Column

Groot gelijk

Paar weken geleden mocht ik in Nova een pleidooi houden voor het zogenaamde bord op schoot, ofwel het voetbal terug bij de NOS. En wel om zeven uur ’s avonds zodat mijn neefjes van nog geen tien jaar oud ook kunnen kijken. Verder vertelde ik dat het absoluut niet langer dan een uur mocht duren en dat de analytici wat mij betreft met vervroegd pensioen konden.

Weg met de laptop en de lullige kringetjes. Gewoon een uur voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Zonder hinderlijke reclameblokken. Interviews? Kort en krachtig. Van Gaal op de kast is altijd leuk. Maar verder niks. Het drie jaar geleden door John de Mol op brute wijze geroofde, aangerande en verkrachte eredivisievoetbal moest weer terug naar het volk. Daar waar het hoort.

Week later zag ik een boze Jan Mulder, die mij op televisie kwalijk nam dat ik de aardige analyticus Jan van Halst het brood uit de mond stootte. Ik keek geamuseerd naar zijn toneelstukje. Ik snapte hem wel. Het is ook een beetje zijn handel natuurlijk. Maar die Van Halst hoeft van mij niet de WW in. Laat hem lekker ’s avonds laat de wedstrijd analyseren bij Wilfred en Willem. Maar hou Studio Sport ouwehoervrij.

Inmiddels is er beslist en de uitslag is duidelijk. 10-0 voor Youpie! Al mijn eisen zijn ingewilligd. Terecht. Het voetbal is weer thuis en ik heb nog niemand gesproken die dat erg vindt.

Afgelopen week ontving ik vierduizend bedankmailtjes, honderdvierenzestig bloemstukken (mijn huis lijkt een rouwkamer), achtendertig flessen zeer goede wijn en ik kan bijna niet meer schijten door het aantal veren in mijn reet. Een wandelingetje naar de bakker op de hoek duurt een uur. Iedereen spreekt me aan en bedankt me.

Bij sommigen zie ik de tranen in hun ogen. „Graag gedaan! Het was mijn morele plicht!” antwoord ik telkens heel bescheiden. De leukste brief? Die van Max en Lex, waarin onze toekomstige koning mij heel voorzichtig vraagt of ik in een soort Raad van Advies wil. Het antwoord is nee.

Het was overigens mijn tweede succesje binnen een maand. Want even daarvoor hadden ze bij Ajax mijn wijze raad opgevolgd. De voorzitter, een ijdele advocaat die net zoveel verstand van voetballen heeft als ik van klassiek ballet, vertrekt aan het eind van dit seizoen en de directeur, een ijscoverkoper die Ajax groot in de Chinese markt wilde zetten, is al weg. Verder gaan ze proberen de club zo goedkoop mogelijk van de beurs af te krijgen. Allemaal zaken waar ik al jaren over schreef in dit hoekje van de krant. Het gaat in de Arena weer naar voetbal ruiken. Alleen dat Cruijff de klus zou gaan klaren was niet mijn advies. Maar ik maakte me daar geen seconde zorgen over. Ik wist al lang dat als hij tegen Danny zou zeggen dat hij een nieuw schnabbeltje had aangenomen zij alleen maar heel streng zou kijken. En dat hij daarna zou mompelen dat hij zou zorgen dat hij op nette wijze van het baantje af kwam, wist ik ook al lang. Wel op zijn Cruijffs natuurlijk.

En zo geschiedde. Danny heeft daar in Barcelona niet de broek aan, maar een harnas. Na Ajax-Excelsior kwam ik bont en blauw van de schouderklopjes thuis. Mijn hand was rood en ruw van het schudden. Iedereen wilde me aanraken. Ik liet ze toe. Ik gun het volk zijn ontlading.

Hoe ik me voel na mijn successen? Goed. Een soort verlosser. Word alleen wel gek van de telefoontjes. Iedereen wil advies. Jan Peter, Geert, Rita, Rutte en ga zo maar door. Maar ik poeier iedereen af.

Behalve de jonge collega die mij vroeg hoe ik met huilende gehandicapten in de zaal omga. Hij kreeg een basisadvies: Zie iedereen als gehandicapt. Inclusief jezelf. Pas dan zal je ver komen.

En wat ik deed met weglopers? Daar heb ik geen ervaring mee. Kan je beter Freek bellen. Die loopt zelf nog wel eens weg. Of anders Johan. Die heeft daarin de meeste ervaring.

Youp van ’t Hek