Vies en gezond

Aan het eind van zijn serie columns gaat dokter Frank Visseren eten bij schrijver Maarten ’t Hart. Die predikt in Het Dovemansorendieet een sobere levenswijze.

Een beetje zorgen maakt Frank Visseren (42) zich wel als hij onderweg is naar zijn eetafspraak met Maarten ’t Hart (63), afgelopen maandagavond. Wat krijgt hij straks op zijn bord? In Het Dovemansdieet staat dat eten maar het best vies kan zijn. Dan neem je nooit meer dan je nodig hebt.

Het valt mee. „Ik dacht dat ik het maar niet te erg moest maken”, zegt Maarten ’t Hart als zijn gasten aan tafel zitten. Hij pakt de pan van de houtkachel en schept spinaziesoep op. Maar er zit geen zure room in, want dat zou de verkeerde indruk wekken.

De twee mannen hebben elkaar al verteld hoe groot hun buik is – respectievelijk 92 en 78 centimeter – en nu ze zitten te eten zegt Maarten ’t Hart tegen Frank Visseren: „Jij hebt best een flinke tailleomvang.”

„Ja”, zegt Visseren. „Ik ben geen extremist.”

’t Hart: „Als je straks mijn leeftijd hebt, kun je best dik zijn.”

Visseren: „Als ik niet oplet wel. Ik vind eten heerlijk. Met een glas wijn erbij. ”

’t Hart: „Veel beweging heb je vast ook niet.”

Visseren: „Ik fiets elke dag naar het ziekenhuis.”

’t Hart: „Nou ja, alle beetjes helpen.

Er komt een quiche op tafel, met selderijknol, broccoli, kaas, eieren, volkoren meel en echte boter, want margarine eet Maarten ’t Hart niet. „Dat is slecht.” Er zitten ook zes tenen knoflook in, vanwege het bloeddrukverlagende effect. ’t Hart lijdt aan een te hoge bloeddruk.

„Heerlijk”, zegt Visseren.

’t Hart schenkt de wijn die zijn gasten meebrachten. Zelf had hij een vijfsterrenfles van de Plusmarkt klaarstaan. Maar deze vindt hij lekkerder. Voor de gelegenheid denkt hij maar even niet aan het grote gevaar van lekkere wijn: te veel drinken.

Maar er zijn nog grotere gevaren: koolhydraten. Visseren: „We zijn verslaafd aan koolhydraten. Het zou enorm helpen als we de inname van koolhydraten zouden weten te beperken.”

’t Hart: „Dat denk ik ook. Maar ik had de indruk dat jij vooral kijkt naar de totale calorie-inname op een dag.”

Visseren: „Ja, ook. Maar als mensen tussendoor steeds maar weer koolhydraten binnenkrijgen, komen ze nooit aan de verbranding van hun vet toe. De aanbeveling ‘snoep verstandig, eet een appel’, daar kun je wel vraagtekens bij zetten. Een appel is een suikerbom.”

’t Hart: „Ik gebruik nu wel teff, dat is een Ethiopische graansoort. Als je daar een pannenkoek van eet, dan heb je de hele avond geen honger meer.”

Visseren: „Jaja, de ene soort koolhydraat zou langzamer omgezet worden in suikers dan de andere. Maar er is weinig wetenschappelijk bewijs.”

’t Hart: „Er wordt te weinig research gedaan.”

Bij het dessert – zelfgemaakte yoghurt met stoofpeertjes – praten de mannen over bruin vet (bij dieren die winterslaap houden) en wit vet (bij mensen), en over plaques in de bloedvaten die bij dieren nooit voorkomen en bij mensen bijna altijd, vaak al vanaf hun twintigste. „Behalve in de armen”, zegt Frank Visseren. „Dat is zo vreemd. Die plaques gaan overal zitten, maar bijna nooit in de armen.”

Bij de koffie met chocoladetruffels – gekocht door Maarten ’t Harts vrouw – vraagt Visseren zich af of vetzucht onze ondergang wordt.

„Nee”, zegt ’t Hart. „We gaan ons aanpassen. Je krijgt een selectieproces. Mensen die de genen hebben om dik te zijn zonder er last van te hebben zullen overleven.”

Visseren: „Als je er niet ziek van wordt, is het geen probleem. Dus dan wordt overgewicht de norm.”

’t Hart: „Over een paar eeuwen worden dunne mensen opgesloten in de dierentuin.”

Jannetje Koelewijn

Frank Visseren is internist en epidemioloog in het UMC Utrecht. Voor eerdere columns zie: nrc.nl/visseren