De mooiste plaats en de grootste waffel

Het broeit op de markten in Nederland. In Rotterdam dreigen boze standwerkers binnenkort de Coolsingel „plat te gooien”, omdat ze nog maar één product mogen verkopen.

Rob Baan voert actie op de markt in het centrum van Rotterdam: „Bezopen, de éénartikelregel betekent dat ik nog maar één soort handtasje kan verkopen.” Foto Floren van Olden Rotterdam 15-3-2008 Op de markt bij Blaak komen standverkopers in opstand tegen de nieuwe plannen van de gemeente. Deze verkopers die doorgaans zonder prijskaartje verschillende producten verkopen zullen gebonden worden aan 1 product. Het zal hierdoor volgens de marktkoopmannen over zijn met de diversiteit en rage verkopen. (Voor bij het artikel van MARK NRC Handelsblad, hij heeft wat namen van aktievoerders). Foto Floren van Olden Olden, Floren van

Oorlog op de markt van Rotterdam? Het lijkt erop. Rob Baan slaat zaterdagmiddag opruiende taal uit te midden van de marktkramen op de Binnenrotte. „Beste mensen, als u maatje 38 heeft, kon dat straks wel eens een probleem worden”, tettert hij door zijn megafoon. Een collega-standwerker deelt intussen pamfletten uit aan bezoekers, van wie een enkeling zijn sympathie betuigt. „Joh, ze zijn gek geworden op dat stadhuis.”

Baan (52) is voorzitter van de Rotterdamse Standwerkers Bond (RSB) en staat al zeventien jaar op wat hij, in sappig Rotterdams, consequent „de mart” noemt. Hij is boos. Of beter: hij is woedend. „Ze willen ons gewoon de nek omdraaien.” Zijn belangenclub telt tachtig leden. En die laten niet met zich sollen, verzekert Baan.

De woede richt zich op de gemeente Rotterdam, die heeft laten weten strenger te zullen optreden tegen ‘de vrije jongens van de markt’. Om de markt „weer aantrekkelijk te maken” en oneerlijke concurrentie tegen te gaan, moeten de standwerkers de regels naleven: slechts één product mogen ze verkopen. Op een tafel van maximaal drie meter.

Een oorlogsverklaring dus, constateert Baan. „Het probleem is: China is dichterbij dan Hoek van Holland.” Eén druk op de knop, zegt Baan, en bij wijze van spreken de volgende dag al meert een schip vol „rageartikelen” af in de haven. Wie hem niet gelooft, moet maar eens gaan kijken bij de Blokker of het Kruidvat. „Daar wemelt het van de hebbedingetjes, waardoor het voor ons steeds lastiger wordt met iets nieuws te komen.”

Nederland telt in totaal 2.800 geregistreerde standwerkers. Ook in andere steden ageert een deel van hen tegen lokale overheden die de teugels de laatste tijd aanhalen. Maar nergens is het verzet zo hevig als in de stad met de meeste kramen van Nederland. Rotterdam telt op zaterdag drie markten (centrum, Afrikaanderplein en Delfshaven), samen goed voor ruim duizend stands. In het centrum alleen al komen op een gemiddelde zaterdag zo’n 60.000 bezoekers.

„Rotterdam is, mede door de bevolkingssamenstelling [relatief veel minima, red.], het grootste warenhuis van Nederland”, zegt Benvenido van Schaik. Hij is zelf standwerker (drievoudig Europees kampioen) en secretaris van de landelijke Centrale Vereniging Ambulante Handel (500 leden), en geen vriend van Baan. Hij spreekt van „Zwarte Zaterdag door toedoen van een handjevol kooplieden dat hun vak niet verstaat”.

Die mening vindt weerklank op de Binnenrotte, zo leert een korte rondvraag onder de vaste kraamhouders. „Ze hebben de mooiste plaatsen en de grootste waffel, maar standwerkers zijn het niet”, zegt een kledingverkoper die niet met zijn naam in de krant wil.

Zijn verhaal wordt onderschreven door een collega even verderop. „Deze jongens rollen gewoon hun waar uit in hun kraam, zoals wij dat ook doen. Standwerken, met een mooi praatje en een demonstratie, daar hebben ze geen zin meer in. Ze willen omzet draaien, en zitten daarbij voor een dubbeltje op de eerste rang.”

Vrijdagmiddag kondigde de gemeente Rotterdam alsnog een afkoelingsperiode af. Pas over een maand zal Stadstoezicht controleren op naleving van de éénartikelregel, en zonodig boetes uitdelen. Baan: „Bezopen, het betekent dat ik nog maar één soort handtasje kan verkopen. Alleen het kleurtje mag verschillen.”

Zijn tegenstrever Van Schaik zucht als hij „die grijs gedraaide plaat” hoort. „Standwerkers moeten zich niet bezighouden met kleding of schoeisel. Daar zit de winst niet. Het gaat om ‘een’ product, niet om ‘één’ product. Bovendien moet je na zo lang praten ook eens je verlies kunnen nemen.”

Maar Baan kondigt „harde actie” aan. Bindt de gemeente Rotterdam niet in, dan „gooien wij de Coolsingel plat”. Dat is geen loos dreigement, benadrukt hij. „Dit is broodroof!”

    • Mark Hoogstad