Glazen potje

Als kind fantaseerde ik over de nabijheid van de dood. Ik was ervan overtuigd dat een ijselijke wind je alles zou benemen. Met de dood in de buurt – ook als hij niet voor jou kwam – kon je niet meer eten, niet praten, niet bewegen. Van buitenaf moest je weer een duwtje krijgen, anders was je tot niets in staat.

Inmiddels heb ik gemerkt dat mensen die een naaste verliezen zelf nog tot van alles in staat zijn. Ze kunnen bellen, troosten, koffiezetten, lachen, huilen, autorijden, post openscheuren, een parkeerkaart aanschaffen. Maar wat kun je nog als je eerste kindje op zijn eerste levensdag sterft?

Profwielrenner Kevin Van Impe maakte het mee. Zijn zoontje werd vorige week te vroeg geboren en liet na zes uur het leven. Een paar dagen later zat hij in zijn huis in Erpe-Mere met de begrafenisondernemer om de tafel.

Van Impe en zijn vrouw hadden gekozen voor een crematie. Als wielrenner denk je normaal gesproken aan je fiets, aan voeding, aan een oordopje, aan het parcours. Nu moest Kevin Van Impe zijn mening geven over het doodskistje, wel of geen bloemen en het lettertype van de rouwkaart.

Toen ging de deurbel. De dopingcontroleur. Met als eerste zin: „Kom ik ongelegen?”

Wie had deze scène kunnen verzinnen? John Cleese, Jiskefet, French and Saunders? Niet uit te leggen krankzinnigheid. Humor mag een beetje pijn doen, zeggen ze dan. Waar houdt humor op en begint gêne?

De dopingcontroleur stapte binnen met formulieren en een glazen potje. Of Kevin even een plasje wilde plegen. Ik stel me voor dat de staalkaart met vurenhout, eiken en wit afgelakte wengé nog tussen de begrafenisondernemer en mevrouw Van Impe op tafel lagen.

Volgens Vlaamse kranten heeft Kevin Van Impe de situatie uitgelegd maar wilde de man de dopingprocedure toch graag afmaken. Van Impe moest in het bijzijn van de controleur plassen.

Het duurde uiteindelijk een uur voordat de wielrenner een paar druppels uit de blaas geperst kreeg. Een uur. De dopingcontroleur – de simpele arts is ook maar een vazal van De Almachtige Wielerbazen – ligt zwaar onder vuur in België. De man beweerde dat Van Impe zelf wilde plassen.

Ik was er niet bij. En toch, ik zie een man met een glazen potje, een water drinkende wielrenner die onafgebroken frommelt aan zijn kruis, een door verdriet overmande vrouw en een begrafenisondernemer die formaat, kleur en houtsoort wil weten.

De profwielrenner van tegenwoordig moet opgeven waar hij elke dag verblijft – de door Rasmussen zo beroemd geworden ‘whereabouts’ – en altijd beschikbaar zijn voor een onverwachte dopingcontrole. Hoe vogelvrij kan een sporter zijn?

Het peloton bleef gistermiddag uit protest tegen de gang van zaken een paar minuten stilstaan bij de start van de laatste etappe van Parijs-Nice. De wielrenners zijn niet tegen controles, maar ze houden van goede manieren.

Vandaag wordt het zoontje van Kevin Van Impe gecremeerd. De wielrenner moet melden waar hij is. Van Impe overwoog serieus ‘het crematorium van Lochristi’ als whereabout op te geven.

Er is nog één scène mogelijk die het beeld van de huiskamer in Erpe-Mere kan overtreffen:

De begrafenisondernemer drukt op een knop. Het kistje zakt. Verdriet in het kwadraat. De aula is zwanger van de dood. Achterin piept de deur. Niemand heeft nog omgekeken. Maar hij staat er echt: de man met het glazen potje. Komt hij ongelegen?

Ik houd het voor mogelijk.

    • Wilfried de Jong