Matthäus klinkt vrij en eclectisch

Klassiek: Matthäus Passion van J.S. Bach door het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. Gehoord: 14/3 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 16/3, aldaar. Radio 4: 16/3, 12 u. (live).

Aan de passietraditie van het Concertgebouworkest kun je een boek wijden, en dat verscheen dan ook in 1999, het jaar waarin chef Riccardo Chailly eenmalig een Matthäus dirigeerde. In de kwart eeuw daarvoor en de jaren daarna koos het orkest Bach-dirigenten uit de authentieke hoek. Dit passiejaar is de cirkel rond: Iván Fischer is geen barokspecialist, maar was wel assistent van Harnoncourt, met wie het orkest in 1975 zijn authentieke avontuur begon. En zo klonk de Matthäus gisteravond vrij en eclectisch, met invloeden uit de symfonische én de authentieke uitvoeringsstijl.

Fischer gaat uit van de tekst, en de afgelopen jaren realiseerde het orkest geen Matthäus die zo rijk was aan subtiele tekstschilderingen. De paradox van Fischers focus op inhoud in plaats van klank, is dat de klank juist daardoor sterk de aandacht trekt. Geloofsbelijdenissen leunen op een mild legato, de hobo in Ich will bei meinem Jesu wachen klinkt alarmerend als een wekker. De stijlgevoelige wijze waarop Dominique Labelle – een van de acht vocale solisten – haar sopraan zacht mengt met fluit en hoboduo, maken van Aus Liebe een hemels kwartet. Aards en theatraal is Mark Padmore als soepel zingende evangelist – zeer fel naast de door Kristinn Sigmundsson menselijk, zelfs met angstige snikjes ingevulde Christuspartij.

Met 2 uur en 37 minuten bewandelt deze Matthäus een modern gemiddelde, wat ook geldt voor de bezetting (twee ver uiteen geplaatste koren van twintig zangers en twee even grote orkesten). Fischer wint tijd en vaart door de solisten en het kinderkoor al tijdens voor- en naspelen naar het proscenium te laten op- en afgaan. Het openingskoor laat hij juist gedragen voortschrijden.

Doordat de kinderstemmen ook de koralen meezingen, klinken die ouderwets monumentaal. Maar in de opbouw van scènes is deze Matthäus modern, soms zelfs filmisch. De scène rond het Laatste Avondmaal wint aan diepte doordat Christus sneller zingt dan de evangelist en ook O Schmerz! schuurt door botsende tempi. Het tekent Fischer dat je zulke doordachte, op tekst gestoelde effecten overal terughoort. En doordacht wil niet zeggen niet afstandelijk, maar roerend, ronduit swingend soms.