‘Het publiek is ziek van al dat bedriegen’

De Australiër John Fahey (63) leidt het wereldantidopingbureau WADA zonder kennis van dopingzaken. „Ik geloof in een collectieve wijsheid.”

John Fahey: „Het mag niet weer gebeuren dat een sportster als Marion Jones bij 160 dopingcontroles niet één keer positief wordt getest. Foto AP ** ADVANCE FOR WEEKEND EDITIONS, NOV. 10-11 ** John Fahey, the 62-year-old Australian who will soon be thrust into the role of president of the World Anti-Doping Agency, the international body established in 1999 to coordinate the fight against drugs in sports, is pictured in Sydney, Tuesday, Nov. 6, 2007.Fahey, a former Australian finance minister and leader of New South Wales state, is the only candidate to succeed Dick Pound as head of the Montreal-based agency following the surprise withdrawal last month of France's Jean-Francois Lamour. (AP Photo/Mark Baker) Associated Press

Onwillekeurig dringt zich de vergelijking met Dick Pound op. Maar John Fahey, de nieuwe voorzitter van het wereldantidopingbureau WADA, is in alle opzichten een ander persoon. De provocerende stijl van de Canadees heeft plaatsgemaakt voor de diplomatenhouding van een Australische oud-politicus. De strijd tegen doping zal de komende jaren met een minder scherpe tong begeleid worden.

Fahey is ook een geheel andere verschijning dan Pound. Waar de eerste voorzitter van WADA gezag uitstraalde, is zijn opvolger vooral ‘goeiig’. En waar Pound zich in gezelschap joyeus en praatgraag opstelt, prefereert Fahey terughoudendheid. „Hij schreeuwt ten minste niet zo als Pound. Dat is pure winst”, zei het Nederlandse IOC-lid Hein Verbruggen na een kennismakingsgesprek met de Australiër. Maar Verbruggen is dan ook een verklaarde tegenstander van de Canadees, die momenteel een sterke lobby voert om volgende maand gekozen te worden tot voorzitter van het internationale sporttribunaal CAS.

Ook een verschil: Pound is de sportbestuurder pur sang, die zich al decennia lang aan allerlei machtsspelletjes overgeeft. Daarin slaagde de oud-zwemmer – zesde op de 100 meter vrije slag bij de Olympische Spelen van 1960 in Rome – redelijk, zij het dat hij zijn grote doel nooit heeft bereikt. Pound had zichzelf het liefst voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité zien worden. Maar daarvoor was de Canadese advocaat onder IOC-leden net iets te omstreden.

Fahey heeft een andere achtergrond. Hij komt niet uit de sport, maar was een politicus die het tot premier van de deelstaat New South Wales en minister van Financiën van zijn land heeft geschopt. Fahey maakte carrière binnen de conservatieve Liberal Party en wist tot voor een half jaar niet meer van doping dan de gemiddelde wereldburger.

Maar Fahey kende wel John Coates, het Australische IOC-lid met wie hij als premier van New South Wales nauw samenwerkte ten tijde van de kandidaatsstelling van Sydney voor de Olympische Spelen van 2000. En toen Pound een opvolger zocht, heeft Coates zijn oude vriend Fahey naar voren geschoven, naar wordt gezegd om als wederdienst Pound te steunen bij zijn verkiezing tot voorzitter van CAS. Fahey werd de consensuskandidaat van de gezamenlijke overheden, die als partners van WADA statutair aan de beurt waren een voorzitter te leveren. Zo kon het gebeuren dat Fahey, niet in de laatste plaats tot zijn eigen verbazing, op een belangrijke positie in een voor hem vreemde wereld werd geparachuteerd.

De verkiezing van Fahey wekte de woede van de Raad van Europa die zich sterk had gemaakt voor de Fransman Jean-François Lamour, oud-schermer, oud-minister van Sport in Frankrijk en lange tijd vicevoorzitter van WADA. Hij had tenminste de kennis van doping die Fahey mist, vonden de Europese landen binnen het wereldantidopingbureau. De Australiër is in Europese ogen de verkeerde man op de verkeerde plaats.

