiding voor wetgeving, ongeacht de gevolgen voor consistentie en coherentie en daarmee voor de betrouwbaarheid van de overheid.

Kwalijker is echter dat het kabinet met dit soort maatregelen het zaad zaait voor de komende electorale revolte en daarmee op de langere termijn de legitimiteit van de Nederlandse staat schaadt. Gevreesd moet worden dat dat de perfide erfenis zal zijn van de huidige generatie onzekere politici. Door te suggereren dat de overheid dit varkentje wel even zal wassen, wekt het kabinet electorale verwachtingen die het onvermijdelijk niet zal kunnen waarmaken. Hoewel de rituele koopkrachtdansjes in het Haagse anders doen vermoeden, heeft de overheid in werkelijkheid geen greep op de inkomensontwikkeling in Nederland. De grenzen van de arbeidsmarkt vallen steeds minder samen met die van de Nederlandse rechtsstaat, zeker aan de boven- en onderkant. Dat betekent dat ook morgen en overmorgen managers en bestuurders exorbitante beloningen zullen ontvangen. En daar zal, met dank aan Bos, het kabinet op worden aangesproken: u zou het toch regelen!? Met een verdere erosie van het vertrouwen van het Nederlandse electoraat in politiek en bestuur tot gevolg. Oftewel, het schmieren voor het socialistische schellinkje zou wel eens kunnen worden uitgelegd als doodordinair kiezersbedrog. En dat kan Bos en de zijnen worden aangerekend.

Ieder volk krijgt de regering die het verdient. Maar dat geldt ook omgekeerd: iedere regering krijgt het volk dat ze verdient. Onbegrijpelijk is het dat de Partij van de Arbeid zich zo laat begoochelen door de socialistische praalwagens van toen. Terwijl het toch zo simpel is. Onder condities van internationalisering passen de oude vormen van sociale rechtvaardigheid niet meer. Uitkeringen en een ‘evenwichtige inkomensverdeling’ waren de instrumenten van de sociale rechtvaardigheid van gisteren. De sociale rechtvaardigheid van morgen bestaat uit een uitmuntend onderwijsbestel, een harde bestrijding van kartels van professionals op de arbeidsmarkt, en grensoverschrijdende mobiliteitsrechten voor iedereen. Waarom dat niet met wat meer verve en wat meer consistentie het bange Nederlandse electoraat voorgehouden?

Ewald Engelen is als financieel geograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Ewald Engelen