Voor ziekenzorg heeft Oekraïne geen geld

In Oekraïne is geen geld voor de gezondheidszorg. In het psychiatrisch ziekenhuis in Kostirino geeft men daarom elektrische schokken in plaats van pillen.

Tekeningen van patiënten. The Mental hospital number 2 where use the ART-method as one of all. Kostyrino village, Kerch, Krym, Ukraine. Photo by Oleg Klimov. for the article of Michel Krielaars about Mental Hospital gezondheidszorg psychiatrie psychatrische ziekenhuizen patienten tekeningen symboliek Klimov, Oleg

„Ik leef niet hier, maar in de kosmos”, zegt tsaar nummer 7. Zijn kroon is een muts met een horloge erop genaaid, zijn keizerlijk uniform een oranje trui met een ijzeren cirkelzaagje. „En de winter bestaat niet”, deelt hij enthousiast mee. „Op mijn kalender begint het nieuwe jaar op 7 augustus, want dan ben ik jarig.”

Tsaar nummer 7 is een van de 146 patiënten van psychiatrisch ziekenhuis nummer 2 in het Oekraïense gehucht Kostirino op de Krim. De tien witgekalkte stenen barakken waaruit het ziekenhuisje bestaat liggen idyllisch op de kale heuvels buiten de stad Kertsj. Ze kijken uit op een blauw bevroren spiegelmeer en over de Zwarte Zee, die erachter ligt.

In de vrieskou doen een paar patiënten en verpleegsters inkopen bij een openluchtwinkeltje. Ze kopen brood, fruit en worst. „We houden van Hollandse kaas”, zegt een van hen. „Die kun je hier soms krijgen.” Tsaar nummer 7 deelt die voorkeur: „Als ik Hollandse kaas had, zou ik onmiddellijk stoppen met roken en alleen nog maar kaas eten.”

In het hoofdgebouw, tegenover het winkeltje, zetelt de ziekenhuisstaf. Hoofdarts Aleksandr Fadejev werkt al achttien jaar in Kostirino. De 53-jarige psychiater, afkomstig uit Wit-Rusland en opgeleid in Sint-Petersburg, klaagt over de problemen waarmee zijn ziekenhuis kampt. „Oekraïne verkeert in een economische crisis en voor de gezondheidszorg is geen cent beschikbaar”, zegt hij. „Dit jaar wordt de situatie alleen maar erger, kregen we in december van de minister van Volksgezondheid te horen. En we hebben nu al amper medicijnen voor onze patiënten. Als mensen hun familieleden komen afleveren moeten ze zelf pillen meebrengen. We maken alleen een uitzondering voor agressieve patiënten. Voor hen hebben we altijd zwaardere pillen, of de familie er nu voor betaalt of niet.”

De patiënten in het ziekenhuis komen uit Oekraïne en Rusland. Ze lijden voornamelijk aan schizofrenie, zoals tsaar nummer 7. Voor elk van hen is er een verpleegster aanwezig. Het ziekenhuis telt 140 medewerkers, een psycholoog en zes psychiaters. „Het is minder dan de helft van wat er bij jullie in het Westen beschikbaar is voor een vergelijkbaar aantal patiënten”, zegt Fadejev.

Door het gebrek aan medicijnen maakt het ziekenhuis regelmatig gebruik van elektroshocks om een patiënt te genezen. Fadejev: „Elektroshocks bewerkstelligen binnen twee weken evenveel als waar je met pillen een maand voor nodig hebt. Op die manier kun je mensen sneller in het gewone leven terugbrengen. Maar als een patiënt niet wil, dan wordt dat gerespecteerd, want hij heeft zijn rechten.”

Ondanks alle materiële en financiële gebreken van zijn ziekenhuis leidt Fadejev ons trots rond door de vier afzonderlijke paviljoens. Want het personeel probeert het de patiënten zo aangenaam mogelijk te maken. En dat is in de propere paviljoens overal te zien.

In een zaal van het vrouwenpaviljoen geven een paar katten kopjes aan beddenpoten. Tien vrouwen liggen er in hun smalle ledikanten dicht naast elkaar. Een van hen toont haar borsten en houdt haar armen brutaal achter haar hoofd gevouwen. Ze schreeuwt onsamenhangende berichten uit. Anderen wachten met opgetrokken knieën op het niets. De schizofrene kunstenares Risoena Lomonosova toont haar tekeningen. Tekenen is de enige therapie die in het ziekenhuis wordt gegeven. „Ik maak er twee à drie per week”, zegt ze. Haar veelkleurige tekeningen vertolken de droomwereld van een meisje. Een andere patiënte dringt naar voren met haar groepsportret van drie communistische pioniertjes. „Die tekeningen tonen ons wat zich in de hoofden van onze patiënten afspeelt”, zegt Fadejev. „Ze helpen ons vast te stellen of we de behandeling moeten aanpassen.”

Dan loopt de hoofdarts naar Paviljoen 1, waar de oudere en permanente patiënten liggen. De frisse zeelucht in de plantsoenen maakt plaats voor geuren van bederf en schoonmaakmiddelen. In een gammel bedje staart een naakte man voor zich uit. Fadejev: „Sommigen kunnen zich amper bewegen.” Dan wijst hij op een paar bedden zonder matras: „Ook daar hebben we geen geld voor.”

In de gang van Paviljoen 3 lopen zusters met groene koksmutsen op. Ook op deze mannenafdeling wordt aan kunsttherapie gedaan. Fadejev laat schilderijen en tekeningen zien van zeilschepen en landschapjes. Er zit ook een briesende panter tussen en er is een tekening met een hoofd waarin een reusachtige schroef wordt gedraaid. Dan toont hij de kunstwerken van tsaar nummer 7: bankbiljetten van zijn keizerrijk met een eindeloos kringelende gele zon.

Aan weerszijden liggen de zaaltjes die elk zo’n tien bedden tellen. De meeste patiënten zijn als verdoofd. Sommigen zitten verdwaasd op de rand van hun bed en bestuderen de kapotte vloerbedekking. Een jonge Rus met panische ogen houdt ons staande. „Binnenkort moet ik hier weg omdat mijn verblijfsvergunning voor Oekraïne is verlopen”, zegt hij. „En dan keer ik terug naar Rusland, naar een ziekenhuis in Krasnodar.” Fadejev fluistert dat de jongen heeft geprobeerd een verpleegster te vermoorden.

Een knappe man van in de dertig klampt ons aan en vertelt zijn relaas. „Ik studeerde Engels in Kiev”, zegt hij. „Maar zeven jaar geleden ben ik voor de trein gesprongen.” Hij laat de stomp zien. „Ik hoop binnenkort weer te gaan studeren en een vrouw te vinden”, zegt hij hoopvol. Fadejev, even later: „Hij zal nooit meer zelfstandig kunnen wonen, omdat hij aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis lijdt.” Buiten in de winterzon, staat op een grasveldje het borstbeeld van de naamgeefster van het gehucht: de 19-jarige oorlogsheldin Tatjana Kostirina die zich in 1943 voor het moederland heeft opgeofferd in de strijd tegen de ‘Duitse fascisten’. Fier houdt ze toezicht over deze achtertuin van de westerse beschaving. Een paar verpleegsters passeren het monument. Aan de hand voeren ze twee beleefd groetende patiënten.

    • Michel Krielaars