‘De vuilnisman verdient meer’

Het rommelt al maanden bij de politie. Volgens de vakbonden verdienen agenten minder dan werknemers met een vergelijkbare opleiding. En het werk is zwaarder. Twee agenten vertellen hoe ze met hun salaris proberen rond te komen.

Naam: Jurgen de Bresser (35)

Rang: hoofdagent

Functie: rechercheur bij korps Midden en West Brabant, district Tilburg

Verdient: 2.800 bruto euro waarvan hij 1.600 euro netto overhoudt.

Als in Tilburg iemand naar de meldkamer 112 belde om politiehulp, moest Jurgen de Bresser daar vaak op af. Elf jaar lang zat hij in de spoedhulp, waarvan de laatste acht jaar als hondenbegeleider. De honden werden ingezet bij extreem geweld. Hij zag wel eens drie, vier doden per dag. Soms waren die een natuurlijke dood gestorven.

Na droge klappen – zonder bloed – werkte hij door. Hij moest zes keer thuisblijven omdat hij gewond was. Twee keer schoot een verdachte op hem. Hij moest zelf ook wel eens schieten. Een paar keer probeerde iemand hem neer te steken, of zijn hond. Dat laatste lukte ooit.

„Het was een roerige tijd.” Ging hij weer eens naar bed met een dik blauw oog en een gezwollen lip. Belde een collega ’s ochtends om aan zijn vrouw te vragen hoe het met hem ging. Kwam ze boven. „Ik wil eerst weten wat er gebeurd is”, zei ze dan. Hij zegt dat hij boft, thuis. Hij doet zijn best om wat hij op zijn werk meemaakt niet af te reageren op zijn kinderen. Dat lukt niet altijd.

Nu is hij rechercheur. Hij woont in een arbeiderswoning in Tilburg. Er is een smalle stoep en een lange, smalle tuin achter het huis. Hij en zijn vrouw kochten het tien jaar geleden van zijn tante, nog in guldens, voor twee ton. Het staat op honderd meter van zijn ouderlijk huis. Zijn vader was onderhoudstimmerman, zijn moeder is verpleegkundige in een verpleeghuis.

De bank is met dezelfde groen-roze bloemetjesstof bekleed als de gordijnen. Een jongen en een meisje van acht zitten erop. Ze kijken naar een kinderzender op televisie. Het is acht uur ’s ochtends. Hun moeder is net thuis gekomen van haar nachtdienst. Ze is beveiliger bij een bedrijf dat fototoestellen en printers maakt. Ze is er in opleiding en verdient netto ongeveer 1200 euro.

De oppasmoeder brengt de kinderen naar school. Hij schenkt koffie.

Zijn rechterbuurman is monteur bij DAF. De buurman links is vertegenwoordiger bij een houthandel. Zijn beste vriend is automonteur. Ze verdienen allemaal meer dan hij. Een kennis is ophaler en chauffeur bij het Brabants Afval Team. Houdt honderd euro netto meer over per maand dan hij. Ook de huismeester op het politiebureau verdient meer, terwijl die de prullenbakken en de lampen verwisselt en de auto’s naar de garage rijdt en om vier uur ’s middags naar huis gaat.

Nee, dan hij, in wat een rustige week zou worden. Op maandag reed hij op zijn snorfiets naar het politiebureau, om zeven uur in de ochtend. Bereidde er een verhoor voor, werkte telefoontaps bij.

Hij werd gebeld. Met carnaval was een man beroofd en vermoord. Nu wisten ze waar een van de verdachten was.

Er kwamen huiszoekingen, de man werd ingerekend. Hij ging de verdachte verhoren in het cellencomplex, met een collega. Om half zeven ’s avonds waren ze terug op het bureau. Toen kreeg hij het sein dat een andere verdachte voor dezelfde moord was aangehouden. Terug naar het cellencomplex. Meer studioverhoren. Om half een thuis. Hij dronk koffie, rookte een sigaret, las het nieuws op internet tot 1.15 uur.

Vijf uur later stond hij weer op. Er was een briefing van het onderzoeksteam van twintig mensen en toen ging hij door met het verhoren van de tweede verdachte. Daarna moest hij gegevens invoeren.

Aan het eind van de dag zeggen hij en zijn collega’s zeggen wel eens tegen elkaar: ‘Als we nog even een uurtje doortrekken, hebben we hem binnen’. En dan gaat niemand naar huis. Die overuren krijgen ze niet uitbetaald. Alleen als hij na tien uur ’s avonds werkt en voor zeven uur ’s ochtends, dan pas krijgt hij een toeslag voor overuren.

Eens in de zes weken heeft hij piketdienst. Na half zes en in het weekend is hij dan oproepbaar. Daar krijgt hij 1 euro bruto per uur voor. Hij mag dan niet drinken. Moet op ieder moment binnen een half uur op het plaats delict kunnen zijn. Als hij wordt opgeroepen krijgt hij 5 euro bruto per uur extra.

Van de 1600 euro gaat ongeveer duizend euro op aan vaste lasten, vijfhonderd euro aan boodschappen. De tweeling heeft vaak nieuwe kleren nodig.

