De zege van de Iraakse schaduwstaat

Vijf jaar na de Amerikaans-Britse invasie is Irak nog steeds een puinhoop. En dat komt onder andere doordat Amerikanen en Britten geen idee hadden van de Iraakse werkelijkheid.

Een Amerikaanse marinier bedekt op 9 april 2003 het gezicht van Saddam Husseins grote beeld op het Fardousplein in Bagdad met een Amerikaanse vlag. Amerikaanse mariniers trokken het beeld vervolgens omver . De vlag werd haastig verwijderd. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY BY JAY DESHUMKH (FILES) A file picture shows a US Marine covering the face of Iraqi President Saddam Hussein's statue with the US flag in Baghdad's al-Fardous square on April 9, 2003. Five years after a US-led invasion toppled Saddam Hussein and then hanged him, hundreds of members of his former Baath Party are returning to public life but regret the end of his iron-fisted rule. AFP PHOTO/RAMZI HAIDAR AFP

Charles Tripp heeft geen goed woord over voor de manier waarop de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Irak in gewelddadige chaos hebben laten versplinteren. „Bizar”, noemt hij de Amerikaanse en Britse stategie om Saddam Husseins centrale staat te ontmantelen zonder er iets voor in de plaats te brengen. Daardoor is het land niet meer het territoir van één dictator, maar versnipperd tussen talloze lokale potentaatjes. „Sommigen zouden zeggen misdadig.”

„Het enige dat ze in Irak zagen was Saddam Hussein”, zegt hij. „Ze vonden het niet nodig iets te weten van Irak. Het was een soort arrogantie geboren uit imperialistische macht. Arrogantie, gedragen door militaire macht, maar ook een soort ideologische arrogantie – onze waarden zijn de enige die voorhanden zijn: de 21ste eeuw is van ons!” Wat natuurlijk binnen een tijdsbestek van drie, vier jaar is gebleken onzin te zijn, bromt hij.

Charles Tripp is hoogleraar Midden-Oosterse politiek en auteur van het standaardwerk A History of Iraq (2000). Hij zetelt in een met stapels boeken en ander papier volgestouwd kamertje in het hoofdgebouw van SOAS, de School of Oriental and African Studies van London University.

Zijn belangstelling voor het Midden-Oosten schrijft hij toe aan zijn jongste jeugd in het gebied en vooral zijn vakanties van kostschool. „Het was er koud en het eten was vreselijk, en dan plotseling, in een verschrikkelijke winter, vloog ik naar Bahrein. Briljant!” Hij lacht vrolijk.

De enige keer dat Tripp werd geconsulteerd door de Britse regering was in november 2002, toen hij met vijf collega’s naar Downingstreet 10 werd geïnviteerd voor een bijeenkomst met premier Blair en minister van Buitenlandse Zaken Straw. „We hadden van tevoren afgesproken dat we niet zouden gaan zeggen: niet doen, jullie dwazen!, maar hun een gevoel te geven wat ze zouden kunnen tegenkomen in Irak na een invasie, hun iets mee te geven van de complexiteit, de passies en de onbekende aspecten van de Iraakse politieke gemeenschap. Het idee te geven dat ze Irak serieus moesten nemen, dat ze niet naar binnen moesten gaan alsof ze daar alleen Saddam zouden tegenkomen.”

Blair leek nauwelijks geïnteresseerd. „Toen hij uiteindelijk iets vroeg was het een voor wetenschappers vreemde vraag: zijn jullie het niet eens dat Saddam Hussein uniek slecht is? Je voelde dat hij van ons geen verhaal wilde over de complexiteit van de maatschappij, die het project problematisch zou kunnen maken, maar een bevestiging van zijn eigen instinct dat Saddam Hussein zozeer Irak had geschonden dat hij zijn recht om te regeren had verzaakt.”

U bent nooit teruggevraagd?

Lachend: „Nee!”

Amerikanen en Britten hielden er in 2003 geen rekening mee dat de macht van de publieke staat, zelfs het leger en de veiligheidsdiensten, in Irak al vergaand was ondergraven door dertien jaar handelsembargo; de invasie gaf de centrale staat de doodsteek.

Hun tweede bijdrage aan de fragmentatie van Irak was de macht te herverdelen langs sektarische, etnische en tribale lijnen – zoveel zetels in de regeringsraad voor shi’ieten, zoveel voor sunnieten, Koerden enzovoorts. Maar er was ook een structurele factor die de versplintering van de macht in de hand werkte: de schaduwstaat.

