Botsende heiligheid

Ter voorbereiding op het Paasfeest zullen tienduizenden christenen, komende week de route volgen die Jezus bijna 2000 jaar geleden voor zijn kruisiging aflegde. Maar ook voor joden en moslims is Jeruzalem een Heilige Stad.

Christenen dragen tijdens de Goede Vrijdag-processie in 2005 een kruis door de Via Dolorosa, de weg die Jezus voor zijn kruisiging aflegde Foto AP Christian worshippers carry a wooden cross as they walk through the stations of the Via Dolorosa, traditionally believed to be Christ's route to his crucifixion, during a Good Friday procession in Jerusalem's Old City, Friday March 25, 2005. (AP Photo/Oded Balilty) Associated Press

‘Van alle steden op de wereld heeft Jeruzalem waarschijnlijk de boeiendste en meest bewogen geschiedenis’. Zo begint de flaptekst van het gedegen boek dat Karen Armstrong over deze stad schreef. Over de eerste kwalificatie valt nog te twisten, maar dat Jeruzalem op een zeer bewogen geschiedenis kan terugzien, dat staat buiten kijf.

In het oude ommuurde deel van de stad is nog goed zichtbaar op welke manier de aanhangers van de drie grote monotheïstische godsdiensten – in volgorde van ontstaan: het jodendom, het christendom en de islam – een claim op Jeruzalem leggen als hún Heilige Stad.

De eerste kennismaking met de stad kan het best plaatsvinden vanaf de ten oosten van de stad gelegen Olijfberg. Het uitzicht op de stad is vanaf dat punt uniek. De contouren van de oude stad zijn dankzij de stadsmuur goed te volgen. Een groot deel van de huidige stadsmuur, met een omtrek van 4 km en een gemiddelde hoogte van 12 meter, dateert uit de zestiende eeuw en werd in opdracht van de Turkse sultan Süleyman de Grote gebouwd.

Daal vervolgens de Olijfberg af en zet koers richting de enige toegangspoort in het oostelijke deel van de stadsmuur. Onderweg passeert u dan Gethsemane, de plek waar Jezus (op Witte Donderdag) een gedeelte van de laatste nacht vóór zijn arrestatie en berechting doorbracht. Behalve de tuin met stokoude, kromgegroeide olijfbomen en de imposante kerk, is hier, iets verderop, ook Dominus Flevit (‘de Heer weende’) een tussenstop waard. Op deze plek zou Jezus tranen gelaten hebben om het aanstaande lot van Jeruzalem: de stad van vrede zou haar eigen ondergang tegemoet gaan. Geïnspireerd door deze profetische woorden bouwde de Fransiscaner monnik Antonio Barlucci er in 1955 een kapel in de vorm van een traan.

Bij het naderen van de stadsmuur is een prachtig voorbeeld te zien van de al eeuwenoude animositeit tussen de volgelingen van de verschillende religies in Jeruzalem. Aan de linkerkant bevindt zich in de stadsmuur een dichtgemetselde poort. Door deze toegang was Jezus indertijd, gezeten op een ezel, de stad binnengereden en door deze poort zou in de toekomst óók de Messias Jeruzalem binnenkomen. Om hem dit te beletten, lieten de moslimautoriteiten in 1530 deze Gouden Poort dichtmetselen. Voor de zekerheid legden ze pal voor de poort ook nog een islamitische begraafplaats aan. Aan begraafplaatsen is in dit deel van de stad overigens geen gebrek: her en der verspreid liggen er tussen de Olijfberg en de oude stadsmuur ongeveer 150.000 (voornamelijk joodse) graven.

Eenmaal binnen de stadsmuur, begint na ruim honderd meter de Via Dolorosa. Dit is de route die Jezus op Goede Vrijdag heeft afgelegd toen hij, met het kruis op de rug, van de rechtszaal van Pontius Pilatus op weg was naar de plaats van zijn terechtstelling op Golgota. Rond 1250 is deze route gereconstrueerd en zijn alle plekken van de kruisweg – de zogeheten ‘veertien staties’ – gelokaliseerd en gemarkeerd.

In de wirwar van straatjes en steegjes – dit deel van Jeruzalem is de Arabische wijk, met alle drukte en bedrijvigheid die daarbij hoort – is het tijdens het eerste bezoek nagenoeg onmogelijk om het spoor niet bijster te raken. Zo kan de argeloze bezoeker onverwacht uitkomen bij de door gewapende militairen bewaakte toegang van het complex dat voor de moslims een heilige plek is: de Tempelberg. Daarop bevinden zich de Koepel van de Rots en de Al-Aksa moskee. Vanaf deze plek zou de profeet Mohammed op zijn paard Buraq ten hemel zijn opgestegen. Voor de moslims overtreffen alleen Mekka en Medina in heiligheid de Tempelberg.