Hij zou nieuwe meubels willen kopen. Ze spaarden er zes jaar lang voor. Ze trouwden en kochten twee banken, een tafel, een salontafel, een kast, een computermeubel en een televisiekast in één keer bij Van Gemert wonen en slapen in Helmond. Het was een set. Het was voor tijdelijk. Als ze het geld ervoor hadden, zouden ze nieuwe meubels kopen. Eén bank hebben ze vervangen.

Ze leerden elkaar kennen bij de carnavalsvereniging. Zijn opa beheerde het parochiehuis. Haar carnavalsvereniging huurde er een ruimte. Hij hielp mee achter de bar. Ze waren vijftien jaar.

Hij deed mavo en de MEAO. Het was zijn jongensdroom om ‘met toeters en bellen’ door de stad te rijden en niet te weten wat je tegenkomt. Hij solliciteerde bij de politie in 1990, maar werd afgewezen omdat hij te dik was. Hij ging op dieet en werd opnieuw gekeurd, maar had toen niet genoeg longinhoud. Vier jaar later werd hij toch aangenomen. Hij had ondertussen de middelbare detailhandelschool afgemaakt en zou net een contract tekenen als verkoper bij een ijzerwarenhandel in Oisterwijk.

Hij deed de politieschool in Heerlen en werd agent. Met de noodhulp moest hij na elf jaar wel stoppen wegens een chronische longziekte. Nu specialiseert hij zich in financiële recherche.

Afgelopen woensdag gingen de verhoren van de verdachte van de moord met carnaval door. Van 10.30 tot 12.45 uur. Om 13.30 uur werd de verdachte weer uit zijn cel gehaald, het verhoor duurde tot 16.30 uur. Doorzagen. Op donderdag net zo.

Vrijdag werd de verdachte voorgeleid voor de rechter-commissaris. „De man heeft dingen gezegd die essentieel waren voor het onderzoek”, zegt hij trots. Zelf was hij die dag vrij. Zijn eerste echte vrije dag in zes weken. Zijn diensttelefoon staat 24 uur per dag aan, regelmatig belt een collega ’s nachts of in het weekend.

Soms probeert hij zijn gezin mee te nemen naar het bos of naar een museum, dat vindt de tweeling leuk. Maar ze weten dat hij altijd gebeld kan worden. Is hij al later thuis, om half acht, en neemt hij net zijn eerste hap eten, wordt hij weer gebeld. Gaat het eten in een bakje in de koelkast, voor later die avond. Is hij om half twee weer thuis.

Ze gaan nooit lang op vakantie. Anderhalf jaar geleden waren ze een paar dagen in Center Parks. Een kennis van zijn moeder heeft een appartement in Noordwijk. Als „het echt te veel wordt” gaan ze er met het gezin naar toe. Vijf dagen uitwaaien aan zee. Dat deden ze vorig jaar voor het laatst.

Zijn vrouw werkte ook bij de politie, als telefoniste. Ze stopte toen ze ook achter de balie face-to-face de verhalen van slachtoffers zou moeten aanhoren. Ze was bang dat ze zich de verhalen te veel zou aantrekken.

Ze ging een opleiding volgen tot beveiliger. Als ze ermee klaar is verdient ze meer dan ze bij de politie verdiende en net iets minder dan hij. Hij ziet collega’s vertrekken, ze beginnen eigen bedrijfjes.

De werkdruk bij de politie wordt groter, zegt hij. Zeker nu er, na de Schiedammer Parkmoordzaak, bij iedere grote zaak een onderzoeksteam van vijfentwintig mensen moet klaarstaan. Er zijn nu vier van die onderzoeksteam in zijn regio. De twee kinderen die in Roosendaal werden aangetroffen in hun woning, een man die werd doodgeschoten in zijn auto, een babylijkje in het kanaal en nog een moordzaak. Al het andere komt dan stil te liggen: plankzaken, noemt hij ze. De stapel plankzaken wordt steeds groter. Er is meer zware criminaliteit. Er is altijd meer werk dan hij en zijn collega’s aankunnen.

De politie is de afvalemmer van de maatschappij, zegt hij. Als mensen niet weten waar ze met hun problemen naar toe moeten, gaan ze naar de politie. Na een woninginbraak bijvoorbeeld, als slachtoffers er niet uitkomen met de verzekering of met Slachtofferhulp.

Er zijn altijd deadlines. Hij moet een verdachte binnen drie dagen voorgeleiden bij de rechter-commissaris. Als hij een fout maakt, komt de verdachte vrij. Als bij een beroving de gsm van een verdachte is weggehaald, moet hij direct maatregelen nemen om de identiteit van de dader zo goed mogelijk te kunnen achterhalen.

Hij vindt dat hij meer zou moeten verdienen. Hoeveel, dat weet hij niet. Hij zegt dat je de zware psychische belasting, de emoties de werkdruk die bij het werk komen kijken, niet in geld kunt uitdrukken. Een schouderklopje van zijn baas, de korpsleiding of de raad van hoofdcommissarissen. Dat zou al fijn zijn.