kwesties@nrc.nl

Tientallen lezers reageerden op de oproep om ervaringen met ouder wordende ouders te beschrijven. Voor de meesten is ouderdom geen prettig vooruitzicht. ‘Ik hoop voor mijzelf een manier te vinden om dit nooit te hoeven doormaken.’
Illustratie Olivia Ettema Ettema, Olivia

Mooie luchten

Mijn moeder is bijna zesennegentig. Ze zit me triomfantelijk aan te kijken als ik tijdens ons derde potje scrabble niet snel op een woord kan komen. We scrabbelen op het tafelkleed. Ongemerkt zijn de regels versoepeld: aanleggen mag overal. Om het woordje ‘sex’ moet ze altijd weer lachen.

Ze is tevreden met haar leven, zegt mijn moeder. Als ze ’s morgens de gordijnen opendoet, vindt ze de luchten mooi. Ze is onder de indruk van de hoeveelheid regendruppels aan de rand van het balkon. De rij auto’s die in de verte zo langzaam voortbeweegt fascineert haar. En ze verheugt zich op de bomen die binnenkort groen worden.

Iedereen is dol op haar. Wij, haar kinderen, maar ook de bejaardenverzorgster die soms komt kijken of alles in orde is. „Ik ga naar mijn lievelingetje”, zegt ze tegen anderen.

Ik ben achtenvijftig. Ik werk te hard en ren maar van hot naar her. Ik denk weinig over de toekomst en waarom zou ik? Oud worden is niet iets om reikhalzend naar uit te zien. Maar als het eenmaal zover is, als ik – ook – vijf centimeter gekrompen zal zijn, helemaal verkreukeld ben, slechtziend misschien of slechthorend, dan zal ik alles op alles zetten om dát voor elkaar te krijgen.

Ineke de Bakker

Alleen zijn

Ik ben nog niet helemaal bekomen van haar overlijden. Haar kamer in het verzorgingshuis is nu leeg. Was ze nog mijn moeder? Mijn oude kameraad? Of mijn kind? Mijn object van zorg? Vier jaar geleden begon haar scherpe brein af te takelen. Het verval werd door haar geregistreerd in haar agenda. Toen de afspraken die zij had niet meer te vinden waren in de chaos van al haar zorgelijke zelf-observaties, bezorgde ik haar een schriftje. Toen raakte zowel schriftje als agenda volgeschreven. Het werd afwachten voor haar, afwachten wat of wie er zou komen. Het werd te moeilijk om nog vooruit te kijken. Alle momenten van de lange dagen staan op zichzelf en hebben weinig samenhang met wat eraan voorafging of met wat volgde. „Wie ben ik?” schreef ze herhaaldelijk. En: „De krant wordt gebracht. Ik besta dus nog.” De tv was haar redding. Weliswaar snapte ze allang niet meer wat al die mensen daar zeiden, maar de wisselende beelden die langskwamen en het geluid vormden toch een troostend tegenwicht tegen het ondraaglijke alleen zijn en de stilte. En lezen kon ze tot het einde, dus ondertitels graag.

We hebben haar weggebracht. Dit was toch eigenlijk geen leven meer, moedertje?

Kay Okma

Wilsonbekwaam

„Hoe is ’t paps?”

„Arm maar gezond”, grapt mijn vader steevast. Hoe ziek hij ook is.

Tot vorige week. Onderuitgezakt in z’n rolstoel (irreparabele heupbreuk), magere kin op ingevallen borst, straaltje kwijl uit z’n mondhoek. De mond die geen antwoord meer geeft. De rood ontstoken ogen die niet meer oplichten, als ik de afdeling van het verzorgingstehuis binnenloop.

Op latere leeftijd ging bij mijn vader ‘normale’ ouderdomsvergeetachtigheid over in dementie en verergerde een paar jaar later tot Alzheimer; ’s nachts om 04.00 uur opstaan, douchen, denken dat-ie naar kantoor moet; als spookrijder van de weg gehaald; mijn moeder (seksueel) attaqueren, z’n ontlasting aan de wand smeren, acceptgiro’s verscheuren; kortom de hele aftakelingsprocedure die wij gevolgd hadden bij zijn negen jongere broers & zusters. En die mijn vader hadden doen besluiten een euthanasieverklaring op te stellen in 1993. Hij wou niet meer leven als hij in de staat zou komen te verkeren als hierboven beschreven.

