Militairen niet vervolgd om ‘friendly fire’

De Nederlandse militairen die in januari in Uruzgan twee collega’s en twee Afghaanse militairen doodschoten, zullen niet worden vervolgd. De schutters openden het vuur op hun eigen mensen, omdat ze dachten dat het Talibaan-strijders waren. Die conclusie trekt het Openbaar Ministerie, op basis van eigen onderzoek en gegevens van Defensie.

Het parket Arnhem maakte gisteren bekend de resultaten bekend van het strafrechtelijk onderzoek naar de gebeurtenissen tijdens operatie ‘Kapcha As’ in de Afghaanse provincie Uruzgan. Tijdens die operatie kwamen in de nacht van 12 op 13 januari vier militairen om en raakte één soldaat beide benen kwijt.

De dag na de schietincidenten meldde Commandant der Strijdkrachten (CDS) Dick Berlijn al dat de militairen „zeer waarschijnlijk’’ het slachtoffer waren geworden van „eigen vuur’’. Een onderzoeksteam dat de gebeurtenissen in opdracht van de CDS nader onderzocht, kwam in februari dezelfde conclusie.

De bekendmaking van het onderzoek door minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) zorgde echter voor onrust onder militairen in Uruzgan. Veel officieren herkenden zich niet in de brief die aan de Tweede Kamer was gestuurd.

Volgens het parket Arnhem staat het echter vast dat de slachtoffers zijn gevallen door friendly fire. Volgens het OM dachten de Nederlandse militairen „dat op de vijand werd geschoten’’ maar is „feitelijk op eigen troepen’’ gevuurd. Deze fouten zijn echter niet aan individuele militairen toe te schrijven, aldus het OM. Van opzettelijke overtreding van het strafrecht of de dienstvoorschriften is dan ook geen sprake geweest. In alle gevallen waren de militairen die het vuur openden, gerechtigd om te schieten.

Het parket Arnhem, verantwoordelijk voor militaire zaken, heeft een eigen team van marechaussees en officieren van justitie naar Uruzgan gestuurd. Het justitieteam heeft nauw samengewerkt met de onderzoekers van de Defensiestaf. Het OM heeft in zijn conclusies ook het rapport van CDS Berlijn meegewogen.

Toch zijn niet alle incidenten opgehelderd. Zo had de militaire leiding moeten weten dat de lemen boerderij waarop de Alfa-compagnie vijandelijke strijders meende te ontwaren, in feite de positie van de Charlie-compagnie was. Op de een of andere manier is een verkeerde locatie doorgegeven, en werden korporaal Aldert Poortema en soldaat Wesley Schol dodelijk getroffen. „Hoe dit heeft kunnen gebeuren is ondanks uitvoerig onderzoek niet duidelijk geworden”, aldus het parket.