Klimmer moet nog leren dalen

In de etappekoers Parijs-Nice veroverde Robert Gesink de gele trui in een zware beklimming, twee dagen later verspeelde hij zijn leiderstrui in een afdaling.

Gilbert vraagt om meer respect bij dopingcontroles. Foto Cor Vos Nice - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - 7e etappe Parijs - Nice - Nice - Nice - sfeer illustratie - Davide Rebellin (Gerolsteiner) - Rinaldo Nocentini (Ag2r) - Philippe Gilbert (Francaise Des Jeux) - foto Wessel van Keuk/Cor Vos ©2008 Vos, Cor

Klimmen kan de jonge Nederlandse wielrenner Robert Gesink al als de beste. Dat bewees de 21-jarige renner van de Raboploeg afgelopen donderdag op de Mont Ventoux. Op de besneeuwde flanken van de legendarische ‘Kale Berg’ in de Provence had hij de ene na de andere favoriet het nakijken gegeven. Vooraf had hij de etappe naar de Ventoux al aangestipt in zijn agenda. Grootspraak, meenden sommigen, maar Gesink maakte de belofte wel waar. Hij baalde na afloop dat zijn medevluchter Cadel Evans nog met de ritzege aan de haal ging, maar Gesink kreeg wel de gele leiderstrui om zijn schouders. Evans is ook niet de eerste de beste. De Australiër was vorig jaar de nummer twee in de Tour de France en als hij zijn vorm behoudt zal hij dit jaar waarschijnlijk ook weer bij de favorieten horen.

Gesink begon het slotweekend van Parijs-Nice met 32 seconden voorsprong op de Italiaan Davide Rebellin en met de droom om na Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Gerrie Knetemann en Michael Boogerd de vijfde Nederlander te worden op de erelijst van de ‘rit koers naar de zon. Zaterdag kregen de renners opnieuw een zware bergetappe voor de kiezen, met zeven beklimmingen. En opnieuw klom Gesink met de besten mee, hoewel hij ondertussen al zijn ploeggenoten had verloren. Bram Tankink kwam door een zere knie niet meer aan de start, Juan Antonio Flecha kon zich nog nuttig maken door een wiel af te staan aan zijn Nederlandse kopman, die met een lekke band even aan de kant had gestaan. Maar op de Col du Tanneron zat Gesink helemaal geïsoleerd.

Zo goed als Gesink meeging op de cols, zo langzaam en bibberig ging het soms nog naar beneden. En daarvan profiteerde de ervaren Rebellin met een schitterende machtsgreep. Hij koos zaterdag op de top van de slotklim voor de aanval, kreeg nog enkele medevluchters mee en fietste in de afdaling de vertwijfelde Gesink op een achterstand van anderhalve minuut.

„Ik verloor de aansluiting, er waren veel valpartijen. Als ze voor je, naast je en achter je onderuit gaan, doet dat wel wat met je”, zei Gesink na afloop van de etappe in Cannes. „Het is ook lastig als je de aansluiting met de renner voor je verliest en je de weg niet goed kent. Dan wordt het gat snel groter.”

Rebellin werd zaterdag vijfde en nam de leiding in het klassement van Gesink over. In finishplaats Cannes was de dagzege voor de Fransman Sylvain Chavanel.

Gisteren kwam Gesink opnieuw in de problemen in een afdaling. In de 120 kilometer lange slotetappe van Nice naar Nice kon hij in de afdaling van La Turbie de voor hem gevallen Rinaldo Nocentini niet ontwijken. Via de Italiaan knalde hij tegen een muurtje, maar ondanks pijn aan de linkerkant van zijn lichaam kon hij de rit vervolgen. Met nog meer angst voor het afdalen.

De eindzege van Rebellin kwam gisteren niet meer in gevaar. De rit leek in een massasprint te gaan eindigen, tot de Spanjaard Luis-Leon Sanchez een kilometer voor het einde demarreerde. De Belg Maxim Montfort kwam nog dichtbij, maar Sanchez hield het vol tot op de streep. Rebellin eindigde net als Gesink in de groep, zodat aan het klassement niets meer veranderde. Gesink eindigde als vierde, op 41 seconden van de winnaar.

Vorig jaar was Rebellin ook als leider aan de slotdag begonnen, maar toen ging de overwinning op de valreep nog naar Alberto Contador. De Spanjaard was dit jaar niet welkom in Parijs-Nice, omdat hij bij de ploeg Astana rijdt. Doordat de Kazachstaanse Astana-renner Alexander Vinokoerov in de Tour van 2007 op bloeddoping was betrapt, werd die ploeg niet uitgenodigd voor Parijs-Nice. Ook in de Tour mag Astana niet starten.

Rebellin, die in 2003 en 2004 ook op het podium stond, is met z’n 36 jaar de op één na oudste winnaar van Parijs-Nice. De oudste was de Fransman Raymond Poulidor, ook 36, in 1973. Rebellin had in de eindstand drie seconden voorsprong op zijn landgenoot Nocentini. Tot gisteren dateerde het kleinste verschil ook van 1973, toen Poulidor vier seconden voorsprong had op Zoetemelk.

    • Dirk Vandenberghe