En nu is de hersenziekte zo ver gevorderd dat hij wilsonbekwaam is. De wet verbiedt de arts daadwerkelijk euthanasie toe te passen. Mijn zus en broer hebben mijn (ónze) vader de rug toegekeerd, hem dood verklaard. Alleen met mij komt paps af en toe nog even buiten. Ik duw de kar naar plekjes van weleer (de strandboulevard). Lees hem de column voor van Youp over onze Egmondse jeugdvakanties. En mijn grote held, mijn onverwoestbare, stoere vader, verworden tot een hoopje ellende in een plastic luier, luistert en begrijpt.

Hij huilt. Voor het eerst in 89 jaar.

Karen EmmerEls van Rijn

Wegstoppen

Wat doen we met onze ouders? Wegstoppen? Mijn moeder leefde totaal op toen ze op 79jarige leeftijd permanent ging wonen in het verzorgingshuis.

Twee jaar daarvoor onderging ze een galblaasoperatie en begonnen de problemen. Vijf dagen na de operatie werd ze naar huis gestuurd, waar mijn zus en ik haar bij toerbeurt twee weken verzorgden. Toen moest ze het verder alleen doen en dat ging niet. Ik schakelde de thuiszorg in, er kwam een alarm in huis, haar hulp deed wat ze kon, maar het lukte niet. Angst en paniekstoornis, diagnosticeerde de psychiater. Ze kreeg antidepressiva en deed niets anders dan zich zorgen maken over haar medicatie. Een winkel durfde zij niet meer in. Haar hulp, mijn zus of ik deden wat in onze macht lag maar haar gevoel van angst, paniek en eenzaamheid won het altijd. Haar ellende mondde uit in een hartinfarct. “Gelukkig”, zei ze, “nu ben ik even niet alleen.” Deze keer waren mijn zus en ik vastbesloten mijn moeder niet uit het ziekenhuis te laten vertrekken zonder een logeeradres in een verzorgingshuis. Dat lukte goddank en vanuit het logeeradres heb ik met veel inspanning een indicatie voor permanent verblijf voor haar kunnen regelen.

Ze woont er nu twee jaar en is ontzettend opgeknapt. Doet mee aan vrijwel alle activiteiten van het huis. Voelt zich verzorgd, omringd en is blij met haar gezellige kamer.

Marieke van Nes

Eenzaam

Mijn moeder kreeg op 85-jarige leeftijd een hersenbloeding. Ziekenhuis, verpleeghuis en rolstoel waren het gevolg. Zeven jaar later is zij overleden.

Ik kocht een schrift voor haar, omdat ze met haar rechterhand nog kon schrijven en zo hoopte ik op informatie over haar gedachten te kunnen krijgen, want praten ging moeilijk. Ik heb op die manier een documentatie over al die jaren die wij samen hebben doorgemaakt. Zeven jaren van verdriet, schrijnend verdriet, pijn, zorg en eenzaamheid.

Op de eerste pagina schreef zij: „Ik weet niet waar ik ben, maar ze laten mij niet doodgaan zei iemand vanmorgen.

Maar ik kan niet opstaan want de stoel zit vast en ik kan er niet uit en ik heb nog geen eten gehad.

Ik weet niet of ze mij dood maken door geen eten te geven en ze laten mij dood gaan.

Waar ik ben weet ik niet misschien krijg ik geen eten dan ga ik dood.

Niemand weet dat ik hier zit. Als ik geen eten krijg ga ik dood.

Ik heb geen huis, waar moet ik heen, waar kan ik slapen. Ik hang mij maar op.

Ik kan niet meer denken. Ik weet niet waar ik nu heen moet, maar ik weet op moment niets meer.

Hoe loopt dit af.”

Tot zover haar schrijven. Ik hoop voor mijzelf een manier te vinden om dit nooit te hoeven doormaken.

Diny Hantelmann-Kottman

    • Karen Emmer
    • Kay Okma
    • Els van Rijn
    • Diny Hantelmann-Kottman
    • Marieke van Nes
    • Ineke de Bakker