Maatje voor autist

Psychologen en pedagogen in spe begeleiden autistische medestudenten bij het werken in groepen. Martine Zuidweg

Leanne Mol, vierdejaars psychologie, helpt Frank Reiber met zijn studieplanning. foto maurice boyer Leanne Mol helpt Frank Reiber bij het organiseren van zijn studie Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080227 Boyer, Maurice

Je zult maar autist zijn in een tijd dat het onderwijs draait om samenwerken in groepjes, zelfstandig plannen, jezelf presenteren en heel veel communicatie. Deze tijd dus. Een autistische stoornis valt nu veel sneller op dan vroeger, zegt Ineke Bostelaar, studentenpsycholoog van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Bostelaar kreeg de afgelopen jaren steeds meer studenten met een autistische stoornis op haar spreekuur. “En ik had geen tijd om ze regelmatig te begeleiden, terwijl ze dat wel nodig hebben.”

Samen met de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Vrije Universiteit (VU) vond de UvA een manier om deze studenten toch de hulp te geven die ze nodig hebben. Ze zetten ouderejaars studenten psychologie en pedagogiek in om ze te begeleiden.

Vierdejaarsstudente psychologie Leanne Mol is een van hen. Zij ziet op de UvA elke woensdag vijf studenten met een autistische stoornis, na elkaar. Ze bespreekt de studievoortgang met ze en maakt een planning voor de komende week. Want de studenten die ze begeleidt, hebben niet alleen contactproblemen, maar missen ook het overzicht over hun studie. Ze weten bijvoorbeeld vaak niet goed wat ze voor welk vak moeten doen. Sommige studenten kunnen de informatie daarover op de website van hun opleiding niet eens vinden. Mol probeert ze te leren hoe ze hun studie moeten structureren. “Ik maak per vak een planning met ze en elke week lopen we de planning van vorige week nog even na.”

Mol geeft daarnaast tips: hoe een medestudent te benaderen met wie je een paper moet schrijven. Of: hoe je een docent aan zijn of haar jasje kunt trekken.

Ook kan ze tips geven om het werken in groepjes te vergemakkelijken. Studentenpsycholoog Bostelaar: “Als jij behoefte hebt aan structuur, is het handig om meteen in je groepje voor te stellen om de gemaakte afspraken vast te leggen in notulen.” Omdat deze studenten pienter genoeg zijn, kun je ze vaardigheden vrij makkelijk aanleren, zegt ze. “Wat ze gevoelsmatig niet snel oppakken, kunnen ze met hun intelligentie compenseren.”

Studentenbegeleiders als Mol zijn blij met deze kans om aan de psychologische of pedagogische praktijk te ruiken. En ze krijgen ervoor betaald. Ze hebben voorafgaand een training gevolgd in het omgaan met autistische studenten. En elke twee weken bespreken ze casussen met Ineke Bostelaar en met Jos Mensink van het Autisme Expertiseteam van GGZ Buitenamstel in Amsterdam.

Mensink heeft aan de Universiteit Utrecht en de technische universiteiten al vaker voorlichting gegeven over studenten met een autistische stoornis. “Maar het speciale van het Amsterdamse project is dat studenten hier elke week begeleiding krijgen. Die regelmaat is belangrijk. Universiteiten zijn logge instituten en het valt niet snel op als een student afzakt en niet meer verschijnt. Nu hebben ze elke week iemand die over hun schouder meekijkt.”

Naar zijn indruk werkt het ook. Gelukkig maar, zegt hij, want tussen de studenten met een autistische stoornis zitten mensen die in de onderzoekswereld van grote betekenis kunnen zijn. “Het zijn echte detaildenkers. Ze denken door waar wij allang zijn overgestapt op iets anders. Daardoor komen ze op dingen waar een ander niet zo snel opgekomen zou zijn.”

Mensink begon negen jaar geleden bij het Autisme Expertise Team als medewerker voor volwassenen met een autistische stoornis. In z’n eentje. Inmiddels heeft hij zeven collega’s in zijn team, dat maandelijks 17 nieuwe aanmeldingen krijgt. “Er zijn evenveel autisten als vroeger, alleen zit de wereld nu anders in elkaar. Vroeger kreeg je op de basisschool een punt voor vlijt en netheid. Tegenwoordig gaat het rapport uitgebreid in op je verstandhouding met andere kinderen en de communicatie met je juf. Sociaal gedrag en communicatie zijn heel belangrijk geworden.”

Naar Amsterdams model is ook de Nijmeegse Radboud Universiteit (RU) met een zogenaamd maatjesproject begonnen. Studenten pedagogiek en psychologie begeleiden nu ook daar wekelijks studenten met een autistische stoornis. Het project begon een half jaar geleden met tien studenten, inmiddels zijn het er al vijftien.

Net als op de andere universiteiten en hogescholen is een groot deel van de autistische studenten in het maatjesproject bètastudent. Maar Frank Reiber, een van de studenten die begeleiding krijgen van psychologiestudente Mol, studeert hbo-rechten aan de Hogeschool van Amsterdam. Pas vorig jaar is bij Reiber een autistische stoornis vastgesteld (PDD-NOS). Hij had altijd wel problemen op school – zo is hij ooit begonnen op de lomschool – maar het was daarvoor nooit duidelijk hoe dat kwam. Bij twee eerdere hbo-opleidingen is hij afgehaakt. omdat hij problemen had in het contact met docenten en studiegenoten. En omdat hij z’n vakken niet haalde. Hij had vooral moeite met plannen.

Reiber is blij met Mols praktische kijk op zaken. Het helpt hem dat ze nu samen per week plannen hoeveel hoofdstukken hij bijvoorbeeld leest voor een vak en hoeveel tijd hij eraan moet besteden. Ze heeft hem ook geholpen contact te leggen met een UvA-medewerkster die sollicitatietrainingen geeft. Mede aan die trainingen dankt hij zijn huidige stageplek als juridisch adviseur van studenten bij Het Juridisch Spreekuur van de hogeschool.

Dat Leanne Mol meekijkt over zijn schouder geeft hem net dat extra zetje dat hij vaak nodig heeft. “Dit is mijn derde hbo-opleiding. Er is mij veel aan gelegen het diploma te halen. Ik vind het belangrijk om nu te laten zien dat ik het kan.”