Opera in Haïti

Foto Jørgen Krielen © Jorgen Krielen / Amsterdam, 08-03-2008 / Hans Fels Krielen, Jorgen

„Het is een onvoorstelbare veldslag geweest. Ik sliep in een kamertje boven de ruimte waar het orkest repeteerde. Dat klonk in het begin hypervals. In die tijd heb ik wel eens liggen huilen in mijn bed. Ik dacht: dit gaat nooit lukken, ik zit hier tonnen geld op te maken en er komt helemaal niets van terecht. Het kan niet, het is een hopeloze onderneming om hier in Haïti een opera op te zetten. Maar na een paar dagen begon het al wat beter te gaan. En nu, na afloop, kan ik alleen maar zeggen dat het een geweldig succes is geweest.”

Hans Fels maakte de documentaire Le Maryaj Lenglensou (De Bloedbruiloft) over een project dat hij zelf heeft geïnitieerd: de enscenering van een opera in een land waar geen opera's meer te zien zijn sinds Papa Doc in 1957 aan de macht kwam en die oude cultuur verbande. Zelfs muziekonderwijs bestaat er nauwelijks meer. De aan Haïti verslingerde cineast ontdekte dat componist Ipharès Blain en diens librettist Raoul Labuchin een eigen, Frans-creoolse versie van Garcia Lorca's fameuze toneelstuk hadden geschreven zonder enig uitzicht op uitvoering. De muziek is, aldus Fels, „een mengeling van nep-Mozart, Caraïbische ritmes en Afrikaanse trommels.” Met steun van de Stichting Doen wist hij toch een enscenering te organiseren, die in de zomer van 2006 op dertien plaatsen in Haïti is gespeeld. Gratis toegankelijk in de open lucht, voor ruim 60.000 bezoekers. De documentaire die hij daarover maakte, komt volgende week in de bioscoop.

„Ik ben groot geworden in de VPRO-traditie van documentaires maken: ik stond erbij en ik keek ernaar. Terwijl ik hier heel persoonlijk betrokken was bij wat ik filmde. Noem het auto-engagement. Het was ook nogal schizofreen, want ik had één zekerheid: ook als die opera een mislukking werd, zou ik een film hebben. Als we niemand hadden kunnen vinden die viool kon spelen, was het afgelopen geweest. Maar gelukkig kwamen er toch nog genoeg zangers en musici naar de audities. Dat was heel bijzonder als je nagaat dat Haïti geen enkele klassieke muziektraditie meer heeft. Het is een land waar eigenlijk geen plaats meer is voor iemand die noten kan lezen.

„Ik kende René Nieuwint sinds hij een paar jaar geleden de muziektheaterproductie Jona van Willem Breuker dirigeerde, en heb hem gevraagd de leiding van het operaproject op zich te nemen. Hij heeft keihard gewerkt. Niet alleen wegens het ontbreken van een muziektraditie, maar ook omdat er bijna geen discipline meer was. Aan het begin van de eerste repetitie moest hij de musici vertellen dat ze eerst hun instrument moesten stemmen – ze dachten dat ze zomaar konden beginnen.

„Maar het is geen mislukking geworden. Integendeel: het was een waanzinnig succes. Alles bij elkaar hebben we op de ene of andere manier 135 mensen in dienst gehad, voor en achter het toneel. En iedereen die eraan meewerkte, heeft er een enorm gevoel van trots aan ontleend. Haïti is een land waar elke dag honderden mensen worden gekidnapt. Zelf liep ik met bodyguards rond omdat ik voor allerlei lieden alleen maar een zak geld was.

„We hebben alles moeten uitvinden. Maar nu is het er, er is een orkest en er is ervaring. Nu moeten we ons best doen het in stand te houden. We willen een opleiding opzetten voor muziek, tv, film, journalistiek en dramaturgie. De rapper Wyclef Jean, die in Haïti geboren werd en in New York woont, gaat ons wellicht helpen. En ik vind dat er een tweede opera moet komen. In zo'n land kan kunst meer genezing brengen dan een nieuwe waterput.”

Le Maryaj Lenglensou (De Bloedbruiloft), vanaf 27/3 in de bioscoop.

    • Henk van Gelder