In het gunstigste geval zullen de militairen zeggen dat op dit moment toegang verboden is, maar dat de volgende ochtend om half acht de kans groter is om binnen te komen. Dat is de moeite meer dan waard, ook al zullen ‘ongelovigen’ van beide gebouwen alleen de buitenkant kunnen bezichtigen. Neem dan de toegang via de Zionspoort. Op deze plaats kan nog de keuze gemaakt worden tussen een bezoek aan de Tempelberg óf een bezoek aan de Klaagmuur. Natuurlijk – en dat is aan te bevelen – kunnen beide plekken bezocht worden. De Klaagmuur vormt de meest westelijke muur van de Tempelberg. Zo zijn op deze plaats het joodse en het islamitische heiligdom als een Siamese tweeling met elkaar vergroeid.

De Via Dolorosa eindigt in de Heilige Grafkerk. Dit is voor de derde groep die Jeruzalem claimt als hun Heilige Stad, de christenen, de heiligste plek ter wereld. Hier werd, volgens de overlevering, Jezus gekruisigd. Tevens zou hij hier in een rotsgraf zijn bijgezet van waaruit hij met Pasen verrees. Op deze plek werd al in de vierde eeuw een kerk gebouwd. De huidige kerk werd in 1149 herbouwd, precies vijftig jaar nadat de Kruisvaarders Jeruzalem hadden veroverd. In de loop der tijd zijn er vele kleine uitbreidingen geweest.

De Heilige Grafkerk is een volstrekt onoverzichtelijk amalgaam van door allerlei trappen met elkaar verbonden kerken, kapellen en nissen. Onder één dak hebben hier maar liefst zes christelijke bloedgroepen domicilie: de Roomsen, de Grieks-orthodoxen, de Armeniërs, de Ethiopiërs, de Kopten en de Syrische Jacobijnen hebben er ieder hun eigen plekje. Uiteraard heeft ieder dat naar eigen inzicht ingericht en worden er de bij hun geloofsrichting behorende rituele handelingen verricht.

Het is een misvatting te denken dat de Heilige Grafkerk een schoolvoorbeeld van oecumenisch denken en handelen is. Het tegendeel is waar. Al eeuwenlang leeft men met elkaar op voet van oorlog en de onwil om met elkaar te praten heeft tot veel achterstallig onderhoud geleid. Ook nu nog slaat af en toe de vlam in de pan: toen in 2002 een koptische monnik een stoel verplaatste, resulteerde dat in een vechtpartij waardoor elf monniken in het ziekenhuis belandden.

Een verblijf in Jeruzalem is niet compleet zonder een bezoek aan Yad Vashem, in het westelijke gedeelte van de stad. In 1953 nam de Knesset, het Israëlische parlement, een wet aan waarin tot de oprichting van dit ‘Nationale Instituut ter Nagedachtenis van de Slachtoffers en Helden van de Holocaust’ werd besloten. Inmiddels is Yad Vashem uitgegroeid tot een 18 hectare groot complex. In de begintijd lag de nadruk nog op het verzamelen van relevant archiefmateriaal en het verrichten van onderzoek naar oorzaken en vormen van jodenvervolging. Tegenwoordig ligt meer de nadruk op het herdenken van de zes miljoen slachtoffers die tijdens de jaren van het bewind van Hitler het leven lieten. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de aloude joodse traditie dat het blijven noemen van de namen een vorm van voortleven is.

Het in 2005 geopende Holocaust Historisch Museum, het Holocaust Kunsthistorisch Museum, de Hal der Namen, de Vallei der Verdwenen Gemeenschappen, het Kindermonument, de Laan en het Park der Rechtvaardigen onder de Volken vormen stuk voor stuk plekken waar op een indringende wijze aandacht op de meest zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de twintigste eeuw wordt gevestigd. In het Holocaust Historisch Museum wordt de bezoeker al zigzaggend door negen grote zalen geleid waarbij het verhaal zoveel mogelijk verteld wordt vanuit het perspectief dat het hier om mensen ging. Weliswaar werden hele (joodse) gemeenschappen weggevaagd, maar ze leefden er als mensen. Vandaar dat er veel aandacht is voor het joodse leven vóór het aan de macht komen van Hitler of vóór de Duitse inval in Oost-Europa. In het concept van Yad Vashem ligt de nadruk niet meer op het opwekken van medelijden. De bezoeker wordt niet langer overdonderd met niet te bevatten grote aantallen of geconfronteerd met weerzinwekkende afbeeldingen. In plaats daarvan wordt het leed verduidelijkt aan de hand van individuele gevallen. De wil om te overleven is daarbij nog meer een rode draad in het verhaal dan het onafwendbare eindstation, de gaskamers. In dat opzicht is Yad Vashem dé metafoor voor de staat Israël.

    • Cor van der Heijden