De laatste verzoeking van Cruijff

Op 19 februari kondigde voetballegende en -orakel Johan Cruijff aan dat hij bereid was de technische leiding van zijn aangeslagen oude club Ajax op zich te nemen. „De verlosser”, juichten de kranten. Het bestuur van de club maakte ruim baan voor het naderend heil door aan te bieden nog dit seizoen af te treden, en een paar dagen later werd algemeen directeur Fontein de laan uitgestuurd. Maar op 7 maart, minder dan drie weken later, liet Cruijff weten dat hij het toch niet doet. Er zijn te veel verschillen van mening met de beoogde nieuwe coach Van Basten, vooral over de jeugdopleiding, zo heet het.

Het deed me denken aan een lied uit de rockmusical Jesus Christ Superstar: „Hosanna, Hey Sanna, Sanna Sanna Hosanna, Hey Sanna Hosanna. Hey JC, JC won’t you smile at me? Sanna Hosanna Hey Superstar”. Het is het uitbundige gejuich van de massa die meent iemand in het oog te hebben die alle ongemak en chagrijn van hen zal overnemen. „Hey JC, JC, won’t you die for me”, klinkt het even verderop. We weten hoe het met deze JC afliep. Bespuwd en verguisd door hetzelfde volk stierf hij een paar dagen later een wrede dood aan het kruis. De Cruijff-Ajax-episode speelt zich af midden in de periode die de christelijke traditie aanduidt als de lijdenstijd. Ik weet niet of het daardoor komt, maar ik begin te vermoeden dat de JC van Ajax misschien wel heel hard geschrokken is van de rol die hem werd toebedeeld. Misschien dacht hij ook aan het Hollandse gezegde „heden hosanna, morgen kruisigt hem”, en had hij er daarom ineens niet zoveel zin meer in. Een verlosser die de meute in zijn koortsige verwachtingen teleurstelt, kan rekenen op een lynchpartij. „Voor Cruijff geen kruis”, zal hij gedacht hebben, en hij schoot de eerste de beste zijstraat in die hij op zijn palmpasenhosannatocht tegenkwam.

Want het verhaal dat Van Basten anders dacht over de jeugdopleiding klinkt als een handige uitweg. Als je je opwerpt om leiding te geven aan het technische beleid van een bedrijf, voetbal of wat dan ook, druip je niet gedwee af omdat een belangrijke medewerker iets anders vindt. Dan ga je overleggen en zoeken naar oplossingen en alternatieven. Als het na lang conflict en tobben niet lukt, ontsla je desnoods die medewerker en zet je je plan door. Maar je speelt niet bij de eerste slag de hoogste kaart van „hij eruit of ik eruit”. En zelfs dat deed Cruijff niet. Het was „als Van Basten het anders ziet, dan is het beter dat ik ga”. Niet bepaald een toonbeeld van leiderschapsoverwicht, of van de virtuoze balbeheersing en het veldoverzicht waar hij beroemd mee geworden is. Tenzij hij zag dat hij in een tang genomen werd en zich daar behendig tussenuit moest spelen. Dat is hem dan gelukt.

Hoe is het trouwens om een levende voetballegende te zijn en je topjaren achter de rug te hebben? Cruijff nam in 1983 afscheid van het actieve voetbal. Hij was toen 36. Daarna is hij nog trainer geweest bij onder andere FC Barcelona, werd hij voetbalorakel, taalfenomeen en Telegraaf-columnist. Dat teerde allemaal een beetje op oude roem. „Toch mager als je dat vergelijkt met generatiegenoten als Platini en Beckenbauer”, vindt een vriend van me die veel van voetbal weet. Platini is nu voorzitter van de wereldvoetbalbond UEFA; Beckenbauer, succesvol als voetballer en coach, organiseerde een schitterend WK en bezorgde zijn land een vracht aan goodwill. Is Cruijff daarbij achtergebleven? Het is maar waar je voor kiest, een openbare rol met bijbehorende kans op bejubeling en verguizing, of aandacht voor een intiemere kring. Om nog een keer de parallel te trekken met de oorspronkelijke JC, die werd onsterfelijk maar het kostte hem zijn leven. Je kunt ook, zoals Cruijff, het volk zijn eigen verlossing laten regelen en zorgen voor je eigen zaken, gezin en leven. Vijftig jaar geleden schreef Nicos Kazantzakis De laatste verzoeking van Christus, over de verlokkelijke keuze voor persoonlijk geluk en comfort. Dat suggereert dat streven naar heldendom en glorieuze daden vrij is van verzoeking. Ten onrechte, daar kan veel hoogmoed bij zitten.

Ajax staat er behoorlijk ontredderd bij, met een ontslagen directeur, een opstappend bestuur en een technisch leider die niet komt. „Cruijff heeft zijn club in de steek gelaten, maar ook het land”, vindt mijn vriend. Het is waar dat club en land niet de verlosser krijgen waar ze op hoopten, maar is dat de schuld van Cruijff of van de opgeklopte verwachtingen? Er komt geen deus ex machina die op miraculeuze wijze alles goed zal maken. We kunnen boos zijn op de uitblijvende wonderdoener, we kunnen ook vaststellen dat we geen recht hadden op gratis verlossing. Dat geldt voor Ajax, dat een paar keer met Europa Cups heeft geschitterd maar nu internationaal een schim is van zichzelf. Het geldt voor het land, dat ziek is van alle dingen die fout gaan of niet lukken en snakt naar een technisch directeur die het allemaal in orde zal brengen. Die komt niet. Er zijn een paar mensen geweest die eruitzagen alsof ze ons kruis konden dragen – Fortuyn natuurlijk, en Verdonk en Wilders. Maar ook een man als Wijffels, die hoeft maar een kik te geven en we benoemen hem onder hosannageroep tot verlosser. Dan mag hij voor ons opknappen wat we zelf moeten doen. Dat gaat natuurlijk niet lukken, dan spijkeren we hem aan het kruis en gaan op zoek naar een nieuwe Messias.

„Zelfs een VN-macht kan Somalië niet helpen”, stond er deze week boven een artikel in de Volkskrant. Zo is het, dacht ik, het is net Ajax, of Nederland, of voor mijn part de hele mensheid. Laten kandidaat-verlossers dan ook liever uit de buurt blijven, dan houden we op met wonderen te verwachten en gaan we zelf aan de slag. Ontnuchtering is heel gezond als het leidt tot meer realiteitsbesef en eigen verantwoordelijkheid.

    • Johan Schaberg