‘Een rotsvast geloof in wat ik als trainer doe’

Zweminstituut Amsterdam (NZA) is met dertien zwemmers hofleverancier bij de EK in Eindhoven. Er groeit iets moois in Amsterdam, zegt de jonge trainer Martin Truijens (30).

Zwemcoach Martin Truijens Foto Maurice Boyer Zwemcoach Martin Truijens van het Nationaal Zweminstituut Amsterdam Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080314 Boyer, Maurice

Als Martin Truijens niet – zonder het zelf te weten – door een drievoudig olympisch kampioen was opgebeld, was hij waarschijnlijk nooit zwemtrainer geworden.

De jonge coach heeft geen verleden als topzwemmer, maar kwam er dankzij zijn studie bewegingswetenschappen aan de VU mee in aanraking. In 2001 deed Truijens in Dallas (Texas) tijdens een stage onderzoek naar het effect van zwemtrainingen ‘op hoogte’, toen hij een telefoontje kreeg van ene Jim Montgomery.

Truijens had geen idee wie hij was, maar de Amerikaan zei dat hij van het onderzoek had gehoord. En of hij mee mocht doen. Truijens: „Ik zei: nee, sorry, dat gaat niet gebeuren, we zijn al begonnen. En ik hing de telefoon weer op. Een paar dagen later belde hij weer. Of hij niet een keer een testje mocht komen doen. Dat kon. Ik zie hem nog binnenkomen: grote kerel, enorme klauwen. Niet iemand die alleen maar baantjes trekt.”

Dat bleek: Jim Montgomery was in 1976 de eerste mens die de 100 meter vrije slag onder de 50 seconden aflegde, tijdens de Olympische Spelen van Montreal. Zijn cv wordt opgesierd door drie olympische gouden medailles en een bronzen plak – naast negen wereldtitels en tien wereldrecords.

Na de kennismaking met de opvolger van Mark Spitz vroeg Montgomery Truijens of hij hem wilde begeleiden voor de WK voor Masters, veteranen. Dat deed hij – en met succes: Montgomery, toen 47, zwom tijden die hij al tien jaar niet meer had gezwommen. „Hij was onder de indruk”, zegt Truijens. „Voor mij was het de introductie in het begeleiden van zwemmers.”

Net als zijn voorbeeld Jacco Verhaeren móést Truijens wel trainer worden. Op zijn zestiende gaf hij al judotrainingen in zijn woonplaats Rijswijk. „Dat mocht niet, maar ik vond het leuk mensen te motiveren om bijzondere dingen te doen. Ik gaf later ook looptrainingen in het Vondelpark.”

Zijn werk in Texas was in Nederland ook opgevallen. Hij ging aan de slag bij het toenmalige zwemteam TZA, waar hij vermogensmetingen onder de zwemmers verrichtte. In 2005 werd hij hoofdcoach, als opvolger van Fedor Hes, met wie TZA had gebroken. „Het is heel snel gegaan”, zegt Truijens. „Door mijn werk te doen gingen mijn zwemmers hard zwemmen. Dan kom je zelf ook in beeld voor bepaalde posities.”

Truijens speelde ook een rol bij de herstructurering van het topzwemmen in het Sloterparkbad, dat na het vertrek van Hes bij TZA twee topteams had: TZA en Hes’ nieuwe ploeg, XLence. Truijens: „Dat was heel gek. Ik was trainer geworden van het instituut waar Fedor had gewerkt. Vijandig was het niet, maar er was een bepaalde afstand, terwijl ik vanuit mijn wetenschappelijke rol altijd prettig met hem had samengewerkt.”

Toen bleek dat beide teams niet samenwerkten smolt technisch directeur Verhaeren van zwembond KNZB ze samen tot het Nationaal Zweminstituut Amsterdam (NZA), naast Eindhoven het tweede instituut voor de zwemtop, met Hes en Truijens als coaches.

Maar dat werkte niet, zegt Truijens, die de verantwoordelijkheid had voor de trainingsprogramma’s. „Dat was moeilijk voor Fedor. Hij was meer ervaren dan ik. De verhoudingen waren scheef. Uiteindelijk escaleerde dat compleet.” Tegen die achtergrond benoemde Verhaeren vorig jaar zijn geestverwant Truijens tot hoofdcoach, voor Hes viel het doek.

Truijens staat net als Verhaeren bekend om zijn rechtlijnige instelling. Truijens: „Ik heb een rotsvast geloof in wat ik als trainer doe. Daar zijn weinig afwijkingen mogelijk. Fedor was daar wat flexibeler in. Als je een pad afspreekt met de zwemmer mag dat zwaar zijn, het mag pijn doen. Je moet het pad niet bij het minste of geringste pijntje aanpassen.”

Sinds Truijens eindverantwoordelijk is bij NZA keerde de rust terug in het Sloterparkbad, hoewel sommige zwemmers aanvankelijk argwaan hadden. „Dat begreep ik wel. Maar niemand is weggelopen. Nu is de situatie stabiel. Daar ben ik trots op. We zijn alleen met zwemmen bezig.”

NZA telt nu veertien topzwemmers, met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar, onder wie talenten als Femke Heemskerk, Moniek Nijhuis, Nick Driebergen, Bas van Velthoven, Joost Reijns en Sebastiaan Verschuren. Met Heemskerk, Chantal Groot, Linda Bank, Manon van Rooijen en Saskia de Jonge hebben zich vijf NZA-zwemsters gekwalificeerd voor estafettenummers in Peking; Driebergen zwemt in elk geval twee olympische rugslagnummers.

„We hebben een brede ploeg”, zegt Truijens. „Van de 28 zwemmers die op de EK in Eindhoven meedoen komen er dertien uit Amsterdam.” Het bewijst dat NZA op de goede weg is.

Hij ziet voorlopig geen noodzaak voor één nationale ploeg in Eindhoven, waar de nationale top beschikt over de modernste trainingsfaciliteiten. „Amsterdam heeft zo veel te bieden dat dat een belangrijke reden kan zijn om hier te komen zwemmen, bijvoorbeeld opleidingen. En die moderne faciliteiten gaan we zelf creëren. Het is noodzakelijk dat dat gebeurt om topzwemmen in Amsterdam mogelijk te maken, daar ben ik eerlijk in. We zouden meer trainingsuren moeten hebben, en het hele bad kunnen gebruiken in plaats van trainen met schoolkinderen en baantjeszwemmers naast ons.”

    • Rob Schoof