Kamperen in de regen en fluiten naar je geld

„Zet je stoel lekker in zijn achteruit en ontspan bij de strandmedley”: radiopiraat Pieternel (Carine Crutzen) draait plaatjes, haar man Christ (Gijs Scholten van Aschat) leert wijn drinken. Foto Deen van Meer 'De Geschiedenis van de Familie Avenier 3' van Maria Goos door Het Toneel Speelt regie: Jaap Spijkers premire 16 maart 2008 Stadsschouwburg Amsterdam op de foto vlnr.: Carine Crutzen (Pieternel) en Gijs Scholten van Aschat (Christ) alle rechten voorbehouden bij gebruik naamsvermelding verplicht foto en auteursrecht fotograaf Deen van Meer Beroepsvereniging van fotografen GKÄ Oudezijds Voorburgwal 221 1012 EX Amsterdam tel.: 06.53617774 Postbank 3560388 email: deeninbeeld@wanadoo.nl Meer, Deen van der

Theater De geschiedenis van de familie Avenier deel 3 en 4, van Maria Goos, door Het Toneel Speelt. Tournee t/m 14 juni. Inl.: www.hettoneelspeelt.nl

Met Maria Goos ben je altijd meteen thuis. Deel 3 van haar vierluik De geschiedenis van de familie Avenier speelt zich af op een Brabantse camping in de regen, jaren tachtig. De familie is bijeengekomen om het belegde kapitaal van het familiebedrijf te verdelen. Eindelijk een leven hard werken cashen.

Dit is het oude, volkse Nederland: het wordt nooit echt wat gekanker, gedoe met geld, en een kneuterige sfeer van mislukking. Maar het is wel gezellig. En lachen. Vooral als uitblinkers Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok een paar van Goos’ gouden grappen erin beuken. 'Blok heeft een enorme voorbindbuik. Daarvan heeft hij geduchte concurrentie, want het publiek vindt Bloks buik veel leuker dan zijn verbale grappen.

Met Avenier heeft dramaschrijfster Maria Goos een stap verder willen zetten. Het is een uitgebreid epos van zo’n acht uur, verdeeld over twee avonden, waarin het sterk veranderde Nederland van de laatste vijftig jaar wordt behandeld. Ooit was het plan dat de toneelversie tot een tv-serie zou leiden, maar die gaat er nooit komen. Jammer, want je blijft denken: had Goos dit maar uitgewerkt tot een lekker lang door emmerende Brabantse Heimat.

Nu blijft het een volgepropt allegaartje, met te veel personages en slecht uitgewerkte subplotjes, dat niet op gang komt. Het exposé duurt eindeloos, gedurende een goed deel van deel drie ben je bezig met uitzoeken wie wie ook al weer was, en hoe de familiestamboom in elkaar zit. De hoofdintrige blijkt vervolgens niet veel om het lijf te hebben. Goos blijft een groot dialogenschrijfster, maar een matige plottenbakker.

Daarbij komt dat die gebreken al bij de eerste twee delen bleken, en dan verwacht je in het vervolg enige verbetering. Minder dan in de vorige delen geeft Goos een goed tijdsbeeld. De jaren tachtig, het ik-tijdperk, de leugen dat kapitalisme goed is voor iedereen; het zit er wel in, maar heel schetsmatig. Goos voelde zich in de jaren vijftig en zestig beter thuis.

Goos’ sterke punten blijven echter ook staan. Uit op Brabants dialect steunende dialogen schept zij levensechte personages scheppen waar een groep goede acteurs van Het Toneel Speelt – hier wederom onder sterke acteursregie van Jaap Spijkers – veel mee kan. Net als in deel 1 heeft Spijkers flink in de verkleedkist van het Brabants volkstoneel getast, en er staan authentiek ogende caravans en klapstoelen op toneel. Dus is het een paar uur genieten en je warmen aan Goos’ menselijkheid en herkenbaarheid. Al gaat het nergens heen, en zit je naar een proloog te kijken van een verhaal dat nooit van de grond komt.

Zo is deel 4, na de pauze, een lange epiloog van een vierluik dat nooit van de grond is gekomen. Eén van de zusters is dement en ziet voor haar geestesoog alle familieleden weer verschijnen. De liefdesrelaties krijgen in haar hoofd een mooi happy end. Als al het werk is gedaan, en de grote problemen zijn gesleten, hervinden de echtelieden elkaar in de rust van de laatste jaren. Licht in de levensavond. Dit laatste deel is pretentieus vormgegeven, met een leeg toneel, dwarrelende sneeuw, en opdoemende geesten in zwarte pakken. Goed voor het kunsttoneel, maar misplaatst in een volks familiedrama. De impressionistische vertelvorm is wel geschikt voor de losse stijl van Goos.

Wat voor belangrijks hebben we na acht uur toneel kijken geleerd over deze familie of over Nederland 1950-2000? Wat is Goos’ centrale gedachte? Door de ongekende welvaart en de culturele omwenteling van de jaren zestig, hebben we veel gewonnen en wellicht nog meer verloren. Vooral het samen zijn. Voor een familie oude stijl, als de Aveniers, is geen plaats meer. Zoveel is duidelijk. Maar verder? Goos komt niet verder dan een heleboel vage schetsen.

Dit toneelepos maakt zijn ambities niet waar, en dat is gezien de reputatie van Goos teleurstellend. Maar er zitten wel mooie momenten in, grote acteerprestaties en fantastische dialogen.