Ook als tekenaar was Victor Hugo zwaarmoedig

Victor Hugo werd beroemd als schrijver. Maar volgens schilder Eugène Delacroix had hij ook een groot schilder kunnen worden. In Lausanne is nu een selectie tekeningen bijeen gebracht.

Victor Hugo: ‘Fantasiefiguur’, ganzenveer in bruine inkt op gevouwen papier. (1859) Victor Hugo (1802-1885). "Figure de fantaisie". Plume et lavis d'encre brune, symÈtrie obtenue par pliage, papier vÈlin lÈgËrement bleutÈ. Paris, Maison de Victor Hugo. Maison de Victor Hugo

Als Victor Hugo op een dag besloten had om schilder te worden en geen schrijver, zei de schilder Eugène Delacroix eens, had hij de andere kunstenaars van zijn eeuw waarschijnlijk ver achter zich gelaten. Wie de tentoonstelling ‘Victor Hugo; Dessins Visionnaires’ in museum l’Hermitage in Lausanne bezoekt, kan Delacroix moeilijk ongelijk geven.

Hugo is beroemd geworden als schrijver en dichter. Maar zolang hij leefde – en dat was redelijk lang: van 1802 tot 1885 – tekende hij ook. En niet zomaar een beetje: er zijn 3.500 tekeningen van hem bewaard gebleven. Hugo wilde nooit dat mensen erover begonnen. Hij hield de tekeningen voor het publiek weg. Alleen vrienden stuurde hij weleens een kaartje waar hij wat op had getekend. Als zij het mooi vonden, of zeiden dat hij het tentoon moest stellen, antwoordde Hugo: „Och, ik klieder wat.”

Toch zou de schrijver van Les Misérables en Les Contemplations zich in het Hermitage-museum hebben thuis gevoeld. Dit is een particulier museum, gevestigd in een oude villa in een park boven Lausanne. Hugo hield van mooie huizen. Hij hield ook van Lausanne: „Ik zag het meer boven de daken uitsteken, de bergen boven het meer, de wolken boven de bergen, en de sterren boven de wolken”, schreef hij eens. „Het was net een trap waar mijn gedachten treetje voor treetje op gingen, steeds op een hoger niveau.” Precies dát probeerde hij in tekeningen te vangen.

Hugo tekende met hetzelfde instrumentarium als waarmee hij schreef: een ganzenveer, potlood, papier. Hij had geen atelier. Volgens zijn zoon Charles en kleinkinderen die hem bezig hebben gezien, begon het vaak met een vlek: hij druppelde water, inkt of zelfs koffie op papier, en keek welke vormen er ontstonden. Daar tekende hij dan met een pennetje in. Vlekken waren voor hem het uitgangspunt, zijn inspiratie – net als voor de Zwitserse psychiater Hermann Rorschach, die er tests voor patiënten uit destilleerde. En net als Rorschach vouwde Hugo het papier weleens om bepaalde patronen te krijgen. Of hij strooide er snippers, roet of slijpsel in.

Op die manier ‘zag’ Victor Hugo overal afbeeldingen in waarvan de romanticus nooit genoeg krijgt: landschappen, bosranden, gotische kathedralen, ruïnes en schepen die zijn overgeleverd aan stormen op zee. Er kwam vrijwel geen kleur aan te pas – alleen vele gradaties bruin, zwart en wit. Het werk is (net als ’s mans poëzie) vaak zwaarmoedig en rauw, en soms van ongekende schoonheid. De vlekken zijn soms zo dominant en de toegevoegde pennekrasjes zo minimaal, dat het ook lijkt alsof hij al met abstract expressionisme bezig was – honderd jaar voordat het uitgevonden werd. Misschien is dit waar Delacroix op doelde.

Schrijverij en tekenen vloeiden zo bij Hugo in elkaar over. Maar er is één groot verschil tussen de twee bezigheden: hij schreef soms gemaniëreerd, maar tekende ongekunsteld. Schrijven was zijn beroep. Hij werd erop beoordeeld en verdiende er zijn geld mee. Elk woord moest niet alleen in een strak metrum passen, maar kon ook politieke consequenties hebben. Tekenen deed Hugo veel nonchalanter. Daar werd hij niet op afgerekend. Het hoefde geen resultaat te hebben, te kwetsen of plezieren (behalve zijn politieke spotprenten, waarvan er ook een paar in Lausanne hangen). De kracht van Hugo’s tekeningen zit hem deels in die vrijheid en onbevangenheid.

In Lausanne zijn er bijna negentig te zien. De meeste zijn geleend door het Maison Victor Hugo aan de Place de Vosges in Parijs. Daar woonde de schrijver tot hij Frankrijk in 1851 ontvluchtte. De rest komt uit andere musea en particuliere collecties. In de tentoonstelling zijn ook foto’s opgenomen van Hugo’s huis op Guernsey, waar hij zich te pletter verveelde. Om de tijd te doden, liet hij zichzelf „in communie met de natuur” fotograferen. Intrigerender is de foto van zijn werkkamer. Voor de ramen ligt een stapel matrassen. Daar klom de meester op, en staarde uit over de rotsen en de zee.

Geen wonder dat Hugo in zijn Britse periode zoveel schepen tekende in zwaar weer. In elk schip herkende hij zichzelf: de schrijver, overgeleverd aan zijn lot.

Victor Hugo; Dessins Visionnaires. Tot 18/5 in Fondation de l’Hermitage, Lausanne. Di-zo, 10 tot 18u; do 10 tot 21 u. Ma dicht. www.fondation-hermitage.ch

    • Caroline de Gruyter