Kleutertje, lees maar

Kleuters hoeven niet meteen letters te leren, als ze maar speels met taal leren omgaan. Marlies Hagers

Promovendus Judith Stoep leest kinderen ‘interactief’ voor, met veel vragen en samenvattingen tussendoor. foto flip franssen Nederland, Nijmegen, 12-3-2008 Promovenda Judith Stoep (Schoolvoorbeeld) Foto: Flip Franssen voorlezen Franssen, Flip

Soms zijn onderzoeksresultaten echt nuttig voor de onderwijspraktijk. Neem het promotieonderzoek van taalkundige Judith Stoep. Zij ontdekte dat kleuterleidsters zich zo sterk concentreren op de taalachterstand van sommige kinderen dat deze kinderen ook nog eens een leesachterstand oplopen. “Leerkrachten denken vaak dat kinderen met een taalachterstand in het Nederlands er nog niet aan toe zijn om ze geletterd te maken”, zegt Stoep. “Maar neem zo’n logo van McDonalds, wij zien daar misschien gewoon een M in, maar kinderen zien een plek waar je frietjes kunt eten. Op heel jonge leeftijd weten ze dat al. Dat laat zien dat het jonge kind al een vorm in het platte vlak koppelt aan iets in de werkelijkheid.” En daarmee leren kinderen gaandeweg dat letters ergens voor staan.

Judith Stoep promoveerde gisteren aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar onderzoek naar wat zij ‘beginnende geletterdheid’ noemt. “De onderwijzers zeggen: die kinderen kennen nog zóveel woorden niet, als ze dan ook nog aan voorbereidend lezen doen, dat is allemaal veel te veel.” En dat is dus een misverstand, vindt Stoep. Geletterd maken kan volgens haar op alle niveaus en staat los van een specifieke taal. Een kind leert pas iets over die geschreven taal als hij er ervaringen mee kan opdoen.

Beginnende geletterdheid bestaat uit alle kennis die kinderen opdoen over geschreven taal, nog voordat ze in groep 3 echt leren lezen. In het geval van allochtone kinderen kan dat ook heel goed in de taal van de ouders. “Het is politiek incorrect om jammer te vinden dat er geen aandacht meer bestaat voor de eigen taal op school. Maar ik vind dat wel.”

fijne motoriek

Vanuit de wetenschap zijn scholen twaalf jaar geleden al gestimuleerd om jonge kinderen op een speelse manier met geschreven taal in aanraking te brengen. Judith Stoep heeft nu in de praktijk onderzocht hoe jonge kinderen op Nederlandse scholen en thuis geletterd worden gemaakt. Ze heeft in kleuterklassen geobserveerd en leerkrachten en ouders ondervraagd. Ze zag nog veel achterhaalde vormen van leesvoorbereiding. Oefenen van fijne motoriek bijvoorbeeld, als voorbereiding op het schrijven. “Niet onbelangrijk, maar kinderen laten kennis maken met geschreven taal is een subtieler proces.”

Veel kleuterleerkrachten denken volgens Stoep dat het stimuleren van beginnende geletterdheid betekent dat ze kleuters achter een tafeltje moeten zetten om letters te leren. “En dat willen ze niet. Maar je kunt kinderen op heel speelse manieren met geschreven taal kennis laten maken.” Sterker nog: je moet dat doen, vindt Stoep, want het is dé manier om het leesniveau omhoog te krijgen. Voorlezen is bijvoorbeeld belangrijk. Maar je moet meer doen dan een leuk verhaaltje lezen, zegt Stoep. “Wat een boek interessant maakt is dat kinderen erover praten, zichzelf erin kunnen herkennen en dat ze nieuwe kennis opdoen die ze kunnen vasthaken aan wat ze al weten” (zie kader). En inderdaad, zegt Stoep, gestructureerd letters leren hoeft nog niet. Maar letters zijn wel heel leuk materiaal waar kinderen ontdekkingen mee kunnen doen. “Ook met een briefje vol onzinletters kan een kind iets vertellen.”

ouders

Door het samen lezen van prentenboeken maken kinderen ook kennis met de structuur van een verhaal. Dat is een fijne voorbereiding op wat in het onderwijs ‘begrijpend lezen’ heet: doorgronden wát je leest en er wijzer van worden.

Het is juist dat begrijpend lezen waar met name allochtone kinderen in achterlopen. En omdat de eerste stappen ook heel goed in de eigen taal kunnen, zou je ouders daarbij in moeten schakelen, vindt Stoep. En daar doemt meteen een nieuw probleem op. Stoep ondervroeg leerkrachten en ouders en ontdekte dat leerkrachten vaak een bevooroordeeld idee hebben van de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs aan hun kinderen. “Ze onderschatten de allochtone ouders”, zegt Stoep. “Terwijl die dikwijls juist heel ontvankelijk zijn omdat ze het belangrijk vinden dat hun kind veel leert. Wij zagen allochtone ouders die bezig waren hun heel jonge kinderen letters te leren. Ze weten vaak niet dat het ook speels kan. Dat speelse, dat doen bijvoorbeeld hoger opgeleide ouders wel. Maar hún betrokkenheid wordt door leerkrachten weer overschat.”

Judith Stoep vindt zeker niet dat kleuters al moeten leren lezen. “Het lukt best om heel jonge kinderen het alfabet leren, maar dat heeft nog niet echt betekenis voor die kleintjes. Ze hoeven ook nog geen woorden te kunnen ontcijferen. Ze moeten wel leren hoe een verhaal in elkaar zit. En ze moeten inzicht krijgen in wat je met geschreven taal kunt doen.”

Judith Stoep prijst staatssecretaris Sharon Dijksma, die kort geleden zo’n 70 miljoen heeft uitgetrokken voor verbetering van voor- en vroegschoolse educatie, waar veel gedaan kan worden om kinderen geletterd te maken.

extra scholing

Nu de gemengde scholen nog, vindt ze. Die dreigen het kind van de rekening te worden. Ze krijgen minder geld dan zwarte scholen, maar hebben dezelfde problemen. “Extra scholing van leerkrachten is daar hard nodig, vooral ook om de aansluiting met thuis te verbeteren”, zegt Stoep. “Via de traditionele tienminutengesprekjes bereiken scholen allochtone ouders niet. Wil je zicht krijgen op wat thuis gebeurt en de inzet van ouders benutten, dan moet je ernaar toe. Dat kost tijd.” En geld – nóg meer geld.

    • Marlies Hagers