De toekomst van het internationale cricket ligt in India

India is in de ban van de cricketsport. Multinationals en miljardairs uit het land geven miljoenen uit om clubs en ’s werelds beste spelers te kopen.

Topcricket werd tot voor kort gespeeld in Sydney, in Melbourne, in Londen, op Barbados of in Kaapstad. Maar het beloofde land voor topcricketers is pas dit jaar ontdekt: India.

Cricket, algemeen gezien als een nationale obsessie in India, staat aan de vooravond van een financiële revolutie die grote gevolgen kan hebben: nu al verkiezen de eerste buitenlandse topcricketers de Indiase wereld van glamour, glitter en nagenoeg onbeperkte financiële middelen boven het spelen voor hun nationale ploeg.

Indiase multinationals en miljardairs, van verzekeringsmaatschappijen tot filmsterren in Bollywood, gaven de afgelopen weken honderden miljoenen uit, niet alleen om clubs te kopen, maar ook ’s werelds beste cricketers. Zij gaan spelen in de pas opgerichte Indian Premier League (IPL).

Het succes is ongekend: niet alleen halen gestopte wereldsterren als de Australiër Shane Warne hun cricketspullen uit de kast om volgende maand in de nieuwe Indiase competitie te kunnen spelen, zelfs Pakistaanse internationals kiezen massaal voor India. De Manchester Uniteds van het cricket zitten in steden als Mumbai, Jaipur en Chennai. Zelfs de televisierechten laten zich vergelijken met het Engelse profvoetbal: 1,1 miljard euro.

„Over tien jaar zien we dit als een geweldige mijlpaal in het cricket”, zei de Australische fastbowler Brett Lee vorige maand toen hij voor 600.000 euro tekende voor Mohali, een club die werd gekocht door een consortium met Bollywood-filmster Preity Zinta. Ook filmheld Shah Rukh Khan stak miljoenen euro’s in een eigen club, de Kolkata Tigers.

Veel spelers werden op slag miljonair toen zij drie weken geleden op een speciale veiling werden gekocht door clubs als de Delhi Daredevils, de Mumbai Indians en de Rajasthan Royals – de nieuwe club van Shane Warne. Maar liefst 75 spelers werden gekocht, onder wie de Australische topper Ricky Ponting. Deze week werden opnieuw 25 spelers ‘geveild’ onder de Indiase clubs, onder wie de Pakistaanse ster Mohammed Yousuf.

De commercialisering van het Indiase cricket komt niet uit de lucht vallen. Voor wedstrijden van de nationale cricketploeg worden al jaren astronomische bedragen betaald. Maar de honderden miljoenen kijkers in India wilden meer, en het vehikel diende zich onlangs aan, in Engeland. De stroomversnelling is te danken aan de razendsnelle opmars van het Twenty20-cricket, een kortdurende, spectaculaire cricketvorm die in Engeland ontstond en ongekend populair werd. Afgelopen jaar werd het eerste officiële wereldkampioenschap gehouden. India won de eerste wereldtitel na een finale tegen aartsrivaal Pakistan – de rage op het subcontinent was begonnen.

Ofschoon kijkers, sponsors en media in India reikhalzend uitkijken naar de eerste van 59 IPL-wedstrijden vanaf april, leidt het miljoenencircus ook tot een grote bezorgdheid. De Indian Premier League is namelijk niet de enige Twenty20-competitie in India. Vorig jaar werd al de rivaliserende Indian Cricket League (ICL) opgericht. Beide bonden leven in onmin met elkaar, en vissen allebei in dezelfde vijver van internationale topcricketers.

Aan de wieg van de ICL stond vorig jaar het grootste mediabedrijf van India, Zee Telefilms, een onderneming die jarenlang probeerde de televisierechten van het nationale cricket te veroveren. Uit onvrede met het beleid van de Indiase cricketbond (BCCI) besloot Zee Telefilms, met hulp van cricketlegende Kapil Dev, de gereserveerde cricketmiljoenen te gebruiken voor een eigen competitie met zes nieuwe clubs.

In die competitie – die deze week begon en vier weken duurt – spelen vooral oud-internationals, zoals de gestopte sterspeler van de West-Indies, Brian Lara, de Pakistaanse ex-captain Inzamam-ul Haq en de Nieuw-Zeelandse allrounder Chris Cairns.

De Indiase bond erkent die rebellencompetitie ICL echter niet. Maar omdat de ICL vorig jaar gewoon begon en tal van buitenlandse toppers aantrok, kon de Indiase bond niet achterblijven: dat leidde tot de oprichting van de Indian Premier League, de IPL.

Het conflict tussen beide competities gaf ook internationaal problemen. De wereldcricketbond (ICC) erkent alleen de IPL. Landen als Nieuw Zeeland en Engeland weigeren daardoor nog spelers voor de nationale ploeg uit te nodigen als zij in de ICL uitkomen. Het kostte de Nieuw-Zeelandse fastbowler Shane Bond, die speelt voor Delhi, zijn internationale carrière, maar hij maakt een fortuin in India.

De Engelse cricketbond ging deze week nog verder: Engelse cricketers die voor de rebel-league ICL uitkomen zijn niet meer welkom in de countycompetitie, de eredivisie van het Engelse cricket.

Maar vooral de puristen in de cricketwereld maken zich zorgen maken over de ontwikkelingen in de sport, die in de negentiende eeuw bekend werd om zijn vijfdaagse testmatches.

De moderne cricketfan is meer gecharmeerd van de fastfood-variant, zoals een Engelse commentator deze week opmerkte: wedstrijden die stijf staan van spektakel, en die één avond duren. Twenty20 leidde vorig jaar zelfs tot interesse bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Dat lijkt voorlopig de toekomst van het internationale cricket. In elk geval in het land dat nu de lakens en de dollars uitdeelt: India.

    • Rob Schoof