Het Mayflower

Even lunchen in een hotel met een reputatie.

Het Mayflower-hotel in Washington Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Een Perrier dan maar. En een „tomatenbruschetta van gegrilde focaccia”. De serveerster glimlacht, zij heeft me door, mij en mijn laffe, goedkope bestelling in wat vandaag het pikantste hotel van Amerika is.

Ik kom niet echt voor de lunch. Wie werkelijk luncht, zit hier niet met zijn neus op de gasten in een bruschetta van focaccia te zagen, wat ook niet meevalt, het harde broodje wil er steeds vandoor.

Dan maar eens in The New York Times bladeren. Oeps, verkeerde krant vandaag, daar staat ons onderwerp al op de voorpagina: Eliot Spitzer, de bewonderde gouverneur van New York, getrouwd, drie dochters, met die omgekeerde grijns van de man die boete doet. Tanden op de lippen, mondhoeken naar beneden en gekweld kijken maar. Iets te zelfbewust in de camera, naar mijn smaak. Een tafel verderop giechelen twee oude mannetjes, misschien niet om die krant. Maar vandaag, hier, gebeurt niets zomaar en lijkt iedereen zich hyperbewust van zijn figurantenrol in het drama.

Welke plaaggeest heeft de achtergrondmuziek in de lobby uitgezocht? Tussen de goud geornamenteerde zuilen kabbelt zachtjes het lied Human van The Human League („I’m only hu-man, of flesh and blood I’m made, I’m only hu-man, born to make mistaaaaakes.”)

De echte lunchgasten zitten onverstoorbaar in Café Promenade verderop, naast de Grand Ballroom, waar mooie groene wijnglazen op tafels staan. De leden van het Amerikaans Congres herken je er aan de twee tot vier met dossiers beladen twintigers in hun kielzog. Stafleden en stagiairs.

Stagiairs? Dit is het ook hotel waar de beroemde foto van Bill Clinton in omhelzing met de gretige Monica Lewinsky werd vastgelegd. En waar zij later getuigde van hun affaire tegenover commissieleden uit het Congres, die onderzochten of de president uit zijn functie moest worden gezet.

In het Mayflower is niets meer toeval. Drieëntachtig jaar oud is het hotel en het heeft een reputatie. Hier lunchten FBI-directeur J. Edgar Hoover en zijn onderdirecteur, alter ego, vakantiegenoot en vermeende-maar-nooit-bewezen geliefde Clyde Tolson. Twintig jaar lang, iedere dag. Hier logeerde Judith Campbell Exner, de veronderstelde maîtresse van president Kennedy, als ze in de stad was. Het Witte Huis ligt maar een blok of vier verderop.

Maar niet afdwalen. Het schandaal.

Ai, daar boven is een balkon. Daar zit je nog beter, goed verdekt. Een bijzonder dikke fotograaf, in heel zijn lichaamstaal de verveelde routinier, verstopt er zijn camera onder een tafeltje. Hij leunt achterover, buik in de lucht, en gaapt.

Op wie wacht hij? Op hele mooie jonge vrouwen van Emperors Club VIP? We hebben het hier over vrouwen van een kennelijk zo buitengewoon kaliber, dat ze in diamanten worden gerubriceerd. Niet alleen zijn ze allemaal beeldschoon. Maglia spreekt zes talen. Trina was professioneel ballerina en is thans culinair wonder. Emmy is een countryzangeres. Drie tot zeven diamanten. Een vrouw van drie diamanten kost bij Emperors Club VIP 1000 dollar per uur, eentje van zeven diamanten 3100 dollar per uur – of 31.000 dollar per dag. Men kan ook, voor 30.000 dollar, een hele dag met drie dames uit de drie diamanten klasse boeken.

De vergadering van de Landelijke Vereniging van Begrafenis Ondernemers loopt ten einde. Handenwrijvend en glunderend komen ze helemaal tot leven als ze in de lobby in lange rijen met hun koffers staan te wachten op de piccolo’s, die alles buiten in de taxi’s naar het vliegveld laden. Je bent een begrafenisondernemer, uit laten we zeggen Buffalo. Je mag één keer per jaar naar een duf congres. En laat dan uitgerekend op die dag bekend worden dat joúw hotel de plek is waar het allemaal gebeurde.

Het verslag van de FBI zoals dat maandag bekend werd, is 47 pagina’s lang. De FBI deed onderzoek naar de Emperor’s Club VIP en luisterde er de telefoon af. Gouverneur Eliot Spitzer heet ‘Cliënt 9’ in de documenten. Eliot Spitzer, die in zijn eerste maand als gouverneur tekende voor de strengste anti-prostitutiewetgeving van het land.

Hij moest op Valentijnsdag in Washington getuigen voor een commissie van het Huis van Afgevaardigen. Spitzer zou overnachten in het Mayflower, kamer 871. In de dagen daarvoor had hij bij Emperor’s Club VIP een prostituee geboekt: Kirsten, die speciaal met de trein uit New York kwam. De ontmoeting kostte de gouverneur 4300 dollar, voor minder dan twee uur. De volgende ochtend getuigde hij kreukloos als altijd over de staat van het obligatieverzekeringswezen.

Een rechtenprofessor van Harvard, waar Spitzer en zijn echtgenote studeerden, betoogde woedend op de televisie dat Amerikanen hun obsessie met seksschandalen moeten afzweren, dat ze al te veel excellente vertegenwoordigers van het openbaar bestuur hebben afgedankt om privéredenen. CNN toonde intussen onbarmhartig beelden van Spitzers tienerdochters.

Het hotel heeft eigenlijk maar één werkelijk achtenswaardig wapenfeit. Franklin D. Roosevelt schijnt hier een van zijn beroemdste uitspraken op papier te hebben gezet: „We have nothing to fear but fear itself.”