De grootstedelijke problematiek in Tibet

Een Tibetaanse monnik die een ruit intrapt: de beelden uit Lhasa in het NOS Journaal van zaterdag waren op z’n minst ongebruikelijk. Nu hebben we misschien hier een iets te romantisch beeld van de geweldloze Tibetanen, zo opperde Dirk Jan van den Berg, tot voor kort Nederlands ambassadeur in Peking, de volgende middag in Buitenhof. „Reken maar dat ze terugslaan!”, voegde de ex-diplomaat toe in een uiterst nuttige duiding van het nieuws. Natuurlijk heeft de Chinese regering ook belang bij het verspreiden van zulke beelden, die een alibi kunnen leveren voor het snel en hard „orde op zaken stellen.”

Van den Berg voorspelde dat we „in de komende uren” nare berichten zouden krijgen. Peking legt immers de hoogste prioriteit bij „de integriteit van het Chinese grondgebied”, ofwel „de twee T’s: Tibet en Taiwan.” Dat belang weegt zelfs zwaarder dan dat van een positief internationaal imago in de aanloop naar de Olympische Spelen.

Aan de andere kant heeft China, aldus Van den Berg, nog nooit zo opengestaan voor invloeden van buitenaf als op dit moment. Een olympische boycot of andere onvriendelijke gestes van de internationale gemeenschap mogen misschien de afzender een goed gevoel bezorgen, maar ze zullen niet begrepen worden en uitsluitend contraproductief werken. Herhaaldelijk aandringen op bescherming van de Tibetaanse identiteit zou meer effect sorteren. Heel slim dus van de Dalai Lama om te vragen om internationale waarnemers in Lhasa. Zoiets kan een land dat zegt graag de hele wereld te verwelkomen, moeilijk weigeren.

Maar op een opstootje voor de hekken van de Chinese ambassade in Den Haag na bleven de voorspelde nare beelden van een bloedige showdown in de loop van zondag nog uit. Ze hadden geleverd kunnen worden door de Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen, als die niet daags voor het uitbreken van de protesten Tibet verlaten had. Bij aankomst op Schiphol was zijn voicemailbox gevuld met mensen die informeerden of hij nog in Lhasa was, vertelde Van Lohuizen in De kunst (NPS). Hij had in opdracht van Time een paar weken foto’s gemaakt van Tibetaanse jongeren in de Chinese provincie, die tot de snelst groeiende economische regio’s van de wereld behoort. Hij repte van technorockpaleizen en enorme internetcafés bevolkt door gamers: „Maar het irriteert mensen als ze een monnik met een mobiele telefoon zien.”

Ook Van den Berg had het over „een enorme economische vooruitgang die ongelijk neerdaalt” en een daaruit voortvloeiende „grootstedelijke problematiek” in Lhasa. Kijk, dat wisten we allemaal nog niet. Het siert de Nederlandse televisie dat na een periode van voornamelijk op de binnenlandse problemen gerichte berichtgeving er weer alert en zinvol op de internationale actualiteit wordt gereflecteerd.

Vrijdag noemde Selma Leydesdorff, hoogleraar mondelinge geschiedenis en auteur van een boek over de vrouwen van Srebrenica, het bij Pauw en Witteman „typisch Nederlands” om niet te weten dat de oorlog in voormalig Joegoslavië een seksueel karakter had, met systematische verkrachtingen en castraties als strijdmiddel.

We horen dat liever niet, maar het is een eeuwenoud verschijnsel. In de documentaire Geheime musea in de kunstrubriek Close Up (AVRO) zagen we hoe het liederlijke karakter van de klassieke beschaving door de christelijke cultuur van Europa stelselmatig verborgen is gehouden. Jean-Jacques Lebel, een verzamelaar van erotische kunst, beweerde dat het Vaticaan laden vol afgehakte marmeren piemels bewaart, verwijderd door een officiële castreerder om vijgenbladen op de beelden te kunnen aanbrengen. En de psychoanalyticus Jacques Lacan nodigde in de jaren vijftig en zestig Parijse intellectuelen bij hem thuis uit om ze te choqueren met Gustave Courbets schilderij L’origine du monde (1866), dat plastisch toont waar de kindertjes vandaan komen. Nu het open en bloot in het Musée d’Orsay hangt, spiegelen wij ons graag aan de deugd van geslachts- en geweldloze monniken.