Zo pleegt niemand zelfmoord

Het raffinement van de poëzie van Constantijn Huygensprijs-winnaar Toon Tellegen schuilt in de details. Hoe geruststellend mag een dichtbundel zijn?

Toon Tellegen Foto Leo van Velzen Haarlem, 29/03/04. Lidwien Roothaan (regisseur) en Toon Tellegen (schrijver) van nieuw nederlands toneelstuk "Omstanders". TOON WIL ALLEEN MET LIDWIEN OP DE FOTO IN DE KRANT !! Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

Toon Tellegen: Hemels en vergeefs. Gedichten. Querido, 63 blz. € 16,95

Wanneer iemand Toon Tellegen kent, is de kans groot dat dat is wegens de dierenverhalen die hij voor kinderen heeft geschreven. Deze verhalen over de mier en de eekhoorn die elkaar brieven schrijven en de olifant die in bomen klimt en er telkens met groot geraas uitvalt, zijn in de loop der jaren in verschillende edities verzameld en een waar verkoopsucces. Hoewel ik helemaal niet van dieren houd (ik eet ze het liefst op), vind ik die verhalen prachtig. Het geheim schuilt hem, denk ik, in de milde vorm van melancholie die door de dieren wordt gekoesterd en in de eenvoud. Er wordt wat aandoenlijk afgetobd in de fauna en Toon Tellegen aquarelleert die beslommeringen in heldere, zachte grijstinten. De weemoedig filosofische ondertoon werkt erg aanstekelijk in combinatie met al die domme dieren die bij tijd en wijle wijs zijn zonder het zelf te weten.

Tellegens poëzie voor volwassenen zal een minder groot publiek kennen, al was het maar omdat het poëzie is. Sinds zijn debuut in 1980 heeft hij tientallen bundels gepubliceerd. In heb geprobeerd te tellen hoeveel precies, maar de lijst is op de ene site nog langer dan de op de andere en ook de opsomming van eerder werk voorin alle bundels die ik in mijn kast heb staan, verschilt van geval tot geval. Maar het zijn er veel. Afgelopen zondag werd hem de Constantijn Huygensprijs uitgereikt, voor zijn hele oeuvre. Onlangs verscheen zijn nieuwe bundel, met de typische Tellegentitel Hemels en vergeefs.

Zijn gedichten lijken wel een beetje op zijn dierenverhalen, behalve dat er geen dieren in voorkomen en dat het geen verhalen zijn. En dat is precies het probleem met zijn poëzie. Ik zal dat uitleggen.

Wat de gedichten van Tellegen gemeen hebben met de verhalen, is de weemoed, de zachtmoedige melancholie, de filosofische ondertoon en de eenvoud van de bewordingen. Dan krijg je bijvoorbeeld een gedicht als het volgende, getiteld ‘Bijna iedereen’:

Iedereen voelt zich wel eens ellendig,

verschrikkelijk ellendig,

zo ellendig als nog nooit iemand zich heeft gevoeld

iedereen denkt wel eens aan de simpelste manier

om snel en overzichtelijk

en zonder al te veel blijvende gevolgen

en ingewikkelde complicaties

eens en voor al volkomen dood te zijn

bijna iedereen schaamt zich wel eens

als hij vervolgens kucht of zijn keel schraapt,

verdergaat

en aan iets onbelangrijks denkt,

waar hij nog nooit aan heeft gedacht.

Daar hoef je niet voor doorgeleerd te hebben, om dit te snappen. Het is een simpele, herkenbare gedachte, op een simpele, directe manier opgeschreven. Het raffinement schuilt hem in de details. Het is grappig om te zeggen dat iedereen zich wel eens zo ellendig voelt als nog nooit iemand zich heeft gevoeld. Het feit dat het gevoel onzin is, is al in de formulering aanwezig. Het is een paradox.

Het driedubbele pleonasme is ‘eens en voor altijd volkomen dood’ is ook op een functionele manier amusant. Het is ook grappig om te zeggen dat je zoekt naar een manier om zelfmoord te plegen ‘zonder al te veel blijvende gevolgen’. Ook hier haalt de formulering er al bij voorbaat de scherpe kantjes vanaf: wie op zo’n manier zelfmoord wil plegen, zal het niet doen. Natuurlijk niet. Wees maar niet bang. Het is een mild gedicht, dat in de slotstrofe helemaal goed afloopt. De filosofische boodschap is dat het vaak de onbelangrijke dingen zijn, de dingen waaraan je nooit zou denken, die je uit de put kunnen trekken. Nou ja, filosofisch, het is natuurlijk geen Heidegger, maar allá.

Maar toch, ondanks de milde menslievendheid, is dit natuurlijk geen goed gedicht. Misschien wel juist wegens die milde menslievendheid. Het is een braaf huis- tuin-en-keukengedichtje met een braaf huis-tuin-en-keukenfilosofietje dat je met een gerust hart aan je grootmoeder kunt laten lezen zonder te hoeven vrezen voor je erfenis. En het is allemaal vaardig opgeschreven, maar ik kan u verzekeren, als je meer dan tien van dit soort gedichten achter elkaar leest, dan ga je snakken naar een verboden, opruiende gedachte waar niet bij voorbaat al alle scherpe kantjes vanaf worden geschaafd met een mild, menslievend vijltje.

Maar het belangrijkste probleem met dit gedicht en de meeste andere gedichten in deze bundel, is de mate van abstractie. Dit gedicht is een gedachte die een gedachte blijft en weigert een gedicht te worden. Het wordt allemaal gezegd en niet getoond of voelbaar gemaakt. Ellende wordt ellende genoemd, schaamte is gewoon schaamte en iets onbelangrijks is gewoon iets onbelangrijks. Wat deze gedichten nodig hebben, is een verhaal dat ze verlost van hun abstractie.

Wat deze gedichten nodig hebben, zijn dieren zoals de mier en de eekhoorn en de olifant die deze gevoelens en gedachten meemaken en beleven in plaats van dat ze plompverloren worden medegedeeld.

    • Ilja Leonard Pfeijffer