Kunnen dieren ook het Downsyndroom hebben?

Nicky Hazewinkel uit Hoofddorp heeft een „lief maar dom hondje, bij wie de tong er vaak uithangt”, en dat ze liefkozend ‘ons kleine mongooltje’ noemt. Zijn er ook dieren met het Downsyndroom?

Even terug naar biologieles. Mensen hebben 23 paar chromosomen met DNA, in totaal dus 46 (ter vergelijking: fruitvliegen hebben 8 chromosomen, honden 78 en aardappels 48). Bij mensen met het syndroom van Down, bestaat het erfelijk materiaal van de 21ste chromosoom niet in tweevoud, maar in drievoud (trisomie). Het gevolg is een te hoge eiwitproductie, een verstandelijke handicap en de bekende, afwijkende gelaatstrekken.

Trisomieën zijn bij de mens en de meeste diersoorten al voor de geboorte of kort daarna dodelijk, legt Hein van Lith, proefdiergeneticus aan de Universiteit Utrecht, uit. Wat dat betreft is trisomie-21, zoals het syndroom van Down ook wel heet, echt een uitzondering. Mensen met deze genetische afwijking worden meestal minder oud, maar hebben nog een redelijke levensverwachting. Dieren niet; een dier met een verdriedubbeld chromosoom (met uitzondering van de geslachtschromosomen) sterft kort voor of kort na de geboorte.

Zijn er dan helemaal geen dieren met het syndroom van Down? Voorzover bekend is er maar één dier in de geschiedenis geweest die het leek te hebben: een chimpansee, met een trisomie van het 22ste chromosoom. Van alle dieren lijken chimps genetisch ook het meest op mensen. Hun DNA komt voor ongeveer 99 procent overeen met het onze.

Wegens het gebrek aan dieren met Down waren dierproeven ernaar lange tijd onmogelijk. Van Lith: „Inmiddels is het via bestraling wel mogelijk bij muizen een ‘model’ voor het Downsyndroom te construeren.” Maar die muizen zijn dus niet vanzelf met het syndroom geboren en in leven gebleven. Verder is geen levend dier bekend met een vergelijkbare afwijking. Met Nicky’s hondje moet dus iets anders aan de hand zijn.