Z. van Komeren schnabbelt er maar op los

De Revisor. Jaargang 2008, nummer 1. Querido, 86 blz. € 11,–

De Revisor. Jaargang 2008, nummer 1. Querido, 86 blz. € 11,–

Het is niet de meest vleiende figurantenrol die schrijver en NRC Handelsblad-columnist Koos van Zomeren speelt in Herman Frankes bijdrage aan de recentste Revisor. Doorzichtig vermomd als Z. van Komeren wordt de lyrische natuurliefhebber in het romanfragment opgevoerd als middagvermaak in een bejaardentehuis. Het soort schnabbeltje waar de zweem van derderangs schrijverschap aan kleeft. Nog minder vleiend wordt het als de hoofdpersoon, een bejaarde vrouw bij wie fantasie en werkelijkheid moeiteloos in elkaar overvloeien, de spreker aanziet voor iemand van ‘een of andere natuurbeschermingsbond’, een misverstand veroorzaakt door het aankondigingsaffiche in de recreatiezaal waarop afbeeldingen van vogels met rare namen staan.

Toch wordt in het van de identiteitswisselingen bol staande romanfragment (uit de ‘doorlopende roman’ Voorbij ik en waargebeurd, waarvan in het najaar het tweede deel verschijnt) niet zonder meer de draak gestoken met Van Zomeren. Franke heeft de schrijver waarschijnlijk laten opdraven in het recreatiezaaltje omdat hij Van Zomeren, zoals verderop in het verhaal gebeurt, iets wilde laten voorlezen aan de oude dame: een fragment uit het verhaal ‘Dans’, gebundeld in Zomer (1993). In dat verhaal vergelijkt Van Zomeren een zeldzame vogel met een balletdanser: ‘De zwarte stern danst, hij vliegt op spitzen’, een dans die zich in dat verhaal voltrekt in de verbeelding van de personages. De symboliek sluit naadloos aan bij de situatie waarin Frankes hoofdpersonage verkeert: de dame beseft op het einde van haar leven dat zij ook had willen schitteren, het liefst op een podium, maar daarvoor is het te laat, dus kan zij alleen nog maar ‘fonkelen’ in haar verbeelding.

Frankes als verhaal te lezen romanfragment deed mij nog het meest denken aan Malone Dies van Samuel Beckett, over een eenzame man die op zijn sterfbed al ijlend zijn leven aan zich voorbij ziet trekken. In ‘De zwarte stern danst’ (naar het citaat van Van Zomeren) vloeien herinneringen van de bejaarde vrouw aan haar socialistische vader en haar zoon die kunstenaar is geworden, moeiteloos over in de werkelijkheid van de recreatiezaal waar Van Zomeren inmiddels de gestalte heeft aangenomen van haar echtgenoot. Beide verhalen bevatten dezelfde typisch aan ouderdom gerelateerde thema’s: de naderende dood, de terugblik op een niet geslaagd leven, en de aftakeling van de geest. Van die treurig stemmende ouderdomsthema’s die, als het goed is, in de aankomende Boekenweek ook ruimschoots aan bod zullen komen.

Verder in De Revisor – deels gewijd aan het Boekenweekthema ‘Van oude menschen… de derde leeftijd en de letteren’ – een paar snippers A.F.Th., waarin Jolente, in de Movo-tapes de dochter van Movo, haar bejaarde vader aanspoort om op te schieten met zijn magnum opus. Plus twee ijzersterke verhalen van Anne Provoost en Allard Schröder en een nieuwe, van liefde voor literatuur overstromende rubriek van Anthony Mertens, waarin hij voortaan zijn hoogstpersoonlijke canon van literaire sensaties zal boekstaven.

    • Reinier Kist