Aan de lopende band van politie, zorg en school

Redacteur NRC Handelsblad

Politiemensen in het hele land maken de rekening op. Kunnen zij voortaan op verjaardagen met een geruster hart vertellen waar zij werken of blijft het beter er over te zwijgen? Hun bonden bliezen deze week de acties af nadat bleek dat de minister van Binnenlandse Zaken niet meer geld bood en de steun van het volk begon te tanen. Toch haalden zij twee keer de inflatie binnen.

Wie volgen? De bonden in de verpleging kijken met afgunst naar het resultaat van de politieacties. „We staan nog niet met bedden op de snelweg, maar de druk neemt toe.” En de leraren vragen zich af waar dat 1,1 miljard van Plasterk blijft. De onvrede in al die beroepen gaat om loon naar werken, maar ook om erkenning dat zij essentieel werk doen waar de samenleving steeds meer van eist.

Uit niets blijkt dat ‘Den Haag’ z’n eigen rol in die opgelopen druk doorziet. Ja, iedere week is er wel een ‘expert meeting’, ‘horizonscan’ of ‘monitor’ die het verzet van de sociale werkvloer aanstipt. Maar de poging ieder risico te beheersen en het ganse land in details cijfermatig te ‘managen’ gaat onverdroten door. Wat niet meetbaar is kan niet deugen. Koopkrachtgevolgen en prestatie-targets blijven troef.

Het rapport-Dijsselbloem nestelt zich nu behaaglijk achterin de lades van degenen die een paar weken deemoedig riepen dat ‘de politiek’ het onderwijs niet meer micro moet bestieren. En toch ging de coalitie deze week in de Tweede Kamer akkoord met het rampenplan dat ‘gratis schoolboeken’ heet. Tot op de euro rekende staatssecretaris Van Bijsterveldt de koopkrachteffecten voor. En een nieuwe ‘taskforce’ moet het juridisch vallend puin helpen ruimen.

Waarom de PvdA opeens gerustgesteld was, bleef een raadsel. Partijleider Bos kwam in het nieuws als de minister van Financiën die zei dat de kas leeg was voor verdere politie-eisen. Optisch bracht hij evenwicht door te zwaaien met maatregelen tegen topinkomens. Morele steun voor de mensen die het volk leren rekenen en schrijven, die op Oudjaar en bij het voetbalstadion de boel bij elkaar houden en in het zieken- of verpleeghuis de luiers verschonen, was ook geen gek idee geweest. Voor het land en de Partij van de Arbeid.

Hoe zou het komen dat juist aan die beroepen, waarin duizenden sjouwers iedere dag in hun eentje voor relatief zware momenten staan, de laatste tien, vijftien jaar zo’n dwingend productiedenken is opgelegd? Ontbrak er iets aan hun vakkennis of geweten? Jaco van Hoorn, districtschef van de politie Midden-Holland, verwoordt het heel evenwichtig. De managementbenadering, het idee dat de politie een bedrijf is, heeft niet alleen maar nadelen meegebracht. De productiviteit is best wat omhooggegaan en men is meer gaan letten op collega’s die het zich te makkelijk maakten. Bij hem in Alphen aan den Rijn en omgeving werd vorig jaar 90 procent van de burgers die aangifte hadden gedaan binnen drie maanden teruggebeld over de stand van zaken. Dat is winst.

Maar veel politiemensen zijn zich toch productiemedewerkers in een bonnenfabriek gaan voelen. „Sturing op resultaat” en prestatieafspraken, vertelt Van Hoorn, hebben veel politiemensen uit balans gebracht. Een deel van de onvrede die tot uitbarsting is gekomen in het cao-conflict is te verklaren uit een breed gedeeld gevoel dat het werk steeds verder afstaat van waarom men bij de politie is gegaan. Mensen in nood helpen, democratische waarden en ‘leven en bezit’ verdedigen. Daar ging het om.

„De kern van het vak is de ontmoeting”, zegt de Ithaka-beweging, een groep politiemensen waar Van Hoorn toe behoort. Zij zijn op zoek gegaan naar de essentie van hun vak. Door toenemend straatgeweld tegen de politie en productiedruk uit leiding en politiek is het politievak platgedrukt. Voor politiemensen die het, ondanks het politieblauw bloed dat door hun aderen stroomt, voor gezien houden is de tegenvallende betaling de druppel die de emmer doet overlopen.

De overeenkomst met de beroepsomstandigheden van honderdduizenden in onderwijs, geneeskunde en verpleging is duidelijk. Ook daar de ene na de andere systeemwijziging, productiedwang, steeds meer op de vingers gekeken worden onder de vlag van ‘kwaliteitsbeleid’, een steeds oproeriger klantenbestand en immense druk van de door ambtelijk veilige en toch royaal gehonoreerde bestuurders opgelegde marktnabootsing.

Het meest recente voorbeeld is de thuiszorg, waar hordes toegewijde en deskundige verpleegkundigen door de veel te goedkope aanbesteding door gemeentes uit de thuiszorg zijn gedrukt. Thuiswonende bejaarden met diverse kwalen zagen het afgelopen jaar hun vertrouwde verpleegkundige vervangen worden door een schoonmaakhulp, terwijl aanzienlijke bedragen weglekten naar de indicatiebureaucratie. Ook daar is veel beroepstrots verdreven door de marktdogmatiek.

Gelukkig zijn goede beroepsbeoefenaars niet voor één gat te vangen. Zoals politiemensen die zagen dat hun roeping niet in spreadsheet management ligt de weg terug naar hun dienstbare vader- én moederrol in de samenleving zoeken, zo hervinden verpleegkundigen, die uit de aanbestede megathuiszorg zijn ontslagen, hun roeping in lokale initiatieven op menselijke maat bij organisaties als Thuiszorg Nederland.

Het blijft een fascinerend raadsel waarom Nederlanders, die zichzelf als een betrekkelijk nuchter volk zien, zo vatbaar zijn voor zo ingrijpende bestuurlijke modes. Met de privatiseringsmuziek speelde Nederland vrij laat in het Angelsaksische orkest mee. Dat is een experiment dat in de hele westelijke wereld wordt gedaan tegen de bekende onderprestaties van centrale sturing en bureaucratie. Met wisselend succes.

Wat Nederland apart maakt is dat we er ook nog een bouillabaisse van verlate jaren 60 ideetjes doorheen hebben gemengd. Een ‘belevingsgerichte zorgvisie’? Prima, zeggen verpleegkundigen, maar een wit pak is toch handiger als je een incontinente ‘cliënt’ aan tafel hijst. Gaan mensen met meer plezier naar de dokter als hij hun bloeddruk in een houthakkersbloes opneemt? Leren kinderen op de basisschool beter als zij het schoolhoofd Jan noemen?

Softe pseudogelijkheid en bikkelharde productiedwang, twee kanten van een enigszins bemoeiziek volk.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of via nrc.nl/chavannes (Reacties aldaar worden openbaar gemaakt na goedkeuring door de redactie).