In Fictie

De actualiteit wordt weerspiegeld door de literatuur, en omgekeerd. Deze week de moderne tulipomanie in het licht van The Lost Diaries of Frans Hals van Michael Kernan.

Fictie volgt de feiten en soms volgen de feiten dan weer de fictie. Neem de geruchtmakende speculatiefraude die deze week opnieuw de voorpagina’s haalde omdat een schadeclaim van miljoenen bij de Amsterdamse rechtbank behandeld werd; een zaak die ging rollen in 2003, toen het in bloembollen handelende termijnfonds Novacap Floralis niet meer aan zijn financiële verplichtingen kon voldoen. Meer dan honderd beleggers en enkele beleggingsclubs gingen voor 120 miljoen het schip in, doordat bollenhandelaars de prijzen ‘in een carrousel van verkopen’ hadden opgedreven.

De reconstructie van de zaak, dinsdag in nrc.next en NRC Handelsblad, las als een van de vele spannende romans die de laatste jaren zijn geschreven over de – historische – ‘tulipomanie’ in de 17de eeuw, toen beleggers elkaar gek maakten met bloembollen die soms wel voor de prijs van een grachtenhuis werden verkocht. Deborah Moggach’ wereldwijde bestseller Tulip Fever bijvoorbeeld, of Rosalind Lakers Golden Tulip, een historische roman over een 17de-eeuwse schilderes die kampt met financiële problemen. Of mijn eigen favoriet, The Lost Diaries of Frans Hals (1994) van de Amerikaan Michael Kernan.

In The Lost Diaries wisselen twee verhalen elkaar af: dat van een Amerikaanse student, die op verzoek van een kunsthandelaar de plotseling opgedoken dagboeken van Frans Hals vertaalt en op echtheid onderzoekt; en dat van Frans Hals, die door middel van korte en lange dagboekaantekeningen verslag doet van zijn schildersleven in Haarlem. Het verhaal van de joviale en melancholieke Hals is het mooist, niet alleen wanneer hij het heeft over zijn chronische geldproblemen, zijn vijftig jaar durende huwelijk, zijn hopeloze liefde voor zijn leerling Judith Leyster en de totstandkoming van zijn schilderijen, maar vooral wanneer hij beschrijft hoe hij zich het hoofd op hol laat brengen door de tulpengekte van 1636 (en flink wat geld verloor).

Het verging de gefictionaliseerde Frans Hals overigens heel wat beter dan zijn collega Jan van Goyen, die altijd als voorbeeld wordt genoemd van iemand die aan de bedelstaf raakte door de tulipomanie. Wat we volgens Anne Goldgar, schrijfster van een recente, revisionistische studie over de bollengekte trouwens met een korreltje zout moeten nemen. Als we haar Tulipmania (2007) mogen geloven, zijn het een paar overspannen pamfletten geweest die via een 18de-eeuws Duits en een 19de-eeuws Engels boek (én Simon Schama’s Gouden Eeuw-bestseller The Embarassment of Riches natuurlijk) een mythe hebben opgebouwd.

Maar goed: op de mythe zijn de romans gevolgd, en die blijken in het licht van de 21ste-eeuwse bloembollenpiramidezaak minder gek dan de werkelijkheid kan zijn. Het wachten is nu op de fictie die zal worden gewijd aan het schandaal uit 2003. De eerste roman – zie hiernaast – is al aangekondigd.

Michael Kernan: De verdwenen dagboeken van Frans Hals (uitg. Conserve). In vertaling alleen nog tweedehands verkrijgbaar.