Botsende ego’s in Hongarije, plus ‘een volk dat graag klaagt’

In hun strijd om de macht praten Hongaarse politici hun land een complex aan, zegt ex-eurocommissaris Péter Balázs. Gelukkig redt de Hongaarse economie het ook zonder politici.

Péter Balázs Foto Bloomberg EU Commissioner to be from the acceding candidate country Hungary, Peter Balazs, poses for a photo at the Commission headquarters in Brussels, Tuesday March 16, 2004. Photographer: Paul O Driscoll/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

„De parkeerterreinen voor de hypermarkten staan 24 uur per dag vol. Investeerders uit de hele wereld vestigen zich hier. We zijn volwaardig lid van de EU en de NAVO. En toch zijn onze politici erin geslaagd Hongarije neer te zetten als een land van verliezers.”

Péter Balázs, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Central European University in Boedapest, is ambassadeur voor Hongarije bij de EU en eurocommissaris geweest. Nu, als hoogleraar, onderzoekt hij de gevolgen van de uitbreiding van de EU.

In 2006 noteerde Hongarije het grootste begrotingstekort (ruim tien procent van het bbp) van alle EU-landen. Dat moet worden teruggebracht naar drie procent. De socialistische premier Ferenc Gyurcsány kondigde zomer 2006 ingrijpende hervormingen en bezuinigingen aan maar bracht zichzelf in diskrediet toen een speech uitlekte waarin hij toegaf jarenlang te hebben gelogen over de economische situatie.

Het schandaal leidde tot gewelddadige demonstraties. Viktor Orbán, leider van de rechts-conservatieve oppositiepartij Fidesz, erkent de legitimiteit van „deze regering van leugenaars” niet, en verlaat het parlement als de premier het woord neemt. Op 9 maart stemde een overweldigende meerderheid van de Hongaarse kiezers in een referendum voor afschaffing van impopulaire maatregelen in de gezondheidszorg en het hoger onderwijs.

Een nederlaag voor Gyurcsány?

„Een waarschuwing aan de regering: leg beter uit waar je mee bezig bent. Hongaren zijn hervormingsmoe. Met hervormingen van de gezondheidszorg was het beter geweest eerst in een paar ziekenhuizen te beginnen, de gevolgen daarvan te analyseren en pas dan een algemeen beleid te formuleren. Maar Gyurcsány wil alles tegelijk.”

De oppositie viert de overwinning alsof ze de regering ten val heeft gebracht.

„Fidesz interpreteert de uitslag onjuist. De vragen in het referendum waren absurd. ‘Bent u er ook tegen dat u moet betalen voor doktersbezoek?’ Het is alsof je vraagt: ‘Bent u er ook voor dat bier gratis wordt?’ Natuurlijk zegt een meerderheid ja. Het is helaas in Hongarije gemakkelijk om een referendum te organiseren. Met 200.000 handtekeningen ben je er al.”

Maar het was toch duidelijk een stem tegen Gyurcsány?

„Ja. De weerzin tegen vooral zijn arrogante manier van optreden is groot. Deels is zijn rigoureuze hervormingspolitiek begrijpelijk. Zijn voorgangers, onder wie Orbán, hebben noodzakelijke maatregelen voor zich uitgeschoven. Gyurcsány wilde niet langer uitstellen. ‘We hebben gelogen’, zei hij. Daarmee bedoelde hij dat alle politici de laatste jaren hebben gelogen. We moeten nu de bittere pil slikken, zegt hij, en daarna komen betere tijden. Maar hij heeft in politieke zin grote fouten gemaakt. Zijn regering is uitermate zwak. Op twee ministers na zijn het mensen zonder gezag. En daaraan is Gyurcsány zelf schuldig. Hij wil zelf alles domineren. Zijn fout is dat hij slechts ja-knikkers om zich heen duldt. Tegenover hem staat Orbán. Twee botsende ego’s. Orbán bedrijft politiek voor eigen publiek, tijdens manifestaties en spreekbeurten in bevriende kring. Hij is erin geslaagd het land in tweeën te splitsen.”

Heeft Orbán een alternatief plan om het begrotingstekort terug te dringen?

„De oppositie heeft geen plan, maar slechts één doel: deze regering kapotmaken. Orbán weet heel goed de onvrede om te zetten in politieke winst. Het lukt helaas geen enkele politicus om de verworvenheden van vandaag aan de man te brengen. Niemand kan het slechte gevoel, dat op weinig is gebaseerd, wegnemen.”

Toch zijn er grote zorgen, over de lage economische groei (1,3 procent) en de hoge inflatie (7 procent).

„De economie kan beter, maar doet het niet slecht. Er werd nog nooit zo geconsumeerd als nu. Er is voldoende werkgelegenheid. Hongaren, anders dan Roemenen of Bulgaren, willen niet emigreren. Er zijn tal van nieuwe projecten, gefinancierd met EU-subsidies. Helaas zijn de Hongaren een volk dat graag klaagt.”

Tot de verkiezingen van 2010 hebben we een tandeloos parlement, en een oppositie die alles doet om de regering te dwarsbomen. Wie bestuurt intussen Hongarije?

„Dat doet de markt, zoals een vliegtuig op de automatische piloot. Echte beslissingen over de economie worden genomen door investeerders, managers en banken. Die zijn, anders dan onze politici, wél op de lange termijn gericht.

„Het heeft voor Gyurcsány geen zin om nu de teugels te laten vieren, want populair wordt hij nooit meer. Zijn partij zal hem vlak voor de verkiezingen afdanken. Zijn enige kans op een plek in de geschiedenisboekjes is consequent doorgaan met hervormen, hetgeen hem de kop kost.”

    • Tijn Sadée