Fahey zegt zich desondanks geen persona non grata te voelen. „Mijn verkiezing was vorig jaar november, dat is geschiedenis. Het heeft geen zin daarop terug te blikken. Ik ga goed om met de Europeanen en zij met mij. Iedereen die ik spreek steunt me. De oppositie was ook niet persoonlijk bedoeld, is mij verzekerd; men was het oneens met de procedure. Tijdens een bijeenkomst met de Europese ministers van Sport hebben ze zich verontschuldig over de vijandige sfeer waarin mijn verkiezing zich heeft voltrokken en ze hebben tevens hun steun uitgesproken. De sportministers hebben aangegeven graag met mij te willen samenwerken. En ik houd van een zuiver debat. Ik heb de ministers ook verteld het integrale belang van de strijd tegen doping te zullen verdedigen. Ja, ze hadden verwacht dat Europa de voorzitter mocht leveren. En ik begrijp de teleurstelling toen dat mislukte.”

Om er lachend aan toe te voegen: „Maar ik heb ze verteld dat mijn ouders van oorsprong Iers zijn en ik een Spaanse ring draag.”

De kritiek dat Fahey een zetbaas van Pound is geworden, omdat hij in Bowral, in de highlands ten zuiden van Sydney, blijft wonen en niet verhuist naar Montreal, waar het hoofdkantoor van WADA is gevestigd, werpt hij verre van zich. „Ik heb mijn eigen opvattingen en laat me door niemand sturen. Maar ik luister wel altijd goed naar de deskundigen. Ik heb intensief contact met de medewerkers op het hoofdkantoor en we vergaderen veel telefonisch. Ik hoef niet permanent in Montreal aanwezig te zijn, zo lang de professionals op kantoor hun werk goed doen. En wees gerust: ik ben er als mijn aanwezigheid is vereist.”

Nee, Fahey wil geen inhoudelijk oordeel over zijn functioneren geven. „Dat mogen andere over drie jaar doen”, zegt hij. „Ik wil alleen zeggen dat ik geloof in een collectieve wijsheid en me niet te groot voel om naar adviezen te luisteren. Ik ben van mening dat de kennis van het management nooit genegeerd mag worden. Of dat betekent dat ik niet krachtdadig ben? Niet in het minst. Ik ben niet bang om een stevig standpunt in te nemen en dat in het openbaar te verkondigen, maar pas als ik over de vereiste kennis beschik. Ik zal zeggen wat er gezegd moet worden. En dan kan het me niet schelen als mensen het daarmee oneens zijn.”

In de korte tijd dat Fahey WADA leidt, heeft hij zich laten bijpraten over de gecompliceerde wereld van dopingbestrijding, maar is hij wel zo verstandig in het openbaar niet de deskundige uit te hangen. Hij kent intussen de regels van de wereldantidopingcode, maar vraag hem niet een voordracht over de werking van amfetamines of anabole steroïden te houden. „Daar ben ik ook niet voor. Ik zie het als mijn taak om WADA te leiden en te vertegenwoordigen. Ik zeg alleen dat we slimmer moeten gaan testen dan we gedaan hebben. Het mag niet weer gebeuren dat een sportster als Marion Jones bij de 160 dopingcontroles in haar carrière niet één keer positief wordt getest. De testen worden verbeterd, die verzekering kan ik geven, omdat we bij onderzoeken vergaande vorderingen maken.”

