Verdienen aan slechte prestaties moet stoppen

Door maatschappelijke onrust over topbeloningen neemt het kabinet alsnog maatregelen. Toplieden mogen straks niet meer verdienen aan een verkoop van hun bedrijf.

„Als ik succes heb, wil ik ook goed betaald worden”, zei topman Wendelin Wiedeking van Porsche, toen eind vorig jaar in Duitsland tumult was ontstaan over topsalarissen in het bedrijfsleven.

Wiedeking herinnerde eraan dat Porsche in een crisis zat toen hij aan de baan begon en nog maar 300 miljoen euro waard was. Onder zijn leiding was het autoconcern uitgegroeid tot een gezond bedrijf dat nu 25 miljard waard is. Dus toucheerde de Porschebaas vorig jaar naar schatting bijna 60 miljoen euro; het totale bestuur van zes leden 112,7 miljoen. De werknemers kregen een bonus van 5.200 euro.

Vice-premier Wouter Bos zal de bestuursvoorzitter van Porsche niet op het oog gehad hebben toen hij gisteren na afloop van het kabinetsberaad zei: „Mensen die buitengewoon goed presteren – zoals sporters, zangers, ook ondernemers – mogen ook buitengewoon goed beloond worden.” Maar als er geen verhouding is met de geleverde prestatie, is het de verantwoordelijkheid van de regering om grenzen te trekken, zei Bos. Een jaar geleden schrok de coalitie er nog voor terug. Inmiddels heeft ze, na heftige debatten in het parlement en in de samenleving, de knoop doorgehakt.

Buitensporige beloningen moeten worden ontmoedigd, en wat ontmoedigt meer dan een belastingmaatregel? Het kabinet heeft er drie op het oog, waarbij excessieve beloningen extra worden aangeslagen.

De belangrijkste maatregel die het kabinet wil nemen, heeft echter niets met fiscale strafheffing te maken. Het kabinet wil het voortaan onmogelijk maken dat bestuurders die een persoonlijk – meestal financieel – belang hebben bij een overname, meebeslissen over de verkoop van het bedrijf. Het kabinet wil voorkomen dat topmanagers een overname of verkoop stimuleren, omdat hun eigen aandelen en opties in de zaak daardoor meer waard worden.

In de internationale wereld van fusies en overnames is dit aan de orde van de dag. Het gaat daarbij om een verstrengeling van belangen die moeilijk te controleren is. Op deze manier kunnen bedrijven om niet-economische redenen worden verkocht, waarmee de toekomst van soms duizenden werknemers op het spel wordt gezet. „Het probleem is dat management pay incentives niet gelijklopen met aandeelhoudersbelangen, noch met werknemersbelangen”, merkte Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en voormalig topambtenaar, hierover op.

Recent leverde de premie die voormalig ABN Amro-topman Rijkman Groenink kreeg toen de bank werd verkocht, een golf van verontwaardiging op. De Tweede Kamer wijdde zelfs een apart debat aan de 26 miljoen die de bankier bij vertrek meekreeg. De waarde van zijn aandelen- en optiepakket was verveelvoudigd door verkoop van de bank, terwijl hem slecht management verweten werd. Juist daardoor werd de ABN Amro een overnameprooi.

Een goede prestatie mag goed worden beloond, zei Bos. Maar een excessieve beloning voor managers die de laan uit worden gestuurd omdat ze slecht presteren, gaat de minister te ver. Daarom wil het kabinet dit regelen in het kader van een wetsvoorstel dat minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) voorbereidt over modernisering van het ondernemingsrecht. In de praktijk kunnen aandelen- en optiepakketten van bestuurders dan bevroren worden zodra zij onderhandelen over de verkoop van hun bedrijf.

Bos is niet bang dat Nederland met de aanpak van excessieve beloningen in Europa geïsoleerd raakt. „Het debat over buitensporige topinkomens wordt overal in Europa gevoerd”, zei Bos. Het Verenigd Koninkrijk heeft onlangs maatregelen genomen om private equity-investeerders scherper te controleren. En de Duitse regering heeft de inkomstenbelasting voor topinkomens drie procentpunt verhoogd.

De ingrepen moeten bestuurders aanmoedigen om in het kader van goed ondernemingsbestuur een „verantwoord” salarispakket samen te stellen. Daarom pleit de commissie-Frijns ook voor een krachtiger rol voor de raad van commissarissen en voor bredere samenstelling van die raden. Gezien de nauwe relatie tussen raden van commissarissen en het management een aanbeveling die tijdens de komende behandeling van de kabinetsreactie op Frijns in de Kamer, zeker zoveel aandacht verdient als de bonussen.

    • Michèle de Waard