‘Avenier’ half gelukt

Het slot van Maria Goos’ toneelepos over de familie Avenier rammelt.

Maar het blijft genieten.

Tjitske Reidinga en Fockeline Ouwerkerk in De geschiedenis van de familie Avenier. Foto Deen van Meer 'De Geschiedenis van de Familie Avenier 3' van Maria Goos door Het Toneel Speelt regie: Jaap Spijkers premire 16 maart 2008 Stadsschouwburg Amsterdam op de foto vlnr.: Tjitske Reidinga (Toos) en Fockeline Ouwerkerk (Anneke) alle rechten voorbehouden bij gebruik naamsvermelding verplicht foto en auteursrecht fotograaf Deen van Meer Beroepsvereniging van fotografen GKÄ Oudezijds Voorburgwal 221 1012 EX Amsterdam tel.: 06.53617774 Postbank 3560388 email: deeninbeeld@wanadoo.nl Meer, Deen van der

Met Maria Goos ben je altijd meteen thuis. Deel 3 van haar vierluik De geschiedenis van de familie Avenier speelt zich af op een Brabantse camping in de regen, jaren tachtig. De familie is bijeengekomen om het belegde kapitaal van het familiebedrijf te verdelen. Eindelijk een leven hard werken cashen.

Het oude, volkse Nederland: het wordt nooit echt wat; gekanker, gedoe met geld, en een kneuterige sfeer van mislukking. Maar het is wel gezéllig. En lachen. Vooral als uitblinkers Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok een paar van Goos’ gouden grappen erin beuken. De eerste met een snor, de tweede met een enorme voorbindbuik. Daar heeft hij trouwens geduchte concurrentie van, want het publiek vindt die buik nog veel leuker dan de verbale grappen.

Met Avenier heeft dramaschrijfster Maria Goos – die ons eerder Oud geld, Familie en Cloaca gaf – een stap hoger en verder willen zetten. Het is een uitgebreid epos, vier delen verdeeld over twee lange avonden, waarin ook het sterk veranderde Nederland van de laatste vijftig jaar wordt geschetst, een Nederland waarin geen plaats meer is voor een familie oude stijl zoals de Aveniers.

Ooit was het plan dat de toneelversie tot een tv-serie zou leiden. Maar de Aveniers op tv gaat er nooit komen. Jammer, want ook tijdens het zien van deel 3 en 4 blijf je denken: had Goos dit maar uitgewerkt tot een lekker lang door emmerende tv-serie.

Nu blijft het, net als deel 1 en 2, een volgepropt allegaartje, met te veel personages en niet goed uitgewerkte subplotjes, dat ondanks briljante momenten niet op gang komt. Het exposé duurt eindeloos, gedurende een goed deel van deel drie ben je bezig met uitzoeken wie wie ook al weer was, en hoe de familiestamboom in elkaar zit. De hoofdintrige blijkt niet veel om het lijf te hebben. Goos blijft een groot dialogenschrijfster, maar een matige plottenbakker.

Daarbij komt dat die gebreken al bij de eerste twee delen bleken, en dan verwacht je enige verbetering. Bovendien is Goos wat het schetsen van het tijdsbeeld betreft, hier het minst geslaagd. De jaren tachtig, het ik-tijdperk, de leugen dat kapitalisme goed is voor iedereen; het zit er wel in, maar heel schetsmatig. Goos voelde zich in de jaren vijftig en zestig duidelijk beter thuis.

Goos’ sterkste punten blijven echter ook staan: uit vloeiende, op volkstaal lijkende dialogen, levensechte personages scheppen waar een groep goede acteurs van Het Toneel Speelt – hier wederom onder sterke acteursregie van Jaap Spijkers – veel mee kan. Net als in deel 1 heeft Spijkers weer flink in de verkleedkist van het Brabants volkstoneel gerommeld, en er staan authentiek ogende caravans op toneel. Dus is ook dit deel weer een paar uur genieten en je warmen aan Goos’ menselijkheid en herkenbaarheid. Al gaat het nergens heen, en zit je in deel 3 naar een proloog te kijken van een verhaal dat nooit van de grond komt.

Zo is deel 4 een lange epiloog van een vierluik dat nooit van de grond is gekomen. Eén van de zusters is dement en ziet voor haar geestesoog alle familieleden weer verschijnen. De liefdesrelaties in de familie krijgen in haar hoofd een mooi happy end. Als al het werk is gedaan, en de grote problemen zijn gesleten, hervinden de echtelieden elkaar in de rust van de laatste jaren. Licht in de levensavond.

Dit laatste deel is pretentieus vormgegeven, met een leeg toneel, dwarrelende sneeuw, en opdoemende geesten in zwarte pakken. Goed voor het kunsttoneel, maar misplaatst in een volks familiedrama. Toch is de impressionistische vertelvorm wel geschikt voor de losse stijl van Goos.

Dit toneelepos is maar half gelukt, en dat is gezien de reputatie van Goos teleurstellend. Er zitten toch veel mooie momenten en mensen in, die je niet had willen missen. Net als het leven zelf eigenlijk.

Theater

De geschiedenis van de familie Avenier deel 3 en 4 door Het Toneel Speelt. Tournee t/m 14 juni.