Linkse blaadjes

Vraag wat iemand vindt van de vrijheid van meningsuiting, Sooreh Hera, of Job Cohen en je weet waar hij staat.

Wellicht zal het als een zware teleurstelling komen voor de lezer, maar dit stukje gaat niet over het grootste media-verhaal van deze week, van vorige week, de weken daarvoor, de komende week en de afzienbare toekomst in het algemeen. Dat risico neem ik dan maar. Met Fitna – net als met iedere andere sitcom – kun je in- en uitstappen wanneer je wilt zonder ook maar iets gemist te hebben. De personages blijven hetzelfde, en binnen twee minuten ben je weer helemaal bijgepraat over wat er in de laatste episodes is voorgevallen. Mocht je toevallig wel iets gemist hebben, dan is er altijd de herhaling – zie de Deense cartoonaffaire, deel twee. Fitna – de soap is er zo eentje waarvan ze in de Engelstalige wereld zeggen: this one will run and run.

Tegelijkertijd maakt het duidelijk hoe nietszeggend de discussie over de ‘toon van het debat’ versus de ‘inhoud’ is geworden. Want laten we wel wezen, wanneer is er voor het laatst nieuwe content aan dat debat toegevoegd? Waar zijn de nieuwe feiten over Fitna – de soap? Is er al iets meer bekend over de inhoud? De enige nieuwsfeiten over Fitna – de soap (namelijk, de nare reacties in het buitenland) zijn zelf geschapen door de internationale pr-machine van Balkenende’s kabinet. Zolang men uitsluitend debatteert over het debat, uit pure armoede nieuwe woordjes gaat bedenken als ‘islamoracisme’, of niets beters weet te doen dan te speculeren over mogelijke schade aan handelsbelangen, stel ik voor om – bij wijze van experiment – het er helemaal niet meer over te hebben totdat we de film daadwerkelijk gezien hebben.

Waar ik het wel graag over wil hebben, is de teloorgang van het Britse linkse opinietijdschrift New Statesman. De New Statesman, ooit een belangrijke en invloedrijke publicatie, met stukken van, zeg, Noam Chomsky, Jean Baudrillard, Martin Amis, Julian Barnes en Christopher Hitchens, om maar een paar auteurs te noemen, raakt de laatste jaren steeds meer lezers kwijt. Waar de ‘Staggers’ in de jaren ’50 nog een circulatie van 90.000 had, ligt dat nu dichter bij de 20.000, terwijl een rechts opinietijdschrift als The Spectator zijn oplage alleen maar ziet stijgen. Wat is er aan de hand?

„De New Statesman heeft een identiteitsprobleem dat een identiteitsprobleem weerspiegelt van Brits (en misschien wereldwijd) Links,” schreef voormalig hoofdredacteur van de New Statesman Peter Wilby vorige maand in The Guardian. „Toen Labour weer aan de macht kwam, was dat als New Labour, regerend op conservatieve termen. Dat was desoriënterend zowel voor het blad als de lezers.” De lezersbasis van New Statesman bestond immers uit oud-linkse intellectuelen en de strijd die ze streden was, aldus Wilby, nu een anachronisme want grotendeels gewonnen: kolonialisme, homoseksualiteit, censuur, de doodstraf, racisme. Pogingen om een nieuwe identiteit voor het blad te bedenken waren op niets uitgelopen.

In een ander Brits kwaliteitsblad, Prospect, staat een verhelderende analyse over de New Statesman. „What has changed is not so much the magazine as the world around it, especially the culture of the British left”, schrijft auteur David Herman. De Statesman had al sinds eind jaren ’70 niet meer de vinger aan de pols, betoogt hij, en was blijven steken in oud-linkse issues als racisme. Links, vroeger een brede kerk, viel nu uiteen in ruwweg twee stromingen: het anachronistische oud-links dat de Statesman nog altijd uitdraagt, en het ‘nieuwlinks’ van oud-Statesman auteurs als Christopher Hitchens, Salman Rushdie en Martin Amis.

Zou het toeval zijn dat deze drie afvallig oud-linkse auteurs door de eerste groep fel veroordeeld worden als neocons? En zou het toeval zijn dat er zich binnen Nederlands links, binnen de PvdA en onder Nederlandse journalisten, precies dezelfde scheidslijnen aftekenen? „If you want to know on which side someone stands, just say Amis, Guantánamo, multiculturalism or comprehensive education. You will know in approximately 0.03 seconds,” schrijft Herman. In Nederland hoef je alleen maar te vragen wat iemand vindt van de vrijheid van meningsuiting, Sooreh Hera of Job Cohen.

Voormalig hoofdredacteur Peter Wilby eindigde zijn betoog in The Guardian met de conclusie dat de New Statesman nog steeds in een behoefte voorziet, nu meer dan ooit. Dat lijkt vooral ingegeven door wishful thinking. De reden dat het blad zijn oplage alleen maar ziet dalen is dat er behoefte is aan nieuwe vormen van linkse politiek – en het heeft geen zin om alles wat buiten de platgetreden paden van oud-links valt af te schrijven als reactionair. Het is jammer dat Wouter Bos na zijn geruchtmakende ‘polarisatie’-interview in de Volkskrant zo’n stortvloed van kritiek over zich heen kreeg (met als teneur ‘de PvdA rijdt links maar het stuur zit rechts’). Nog jammerder is het dat hij daardoor spoorslags terugkrabbelde van zijn alleszins verstandige uitspraken.

    • Corine Vloet