‘Een vallende mango betekent: Fidel, treed af!’

Journalist/percussionist Rik van Boeckel (55) reisde meermaals naar Cuba. Hij schreef een boek over de relatie tussen het regime van Castro en het bloeiende, maar riskante muziekleven.

Van Boeckel (l.) met rappers

Eén keer woonde muziekjournalist en percussionist Rik van Boeckel (55) op Cuba een toespraak van Fidel Castro (81) bij. Het onlangs teruggetreden staatshoofd van Cuba was al niet meer zo kwiek als vroeger, toen hij berucht was om toespraken die soms zeven uur duurden. Deze rede duurde ‘slechts’ anderhalf uur, schrijft Van Boeckel in De zingende palmen van Cuba, waarin hij verslag doet van zijn muzikale ontdekkingsreizen naar het eiland tussen 2000 en 2005. Kleine speakers lieten zachtjes ‘Fidel, Fidel’ horen wanneer de leider even een adempauze hield, om het publiek aan te sporen tot enthousiaste reacties.

De avond na die redevoering werd carnaval gevierd in de stad Santa Clara. Het contrast tussen de retoriek van de ochtend en het volksfeest van de avond was volgens Van Boeckel „opwindend”.

Van Boeckel reisde in 2000 voor het eerst naar Cuba, om zijn kwaliteiten als congaspeler te verfijnen. Een langdurige relatie met een Cubaanse stelde hem in staat dichter bij de plaatselijke bevolking te komen dan menig toerist. „Er heerst daar toeristische apartheid; de gewone Cubaan mag niet in de resorts komen. ”

Volgens Van Boeckel is de invloed van de Cubaanse overheid op de muzikale ontwikkeling op het eiland enorm. Zo bepaalt het regime welke artiesten naar het buitenland mogen en maakt de overheid cruciale keuzes over het ondersteunen van specifieke muziekgenres. Van Boeckel geeft hiphop, zeer populair onder de Cubaanse jeugd, als voorbeeld. „In de jaren negentig werd hiphop als antirevolutionair gezien. Later ging Fidel’s pet anders staan, omdat hij zag dat hiphop populair was en hij het voor zijn eigen doeleinden kon gebruiken. Rappers mochten kritiek uiten op hun bestaan, maar het regime moest buiten schot blijven. Bij een door de regering gesubsidieerd festival scholden rappers de politie uit. Dat festival wordt niet meer georganiseerd. ”

Meestal is de kritiek op de overheid subtieler geformuleerd, niet in de laatste plaats omdat de overheid als enige subsidie verleent voor de aanschaf van draaitafels en instrumenten. Van Boeckel: „Wanneer gezongen wordt over een groene mango die van de boom valt, kun je dat interpreteren als een oproep aan Fidel – die altijd groene kostuums draagt – om op te stappen. ”

De hoogbejaarde Castro heeft dat inmiddels gedaan en de macht officieel overgedragen aan zijn broer Raúl Castro (76), die onder meer ruimere bewegingsvrijheid voor de Cubanen in het vooruitzicht heeft gesteld; gisteren werd bekendgemaakt dat Cubanen binnenkort ook computers en dvd-spelers mogen kopen.

Juan Formell van Los Van Van, een toonaangevende timbagroep (timba is een salsavariant met invloeden uit pop en hiphop), vertelde Van Boeckel dat de muzikanten op Cuba niet verwachten dat de situatie onder Raúl veel zal veranderen. „Muzikanten op Cuba worden door Cubanen in de VS gezien als verraders omdat ze steun krijgen van het regime. Het embargo van de VS blijft overeind, net als de invloed van de Cubaanse regering op de muziekindustrie. Ze verwachten geen grote veranderingen, maar met kleine stapjes. Rappers van Obsesión spreken van een ‘revolutie binnen de revolutie’. Ze zien zichzelf niet als dissidenten. Zij ijveren voor meer vrijheden binnen het systeem. ”

De politieke situatie op Cuba zorgt volgens Van Boeckel voor spannende muziek. „De rapper Mos Def trad hier op en vond de hiphop-scene lijken op die van de begindagen in New York. Rappers worden gearresteerd om wat ze zeggen, niet wegens wapenbezit. Ze doen geen gangsters na, maar praten over werken in de suikerindustrie en de misère om zich heen. Muziek is hier, ook in frivolere genres als salsa en reggaeton, voor alles een uitlaatklep.”