De gevolgen zullen de sporters komende zomer merken bij de Spelen in Peking, verzekert Fahey. „Het IOC heeft aangekondigd dat er vaker dan ooit wordt getest. Gevoegd bij de verbeterde detectiemethoden betekent dat een verhoogde kans voor de kwaadwillende sporters om betrapt te worden. Natuurlijk, ik ben realistisch en weet dat volledig schone Spelen een utopie is, maar als het om de dopingcontroles gaat, durf ik te beweren dat ‘Peking’ de meest effectieve Spelen in de geschiedenis worden. En als Victor Conte (de man achter het Balco-schandaal met onder anderen Marion Jones en Dwain Chambers, red.) roept dat de meerderheid van de olympische sporters is gedrogeerd, vind ik die perceptie niet het grootste probleem van de Olympische Spelen. Omdat het niet waar is. De dopingprogramma’s zijn in de meeste landen tegenwoordig zo streng en de standaard van de internationale laboratoriums zo hoog, dat bedrog steeds sneller wordt ontdekt. Trouwens, de rol van Conte is uitgespeeld. En ik vind hem niet bepaald de aangewezen persoon om iets over de huidige stand van zaken te zeggen.”

Als het om opsporen van dope gaat, komt het gezwollen taalgebruik van Fahey overeen met dat van Pound en alle deskundigen die hun werkzaamheden moeten legitimeren. Doping moet als een groot probleem geprofileerd worden om steun van sportbonden en landen te werven en de werkzaamheden gefinancierd te krijgen. Dus rept ook Fahey veelvuldig van „the war against doping”.

In zoverre geen nieuws. Maar waar de Australiër zich wel in onderscheid, is zijn houding ten opzichte van regeringen. Hij voelt zich in zijn nieuwe functie bij uitstek de vertegenwoordiger van overheden. Een van Fahey’s speerpunten wordt alle landen de UNESCO-overeenkomst over doping te laten tekenen. Omdat landen geen verdrag kunnen sluiten met niet-gouvernementele organisaties, is de Verenigde Naties ingeschakeld om de wereldantidopingcode op regeringsniveau geaccepteerd te krijgen. Er is alleen een klein probleem: pas 77 landen hebben de UNESCO-overeenkomst ondertekend.

Om de landen te overtuigen verbindt Fahey het dopingvraagstuk met de volksgezondheid. „De opvatting dat doping alleen een probleem is voor een selecte groep topsporter, is achterhaald. Het signaal dat zij afgeven is dat je alleen met doping de top kunt bereiken. En die boodschap werkt door naar beneden, naar jonge sporters. Bovendien blijkt steeds vaker dat handelaren in verboden middelen afkomstig zijn uit de drugswereld. Om die reden hebben we afspraken gemaakt met Interpol over de uitwisseling van informatie. Vergis je niet in de omvang. In 2007 alleen al heeft de federale Amerikaanse politie 56 illegale drugslabs opgerold, 124 mensen gearresteerd en 242 kilogram spierversterkende middelen in beslag genomen. In totaal voor een waarde van 11,4 miljoen dollar. Bovendien werden arrestaties verricht in Mexico, Canada, Australië, België, Denemarken, Duitsland, Zweden en Thailand. Om maar aan te geven hoe wijdvertakt het probleem is.”

Fahey ziet het als zijn taak de overheden nauwer bij WADA te betrekken. „Het is mijn taak de regeringen nadrukkelijker te interesseren voor de strijd tegen doping. Het is al lang niet meer een probleem van de sport. Overheden moeten zien dat de gezondheid van de jongeren op het spel staat. Kinderen in Lausanne, Amsterdam, New York, Sydney, Londen of Parijs moeten weten dat sport ook zonder doping mogelijk is. Nee, ik pleit er niet voor om doping wettelijk strafbaar te stellen. Elk land moet zelf beoordelen of doping bij wet moet worden verboden. Daar bemoei ik me niet mee. Ik zal alleen de druk op landen opvoeren om het UNESCO-verdrag te tekenen.”

Fahey denkt dat hij de publieke opinie aan zijn zijde heeft. „Ik ben ervan overtuigd dat de toeschouwers ziek zijn van al dat bedriegen. Ze willen best geld betalen, maar dan wel voor eerlijke sport.”