Tripp: „De meeste mensen gingen uit van een bijna totalitaire, stalinistische aard van de staat. Alsof er maar één relatie was tussen de staat en de maatschappij, namelijk intimidatie, angst, dwang. Volgens mij is dit een verkeerde voorstelling van zaken. Het idee van de schaduwstaat is dat achter de kennelijke stalinistische façade een veel complexer serie netwerken verborgen zat, waarvan sommige werkten door intimidatie, andere via patronage en weer andere volgens status. Al richtte Saddam Hussein ook rampen aan, hij wist hoe hij dat systeem moest laten werken. En dat was niet alleen door middel van geweld. Het was ook door te weten wie op een gegeven moment moest worden begunstigd, wie bevorderd moest worden en wie verwijderd.”

De netwerken van de schaduwstaat waren vaak gebaseerd op plaatselijke associaties en op familie, dorp. Soms gedefinieerd in tribale termen, soms niet zozeer in sektarische termen – sunnieten/shi’ieten – als wel in termen van welke shi’itische of sunnitische leider je volgt. „Deze verplaatselijking van de Iraakse macht was veel groter dan mensen door hadden vóór de val van Saddam Hussein. Het had wel een centrale focus: ze probeerden allemaal als lokaal vertegenwoordiger te worden erkend door hem, de man in het centrum, die straffen en beloningen kon uitdelen.”

„Toen de Amerikanen kwamen haalden ze de man in het centrum weg, maar ze ontmantelden de schaduwstaat niet. Die viel uiteen in zijn plaatselijke componenten. Veel van die elementen van Saddams schaduwstaat maken deel uit van het huidige politieke weefsel. Niet dat ze saddamisten zijn in de zin dat ze ideologische Ba’athisten zijn, maar in de zin dat de netwerken waarvan hij afhankelijk was om deze provincie rustig te houden en die provincie rustig te houden, er nog steeds zijn.” En veel van die plaatselijke associaties in sunnitisch gebied werden vervolgens door het optreden van de diep sektarische – met name shi’itische – nationale regering met haar milities en doodseskaders in het verzet gedreven.

Wat er nu is gebeurd, zegt Tripp, is dat de Amerikanen, die in een totaal rampscenario waren terechtgekomen, dezelfde instrumenten als Saddam zijn gaan gebruiken om die lokale netwerken tot een soort lokale orde te bewegen in plaats van Amerikaanse troepen op te blazen: de zogeheten Sahwa’s, bewustwordingsraden. Ze geven hun wapens, geld, een belang in de orde die verrijst. Ze stellen niet te veel vragen.

Tripp: „Het was de oorspronkelijke intentie van de neocons een Irak te maken naar het beeld van Amerika, maar je kunt betogen dat Irak eerder de Amerikanen in Irakezen heeft veranderd in hun bestuursmethode. Als je naar de huidige strategie kijkt is die niet heel ver verwijderd van de methoden van Saddam en zijn voorgangers!”

De Amerikaanse bewapening van wat in essentie sunnitische milities zijn bergt een groot gevaar in zich. De Sahwa’s gebruiken hun wapens niet alleen tegen de extremisten van Al-Qaeda-in-Irak; zij zien ze met name als verdediging tegen de regering die zij als Iraanse agenten brandmerken.

Maar Tripp ziet in de Sahwa-ontwikkeling ook eventueel een begin van een oplossing. „Je kunt ook aanvoeren dat langs deze weg de verschillende meedogenloze gegadigden voor rijkdommen en macht in Irak erkennen dat ze niet alles kunnen hebben. De shi’itische partijen dachten jarenlang dat ze het sunnitische verzet konden negeren, onderdrukken en vernietigen, maar ze beseffen nu dat dit onmogelijk is.

„Het is mogelijk dat uit die impasse een soort pragmatische overeenstemming resulteert. Niet dat er een billijke regeling en zeker geen democratische regeling voortkomt uit de soep van het moment, maar een soort nationaal pact van cynische, meedogenloze, wantrouwige plaatselijke leiders die enige reden hebben tenminste op sommige gebieden met elkaar samen te werken en niet met elkaar te vechten.”

De vraag is, zegt Tripp, hoe permanent zo’n regeling zal blijken te zijn wanneer de Amerikanen uiteindelijk vertrekken. Gaan de groepen die nu niet vechten omdat ze de Amerikaanse macht niet over zich heen willen krijgen dan weer doen wat ze willen? Komt de Sahwa-beweging misschien tot de conclusie dat ze sterk genoeg is om naar Bagdad te trekken en tegen de regering te vechten? Maar dat zijn vragen waar op dit moment niemand een antwoord op heeft.

    • Carolien Roelants