Excessieve beloningen

Topinkomens in het particuliere bedrijfsleven zijn geen zaak van de overheid, maar van de ondernemingen zelf. Dat het kabinet „excessieve beloningen” toch wil aanpakken, is uit politieke en maatschappelijke overwegingen begrijpelijk. Maar de vraag naar de effectiviteit is hierbij wel aan de orde. De bewindslieden van Financiën, minister Bos (PvdA) en staatssecretaris De Jager (CDA), hebben enkele maatregelen in het vooruitzicht gesteld, waarbij het fiscale instrumentarium wordt gehanteerd om bovenmatige beloningen af te toppen. Het kabinetsvoornemen definieert ook wat onder ‘excessief’ moet worden verstaan. Excessief is bijvoorbeeld dat werknemers met een jaarloon van 500.000 euro of hoger bij vertrek een vergoeding krijgen van meer dan één jaarloon. Daarover moet de werkgever dan 30 procent extra aan de belasting afstaan, zo is de bedoeling.

Het afromen van topinkomens langs fiscale weg kan een averechts effect hebben. Het is twijfelachtig of het remmend werkt; het is niet onaannemelijk dat topbestuurders alleen maar hogere beloningen zullen claimen om het fiscale verlies te compenseren. Dan profiteert de schatkist mee, maar het verandert niets aan het buitensporige karakter van de beloningen, inclusief extraatjes als bonussen. Het profijt voor de fiscus is bovendien beperkt; de groep met zulke hoge salarissen wordt geschat op een paar duizend werknemers en de belastingopbrengst op maar 60 miljoen euro per jaar.

Het belangrijkste argument dat het kabinet heeft voor de aanpak van hoge beloningen in het particuliere bedrijfsleven is psychologisch van aard. Het komt tegemoet aan in de maatschappij gevoelde ergernis, zo niet jaloezie. Er is ook een praktisch belang: als de stand van de economie in het algemeen of het van een bepaald bedrijf in het bijzonder weer eens noopt tot loonmatiging, is het klimaat daarvoor op voorhand verpest wanneer aan de top bovenmatig wordt geïnd. Toch zijn de salarissen en de bonussen primair een zaak van zelfbeheersing en van degenen die er in een bedrijf op moeten toezien: de raad van commissarissen, de aandeelhouders en de ondernemingsraad, die er straks een adviserende rol over krijgt.

Relevanter is het kabinetsplan om bij voorgenomen bedrijfsovernames bestuurders die daar een persoonlijk belang bij hebben uit te sluiten van de besluitvorming daarover. De situatie waarbij de bestuurder van een overname persoonlijk beter wordt, terwijl het belang van het bedrijf er juist niet mee is gediend, is inderdaad zeer ongewenst. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) werkt aan een wetsvoorstel ‘bestuur en toezicht’, waarvan de consequentie kan zijn dat de raad van bestuur in zijn geheel buiten de formele besluitvorming wordt gehouden ten faveure van de raad van commissarissen of de aandeelhoudersvergadering. Het is de vraag of dit in de praktijk realiseerbaar is. Bevriezing van het aandelen- en optiepakket van bestuurders ten tijde van overnamegesprekken is alvast een goede optie. Het vennootschapsbelang hoort altijd boven het persoonlijk belang te gaan.