Pleidooi voor monument is selectieve vorm herdenking

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Het neo-seksisme van `powerfeministe` Heleen Mees kent vooralsnog geen grenzen. In een artikel op de Opiniepagina van 7 maart pleit zij voor een Monument voor de Onbekende Verkrachte Vrouw. Dit lijkt in eerste instantie een sympathieke oproep. Toch is de selectieve vorm van herdenking die Mees cum suis voorstaan een slecht idee. Niet alleen vormt het voorgestelde monument een downgrading van andere herdenkingen en monumenten (op 4 mei herdenkt Mees klaarblijkelijk alleen mannelijke slachtoffers van oorlogsgeweld), ook kan het monument opgevat worden als een impliciete beschuldiging aan het adres van allen die momenteel verantwoordelijk zijn voor de vervolging van oorlogsmisdadigers. Zonder dit monument zijn zij (dat wil zeggen: de mannen onder hen) volgens Mees niet in voldoende mate bereid verkrachters aan te pakken. `Vrouwen zijn het aan andere vrouwen verplicht om in het geweer te komen`, schrijft Mees. Van mannen valt in de strijd tegen verkrachting blijkbaar niets te verwachten. Het belangrijkste argument tegen het monument is natuurlijk het onverbloemd seksistische karakter ervan. Wie bij het herdenken van oorlogsslachtoffers onderscheid maakt op basis van sekse (of ras, religie of seksuele geaardheid), en wie daarenboven het voortbestaan van een misstand rücksichtslos op het conto schrijft van een slechts op seksekenmerken geselecteerde groep mensen, geeft in feite te kennen de grondbeginselen van het internationale recht niet goed begrepen te hebben.

Mensen zijn het aan andere mensen verplicht om tegen dit neo-seksisme (en andere vormen van onwenselijke discriminatie) in het geweer te komen.

    • Henk-Jan Hoekjen