Het IOC slaapt het liefst rustig verder

Naarmate de kritiek op Peking als keus voor de Olympische Spelen toeneemt, worden de leiders van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) nerveuzer. Het zal ze toch niet gebeuren dat discussies over mensenrechten en Tibet het sportfeest gaan overheersen.

IOC-voorzitter Jacques Rogge verkondigt dat de Spelen niet gepolitiseerd mogen worden. Dat vindt ook de Chinese overheid, met verwijzing naar het olympische handvest, waarin een verbod op politiek activisme staat.

Maar aan dat handvest hebben geëngageerde coaches en sporters geen boodschap zo lang ze niet geaccrediteerd zijn. Tot die tijd hebben de Jacco Verhaerens en de Pieter van den Hoogenbands het recht hun mening te geven, ook al is die politiek getint en de Chinese overheid vijandig gezind.

In de commentaren vanuit het IOC-hoofdkantoor in Lausanne is een patroon van geforceerde afstandelijkheid te herkennen. Willen Verhaeren en Van den Hoogenband dat het IOC stelling neemt over mensenrechten, dan zegt Rogge dat het IOC niet de VN zijn en het de Chinese overheid niet onder druk wil zetten.

Een drogreden van de leider van een organisatie, die in 2001 bewust Peking als olympische stad in 2008 heeft aangewezen. Je moet wel heel naïef zijn om bij die keus te veronderstellen dat de politieke verontwaardiging op een goed moment zal overwaaien.

Intussen roeren zich ook de Tibetanen, met een bloedige onderdrukking van protesten door het Chinese leger in de hoofdstad Lhasa tot gevolg. En hoe reageert het IOC? Woordvoerster Giselle Davies: „Het IOC hoopt dat het zo snel mogelijk rustig wordt.”

Maar de onrust groeit op vele fronten dusdanig dat hopen geen zin meer heeft. Het wordt tijd dat het IOC zich bezint en hardere standpunten inneemt. Dat is de dure plicht van een organisatie die de Olympische Spelen naar een omstreden land brengt en daarmee als enige verantwoordelijk is voor het politiseren van de Spelen.

Henk Stouwdam